*

 
dossier

Tuinrubriek

Onze camelia’s zijn eigenlijk mislukte theeplanten

Nicolien van Doorn − 20/03/10, 00:00

Op de eerste mooie lentedag willen we maar één ding – naar het tuincentrum, nieuwe planten kopen! Met ons winkelwagentje zigzaggen van de A van Acanthus naar de Z van Zigadenus en stellen vast dat er in al die potjes alleen maar bruine stompjes zitten. Voorzien van naamkaartjes met daarop de belofte dat ze in augustus wel degelijk plantaardige trekken zullen vertonen.

  • De camelia is een echte voorjaarsverleider.  (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)
    De camelia is een echte voorjaarsverleider. (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW)

Geen blik keuren we ze waardig. Bloemen willen we! Nu!

Een béétje tuincentrum zorgt dat we precies op dat moment oog in oog staan met een struik die in zijn allervolste glorie staat te bloeien. Wij meteen verkocht – en de struik ook, ongeacht wat er op het prijskaartje staat.

’Voorjaarsverleiders’ heten ze. Een van de bekendste is de camellia, die in Nederland camelia wordt genoemd. Het is een dure heester, maar omdat hij bloeit van februari tot mei is hij zo gewild dat hij bijna niet aan te slepen is.

Goed, we nemen de camelia mee naar huis, geven hem een plekje op het terras of in de tuin en vragen ons het jaar daarop af waar hij gebleven is. Want wat we niet wisten is dat een camelia niet alleen mooi is, maar ook fijngevoelig en veeleisend. (Drie eigenschappen die bij mensen eveneens vaak samengaan, maar dit terzijde).

Wie van plan is een camelia aan te schaffen, doet er daarom goed aan zich in deze groenblijvende heester te verdiepen. Waar komt hij vandaan? Is hij winterhard? Hoe wil hij behandeld worden?

Om met de eerste vraag te beginnen: de camelia komt uit het verre oosten. Van de blaadjes van de Camellia sinensis wordt in China en Japan al sinds mensenheugenis thee getrokken. In de 17de eeuw raakten ook de Europeanen verslingerd aan deze verkwikkende drank, zodat de export steeg en thee almaar duurder werd. Dat bracht Europese theehandelaren op het idee een aantal camelia’s naar Engeland te halen en die in kassen op te kweken. Zodra ze er genoeg hadden, zouden ze de planten naar hun koloniën exporteren, daar hun eigen theeplantages beginnen en lekker niet meer afhankelijk zijn van de Chinezen.

Begin van de 18de eeuw kwamen de begeerde struiken in Engeland aan. Maar toen van de blaadjes thee werd getrokken, bleek dat die niet te drinken was. De Chinezen, die blijkbaar doorhadden wat hun Europese concurrenten van plan waren, hadden hun niet de echte theeplant (Camellia sinensis) meegegeven, maar zijn tweelingbroertje Camellia japonica. Die heeft hetzelfde blad, maar thee krijg je er niet van.

De gedupeerde theehandelaren lieten de Japanse nepcamelia’s aan hun lot over. Pas toen de planten begonnen te bloeien, klaarden hun gezichten op: een plant die vroeg in het jaar uitbundig bloeit, daar moest een markt voor zijn! En dat was ook zo. Twee eeuwen lang was de struik een ware rage onder aristocraten, die hem in hun verwarmde oranjerieën vertroetelden.

Dat duurde tot het eind van de 19de eeuw, toen er net als nu een economische en financiële crisis uitbrak. Niemand bekommerde zich nog om de oranjerieën en de camelia’s, die het desondanks uitstekend bleven doen en zelfs in de koudste winters standhielden.

Sindsdien weten we dat een groot aantal camelia’s bestand is tegen vorst. Maar niet allemaal, dus neem de moeite om van tevoren uit te zoeken welke daadwerkelijk winterhard zijn, en koop alleen die. En let erop dat ze op z’n minst vier of vijf jaar oud zijn, want die kunnen meer kou hebben dan jonkies.

Ook de standplaats en het planten vragen enig denkwerk. De camelia groeit oorspronkelijk op een beschutte plek in Aziatische bossen. Als je dat naar je eigen tuin vertaalt, begrijp je dat hij een beschutte plek wil op vochtige grond. Dus uit de wind en uit de volle zon, niet te droog en niet te nat. De grond moet bovendien ’bossig’ zijn, dus humusrijk en kalkarm.

Geef hem een plekje op het westen of noordwesten, dan heeft hij ’s winters minder last van de combinatie vorst + ochtendzon. Plant hem in een mengsel van tuinaarde en turf, en geef hem in de volle grond liever geen mest. Omdat de camelia oppervlakkig wortelt, moet je onder de struik niet schoffelen. Geef hem ’s zomers flink water en zorg dat hij ’s winters, vooral tijdens en na een vorstperiode, niet uitdroogt.

In de Trompenburg Tuinen in Rotterdam zijn vandaag en morgen van 10.00 tot 16.00 uur bloeiende camelia’s te zien. Ze zijn ook te koop, en bezoekers krijgen advies over de verzorging (www.trompenburg.nl) .

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />