*

 
dossier

Tuinrubriek

Een boom op het balkon klinkt gekker dan het is

Nicolien van Doorn − 02/01/10, 00:00

Als je een klein tuintje hebt met net genoeg ruimte voor een tafel, twee stoelen en drie hosta’s, of je hebt een balkon waarop met veel passen en meten een bak met viooltjes past – dan kan het gebeuren dat je af en toe een afgunstige blik werpt op andermans tuinen waarin ruimte is voor een of meer bomen.

  • Een dwergeik, zoals de Quercus 'Curly Head', blijft klein.  (THEA GEERS)
    Een dwergeik, zoals de Quercus 'Curly Head', blijft klein. (THEA GEERS)

Dat zou jij ook wel willen, maar dat kan dus niet. Denk je. Blijkbaar weet je niet dat er in Boskoop een kweker woont die beuken heeft van tachtig centimeter, eiken van een meter en kastanjes van anderhalve meter. Zelfs zijn ginkgo’s worden niet hoger dan anderhalve meter.

Herman Geers heet hij, en hij kweekt dwergplanten. Niet te verwarren met bonsai, een kunstvorm waarbij grote bomen of heesters kunstmatig klein worden gehouden. Dwergplanten zijn klein zonder ingrijpen van de mens. Het zijn bomen, coniferen en heesters die van nature 10 procent van hun normale hoogte halen. Wil een eik het predicaat ’dwergplant’ verdienen, dan mag hij dus niet hoger worden dan anderhalve meter. Maar vaak haalt hij dat niet eens.

Herman Geers is al vijftien jaar bezig met dwergplanten. Het begon als een verzamelhobby die, zoals dat heet, ’behoorlijk uit de hand is gelopen’. „En nu ben ik in Nederland de enige die gespecialiseerd

is in dwergplanten”, zegt de man die inmiddels meer dan 800 dwergsoorten kweekt.

Hoe ontstaat een dwergplant? Op verschillende manieren, vertelt Geers. Zo’n plantje kan als zaailing zijn ontstaan, maar ook als heksenbezem. Heksenbezems worden veroorzaakt door een schimmel. De plant probeert zijn overlevings

kansen te vergroten door talloze kleine zijtakjes te maken. „Hij krijgt het benauwd, begint te experimenteren en gaat vlug of juist heel langzaam groeien.” Worden de heksenbezems door stekken of enten vermeerderd, dan nemen de nieuwe planten de compacte eigenschappen van de bezems over en heb je er weer een dwergplant bij.

Er zijn ook planten die klein blijven omdat ze geen keus hebben. „Misschien komen ze uit een gebied waar het voor planten niet zo leuk is, met gletsjers en harde koude wind. Als je een boompje bent en in SiberiĆ« opgroeit, is het niet zo slim om hoog te zijn, want dan breken je takken.” In dergelijke omstandigheden past de plant zich aan door zo compact mogelijk te blijven. Zo groeien er in Noorwegen wilgen die matten vormen. En is de Koreaanse zilverspar, die in Zuid-Korea 15 meter hoog kan worden, op de noordelijke taiga een sparretje dat plat over de grond groeit. Omdat hij anders onder de sneeuwlast zou bezwijken.

Dwergplanten worden onderverdeeld in miniatuurplanten, dwergplanten en semi-dwergplanten. Miniatuurtjes groeien per jaar 2,5 cm, dwergen 2,5 - 5 cm en semidwergen 5 - 10 cm. Het zijn geen kamerplanten. Ze zijn geschikt voor kleine tuinen, rotstuinen, balkons en worden gebruikt als grafbeplanting. Geers heeft aan botanische tuinen geleverd en aan Madurodam. Maar ook liefhebbers van de modelspoorbaan LGB, die buiten in de tuin kan worden aangelegd, kopen hun boompjes bij hem.

Omdat de plantjes zo klein zijn, kost het stekken en enten veel tijd. Geers laat een bak zien waaruit tientallen minuscule stekjes steken. Dat gepriegel lukt hem alleen als hij, net als een postzegelverzamelaar, een vergrootglas op zijn leesbril zet. Binnenkort brengt hij de Exochorda racemosa ’Niagara’ op de markt. Een hele gebeurtenis, want met die plant is hij, vanaf de eerste keer bestuiven tot en met de marketing, twaalf jaar bezig geweest. „Ik begin met selecteren, haal de kronkels en de lelijke planten eruit en selecteer dan op hoogte. We zijn begonnen met 1500 plantjes. Daar bleven er uiteindelijk vijf van over.”

De planten krijgt hij aangeleverd vanuit zijn uitgebreide netwerk. „Via die dwergplanten krijg je veel vrienden. Het is een kleine wereld, iedereen kent elkaar. Als iemand in Polen een tak afsnijdt, dan weet ik dat meteen.” De onderlinge vriendschap wordt bevorderd doordat hij en zijn collega’s veel gemeen hebben, zegt Geers niet zonder zelfspot: „We hebben een ziekelijke afwijking, en dat is dat we altijd lopen te kijken naar iets bijzonders. Ik kan geen boom zien zonder te kijken of er heksenbezems in zitten. En zelfs in een weiland met koeien kijk ik of er een afwijkende tussen loopt.” Dan, met een verontschuldigend lachje: „Ik ben waarschijnlijk erfelijk belast. Mijn oudoom was Jan de Vink, de uitvinder van de dwergroosjes.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />