*

 
dossier

Natuurdagboek

Vogels op zee

Koos Dijksterhuis − 11/01/12, 09:32
© FOTO ERIK SANDERS. Middelste zaagbek.

De dag na de storm die Nederland de adem deed inhouden uit vrees voor een watersnoodramp, staan groepjes vogelaars in de luwte van gebouwtjes op de havendijk van Lauwersoog. Door een woud van telescopen turen ze over zee, hopend op aangewaaide zeevogels. Ik loop de pier om de veerhaven af. Tjieptjiep!

Twee steenlopers strijken neer op de basaltblokken onderaan de pier. Kokmeeuwen dwarrelen over. Er dobberen eidereenden: grote zeeeenden, de vrouwtjes bruin, de mannetjes zwart-wit. Een slankere eend zwemt ertussen - grijs met een oranjebruine kop. Een vrouwtje van de middelste zaagbek. Haar snavel is dun en recht, met een haakje aan de punt. Met dat haakje kan een zaagbek onder water visjes grijpen. In de als een zaag gekartelde snavel is de vangst handig vast te houden. Warrige veertjes steken uit haar achterhoofd, een punkachtige rattenkop. Er broeden weinig middelste zaagbekken in Nederland, maar 's winters komen er duizenden op bezoek uit Scandinavië en het Oostzeegebied. De meeste overwinteren langs de kust op zee.

Boven de Waddenzee bewegen zich rijen witte stippen voort - fonkelend wit in de zon. Door de kijker is te zien dat het bergeenden zijn, met roestbruine borstband en rode snavel. Behalve kok- en zilvermeeuwen zweven er stormmeeuwen langs en drieteenmeeuwen.

Vooral jonge drieteenmeeuwen vallen op, met een zwarte zigzagstreep over de vleugels. Linies kleine meeuwen vliegen vastberaden naar het noordwesten. Hun korte vleugels zijn wit van boven, witter dan kokmeeuwvleugels, maar donker van onder. Dwergmeeuwen! Mooie beestjes. Ook zij broeden nauwelijks in Nederland. Maar ze trekken uit Noordoost-Europa langs en door Nederland naar het zuiden, of terug, en zwerven 's winters langs de kust van West-Europa.
mailIcon print | |

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...
<spring:message code='commonMessages.loading' />