In zijn 500ste geboortejaar speurt Trouw naar de geest van Calvijn: hoe calvinistisch zijn Nederlanders? Vandaag: PKN-voorzitter Gerrit de
’Je zou mijn kinderen moeten vragen hoe ze het ervaren hebben, maar ik ben het ermee eens dat een strenge opvoeding kinderen goed voorbereidt op het leven. Ontzag voor de Here God en liefde voor Zijn dienst, dat heb ik mijn kinderen willen bijbrengen. Strengheid en liefde gaan samen op. Vergelijk het maar met voetbal: het is een prachtig spel, maar als je je van de lijnen of van de scheidsrechter niets aantrekt, komt er niets van terecht.”
Op weg van zijn woonplaats Kampen naar het protestantse hoofdkantoor in Utrecht staat Gerrit de Fijter, synodepreses van de Protestantse Kerk in Nederland, in de file bij Nijkerk. Tijd genoeg om telefonisch zijn c-factor te bepalen.
„Ik ben predikant in een kerk van het calvinistische stempel, dus het lijkt me dat ik wel een c-factor van boven de vijftig procent moet scoren. Maar of dat lukt? Misschien ben ik wel wat minder calvinistisch dan je zou denken. Ik kan bijvoorbeeld best genieten van luxe eten en dan mag dat ook wat kosten. Elke week uit eten kan ik me niet veroorloven, maar als ik ga dan mag het ook meteen goed zijn.”
„Om kleding geef ik dan weer weinig. Ik pleit voor soberheid, we moeten ons in toom houden. Een christen mag één mode achterlopen, je hoeft niet aan elke gril mee te doen. Het lijkt mij belangrijker dat je op een duurzame manier probeert te leven. Ik rijd in een auto van 18 jaar oud, en als we op vakantie gaan, haak ik mijn veertig jaar oude caravan erachter. Ik begrijp dat het mijn c-factor omlaag haalt, maar we reizen altijd op de bonnefooi. Weet je waar dat woord vandaan komt? Van bonne-foie, dat betekent ’goede trouw’ of ’goed vertrouwen’. Mijn vertrouwen stel ik op God, ons leven is door zijn liefdevolle armen omvat.”
„Nou en of, ik vind het heel belangrijk te weten wat er in de Bijbel staat. Als je zou zeggen: ’de Bijbel doet er niet zoveel toe’, als je van alles zelf bedenkt en af en toe de Bijbel er eens bij pakt, dan komt het niet goed. Natuurlijk kennen we in de kerk naast de Bijbel de traditie. Maar je hebt traditie met een kleine letter en met een hoofdletter. Zelf ben ik dol op de Psalmen, maar die liederen en hun berijming, dat is traditie met een kleine letter. Ik vind dat we in de kerk, in alle stromingen, vaak erg vasthouden aan tradities met een kleine letter. Daar moeten we juist doorheen kijken, oog hebben voor de traditie met hoofdletter die we delen. Als je dat doet, zo heb ik over de jaren geleerd, ga je anderen meer waarderen.”
„Ik sta bijna elke dag om zes uur op en begin dan met bijbellezen en bidden. Maar ik heb daar vaak minder tijd voor dan ik zou willen, en in die zin schiet ik tekort tegenover God. Vandaag ook weer. Dan moet ik vroeg van huis, wil ik op tijd in Utrecht zijn. Ik ben nu bij Amersfoort-Vathorst, trouwens.”
„Van seks mag je genieten. Dat heb ik al eens eerder gezegd in deze krant, in een gesprek met een tantrist. Toen zei ik: ’Het wordt tijd dat er een nieuwe manier van omgaan met elkaar gevonden wordt, waarin het woord liefde opnieuw geijkt wordt aan een existentiële waarde, waar één man met één vrouw weer samen door de tijd gaan en denken: wat is het goed dat wij elkaar zien verschrompelen en nochtans blijven groeien in de liefde’. Ik haal ook graag Prediker aan: ’Geniet het leven met de vrouw, die gij liefhebt, al de dagen uws ijdelen levens’.”
„Zo, heb ik een c-factor van 72 procent? Ik heb dus calvinistische trekken, maar de scherpe kanten zijn ervan af. Dat klopt heel aardig. Die 72 procent verwijst vast naar Psalm 72: ’Gods naam zal zijn tot in eeuwigheid; zolang als er de zon is, zal zijn naam van kind tot kind voortgeplant worden; en zij zullen in hem gezegend worden; alle heidenen zullen hem welgelukzalig roemen’.”
„Of ik in de tijd van deze test niet iets nuttigers had kunnen doen? Welnee. We zijn nu een uur verder en ik ben pas bij Den Dolder.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.