Het kan niemand zijn ontgaan dat het niet goed gaat met de bijen – dat is het slechte nieuws. Het goede nieuws is dat we daar zelf heel veel aan kunnen doen. En dan bedoel ik niet dat we met z’n allen een imkercursus moeten volgen en een rij bijenkasten in de tuin moeten zetten. Want dan maken we het onszelf wel erg moeilijk, en bedienen we bovendien alleen de honingbijen.
Het kan veel eenvoudiger. De meeste bijen hebben namelijk de prettige gewoonte dat ze solitair leven. Alleenstaande vrouwen, zeg maar. Elk van die vrouwen maakt haar eigen nestjes en voorziet ieder nest van een eitje en wat stuifmeel, zodat het larfje straks te eten heeft.
Wilde bijen nestelen overal waar grond, gaatjes en spleten zijn – of die nu op de Veluwe liggen of in een stadstuintje in hartje Rotterdam. Staat er in dat tuintje een tuinstoel, dan zetten ze hun eitjes net zo makkelijk af in de schroefgaten van die stoel. En een leeg slakkenhuis, daar past ook best een eitje in.
Als honingbijen geen honing zouden produceren, zouden imkers ze onmiddellijk inruilen voor solitaire bijen. Het zijn geweldige bestuivers, ze steken niet en stellen weinig eisen aan hun nestgelegenheid. En nu komen wij in beeld: want waarom zouden we voor deze bijen niet een plekje inruimen waar ze kunnen nestelen? De meeste zijn al blij met een hoopje zand, klei of leem. Andere met een holletje in verrot hout, een bosje holle plantenstengels of een stapeltje houtblokken waarin gaten van verschillende grootte zijn geboord. Wil je het groot aanpakken, dan kun je een nestkastje ophangen, een nestelmuur aanleggen of een bijenhotel neerzetten.
Zo’n hotel is makkelijk zelf te maken – of je nu kiest voor een pensionnetje of voor een vijfsterrenvariant. Gewoon een kwestie van verschillende elementen op elkaar stapelen in een raamwerk van boomstammen, betonelementen of balken. Die binnenkant vul je op met stukken hout waarin gaten zijn geboord. En met kistjes, plantenbakken en blikjes die je vult met holle stengels van riet, braam, vlier of bamboe, en met leem of klei. Wie geen zin heeft in geknutsel, koopt gewoon een kant-en-klare hangkast, nesttube of hotel.
Denk er bij het neerzetten of ophangen wel aan dat de opening van de potentiĆ«le kraamkamers op het zuiden ligt. En hang er een bordje bij waarop staat: ’alleen voor bijen’. Doe je dat niet, dan komen er rovers op af zoals de graafwesp en de sluipwesp, die het gemunt hebben op de bijenlarven of hun stuifmeelhapje.
Is dit allemaal gebeurd, dan hoeven we alleen nog maar te wachten tot de wilde bijen zich verdringen voor de zandhoop en het hotel is volgeboekt. Waarbij – ik zeg het maar alvast – de kans groot is dat we kunnen wachten tot we een ons wegen. Want ook al zet je de bijenvariant van het Amstel Hotel in je tuin, zonder roomservice komt er niemand logeren. Met andere woorden: zijn er geen voedselplanten in de buurt, dan hangt zo’n blik met bamboestengels er louter voor de sier.
Nou is de ene bij kieskeuriger dan de andere. Vroege zandbijen vliegen alleen op wilgen, en zijdebijen alleen op boerenwormkruid. En denk nu niet dat het planten van een rij wilgen of een perk boerenwormkruid genoeg is om je hotel vol te krijgen. Want zo werkt het niet. De meeste bijen hebben graag iets te kiezen. Hoe meer verschillende bloemen er in de tuin of op het balkon staan, hoe meer bijensoorten zich aanmelden. Houd er wel rekening mee dat bijen niet houden van planten met dubbele, gevulde bloemen, want daar zit geen nectar in. En kies naast nectarplanten ook voor planten die veel stuifmeel leveren.
Gelukkig hoef je niet zelf te bedenken welke planten geschikt zijn voor welke bijen. Op www.biodiversiteitsjaar.nl staat een handige lijst met bijenplanten. Plus een gebruiksaanwijzing voor het maken van een bijenhotel. En heel veel inspirerende foto’s.
Tuinvragen? Ga naar www.trouw.nl/groen/tuinvraag
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.