*

 
dossier

Tuinrubriek

Met een vierkante meter blijft moestuinieren leuk

Nicolien van Doorn − 26/06/10, 00:00

Bij het aanleggen van een moestuin komt meer kijken dan mesten, zaaien en oogsten. Wie klein begint, heeft de meeste kans op succes.

  • De moestuin van één vierkante meter die De Wiltfang voor beginners heeft bedacht. (FOTO DE WILTFANG)
    De moestuin van één vierkante meter die De Wiltfang voor beginners heeft bedacht. (FOTO DE WILTFANG)

Steeds meer mensen fantaseren over een eigen moestuin. Ze zien het al helemaal voor zich: een lap grond met lange rijen groene sprietjes, die mettertijd uitgroeien tot knapperige sla en vette sperziebonen.

Na de zoveelste smakeloze aardbei of waterige tomaat kan het dan ineens zo ver zijn: ze gaan de tuin in, verwijderen een deel van de bestaande begroeiing, werken een vracht mest door de aarde, kopen dertig zakjes groentezaad en stoppen dat in de grond. Nog een paar aardbeienplantjes erbij, het hele zaakje regelmatig water geven en afwachten maar.

Ze weten dan nog niets van de gevaren die in iedere zaairichel op de loer liggen. Hebben er geen idee van dat een kwart van de zaadjes wordt opgegeten door vogels en dat slakken zich vervolgens om de zaailingen bekommeren. Dat de wortelvlieg zich vermaakt met het graven van gangetjes en dat de kool met kilo’s tegelijk in rupsenmagen verdwijnt. Ze trekken onkruid uit, maar misschien zijn het wel beginnende preitjes. Begieten een tuinboon, maar dat kan evengoed een paardebloem zijn.

Desondanks blijft er genoeg over. In juni eten de moestuinier en zijn familie dertig dagen lang sla. In juli kunnen ze geen tuinbonen meer zien, in augustus komt er geen eind aan de sperziebonen. Kortom, na een seizoen is de lol er goed af en houden de meeste aspirant-moestuiniers het voor gezien.

Wat hebben ze fout gedaan?

Die vraag hebben Bert Bruggeman en Annetje de Jong zich ook gesteld. Als eigenaren van De Wiltfang, leverancier van tuingereedschappen, kregen ze regelmatig te maken met mensen die van alles aanschaften voor het verbouwen van aardappelen en spinazie. Informeerden ze later hoe het gereedschap was bevallen, dan kregen ze vaak te horen dat het werkeloos in de schuur stond, of met een foto op Marktplaats. En dat de voormalige moestuin was teruggebracht tot gazon.

Dat moet beter kunnen, dachten Bruggeman en De Jong, en besloten zich te verdiepen in alles wat met zelf gekweekte groenten en kruiden te maken had. Een van de ontdekkingen die ze deden was dat mensen hun moestuin veel te groot aanpakken. Niemand zal na zijn eerste tennisles een wildcard aanvragen voor Wimbledon – maar groente kweken, daarvan denken we blijkbaar dat het heel groot, heel veel en in een handomdraai moet kunnen.

Met dit alles in het achterhoofd gingen Bruggeman en De Jong op zoek naar een systeem waarmee iedere beginnende groentekweker uit de voeten kan. Drie jaar lang brainstormden en experimenteerden ze, met als eindresultaat de Vierkante Metertuin: een houten raamwerk, zestien soorten biologisch zaad en een handboekje. Met behulp van het raamwerk bakent de tuinier een stukje grond van 1,2 x 1,2 meter af en verdeelt dat in zestien vakjes van 30 x 30 centimeter. In elk vakje komen zaadsoorten die uitgroeien tot paarse stamboontjes, rode zaaiuien, een palmkool en wat er zoal nog meer aan zaad in de zakjes zit. In zijn minituin kan de tuinier experimenteren met grondsoorten, bemesting, wisselteelt en gespreid zaaien. En leert hij, ook niet onbelangrijk, groenten van onkruid te onderscheiden.

„Het gaat erom dat mensen ervaring opdoen”, zegt De Jong. „Wil je als beginner met plezier groenten en kruiden kweken, dan moet je kleinschalig beginnen. Mislukt er iets, dan is niet meteen een heel veld mislukt. Doet een van de groenten het heel goed, dan weet je dat je die in grotere hoeveelheden kunt zaaien. Een jaar later heb je dan de nodige basiskennis en weet je: dit wil ik wel en dat niet.” Er zijn drie soorten Vierkante Metertuinen: de groentetuin, de kruidentuin en de kindertuin. De verwachting is dat daar volgend jaar een bloementuin bij komt.

Vooral de kindertuin ligt Annetje de Jong na aan het hart. Het uitgangspunt bij het selecteren van de zestien soorten groenten, kruiden en eetbare bloemen was: wat vinden kinderen leuk? Daarom staan de sla, bietjes en tuinbonen naast roze cosmea’s, paarse scheefbloemen en oranje goudsbloemen. De kinderen krijgen er drie boekjes bij: een handleiding, een logboek en een boekje met tuinverhalen.

„Bij het ontwikkelen van de kindertuin hebben we gelet op het educatieve aspect”, vertelt De Jong. „Kinderen denken: ik stop zaad in de grond en morgen heb ik een plant. In hun tuintje zien ze hoe het echt gaat. Ze leren hoe ze de plantjes moeten verzorgen, welke delen van de plant eetbaar zijn en wanneer ze kunnen oogsten.”

Je zou zeggen dat scholen in de rij staan om de kindertuintjes aan te schaffen. Maar dat is niet zo. „Privé lopen de tuintjes goed, maar bij scholen merken we dat er een drempel is. Terwijl het toch zo’n fantastische manier is om kinderen te laten zien waar een groot deel van hun eten vandaan komt. Je zou die gezichten eens moeten zien als ze naar de zaadjes kijken.... één en al verwondering dat er uit zoiets kleins een krop sla komt.”

Meer info: www.dewiltfang.nl

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />