*

 
dossier

Christendom

Calvinisme

Jan de Bruijn − 07/01/09, 14:34

"Hoe calvinistisch is een land, waarin kerken leeglopen, de helft der bevolking niet meer weet wat Pasen inhoudt en de meeste ontkerkelijkten niet meer in God geloven?" Hoogleraar politieke geschiedenis Jan de Bruijn neemt deze vraag onder de loep.

In het vermakelijke en leerzame boekje van de Groningse kerkhistoricus Nijenhuis, 'Hoe calvinistisch zijn wij Nederlanders?', stipt hij een vraag aan die in dit feuilleton niet mag ontbreken. Eeuwenlang heeft het calvinisme immers een stempel kunnen zetten op onze cultuur.

Nijenhuis stelt vast dat de 'permissive society' van tegenwoordig weinig meer van doen heeft met de protestantse natie van calvinistische snit die Nederland vroeger was. “Hoe calvinistisch is een land, waarin de kerken leeglopen, waarin de helft der bevolking niet meer weet wat het paasfeest inhoudt en bijna 70 procent van de ontkerkelijkten verklaart niet of niet meer aan God te geloven?”

Van affiniteit met het calvinisme als godsdienstige overtuiging is steeds minder sprake en met de kennis van het calvinisme als historische stroming is het al helemaal droevig gesteld. Het calvinisme als drijvende kracht in de Tachtigjarige Oorlog tegen Spanje, die leidde tot een onafhankelijke Nederlandse staat; de betekenis van de Statenvertaling van 1637 voor het Nederlands als landstaal; de bijdrage van het neo-calvinisme van Abraham Kuyper aan de democratisering van ons bestel: deze historische feiten zijn bij het grote publiek onbekend.

Dit heeft niet alleen te maken met de mentale kloof die de secularisatie inmiddels heeft geslagen tussen de wereld van vroeger en nu, waardoor velen zich nauwelijks nog kunnen verplaatsen in een tijd die beheerst werd door kerk en christendom. Het probleem is algemener van aard. De verwaarlozing van het geschiedenisonderwijs sinds de jaren zestig heeft ertoe geleid dat de kennis van vaderlandse geschiedenis over de hele linie is afgenomen.

Onze kamerleden staan in hun onwetendheid blijkens een recente enquête niet alleen. Een zwakontwikkeld historisch besef is karakteristiek onderdeel van onze huidige nationale identiteit. Het gebrek aan historische kennis en historisch besef heeft tot gevolg dat de meeste Nederlanders over hun eigen geschiedenis alleen nog maar in sjablonen kunnen praten.

Duidelijk blijkt dit ook uit de populaire beeldvorming rond het begrip calvinisme. Voor het calvinisme als deugdenleer bestaat nog steeds een zekere waardering. Soberheid, zuinigheid, ijver en eenvoud worden als typisch calvinistische deugden beschouwd, waarmee wij Nederlanders nog wel eens willen koketteren.

Als Wim Kok zichzelf voor de KRO-microfoon 'sociaal-democraat en calvinist' noemt, betekent dat dus niet dat hij de drie Formulieren van Enigheid onderschrijft, maar uitsluitend dat hij voorstander is van een zuinig financieel beleid. Het begrip calvinisme is hier gereduceerd tot propagandistisch sjabloon, dat ouderwetse degelijkheid suggereert, een gerenommeerd handelsmerk zoals Trappistenbier of de Weduwe Van Nelle.

Heel anders is het gesteld met de reputatie van het calvinisme als godsdienstig systeem. . Calvinisme staat dan voor alles wat met de rechte leer en zwarte kousen te maken heeft: moralisme en wettische strengheid, rechtlijnige en doordrammerige betweterij, benepen burgerlijkheid, tobberigheid en traumatiserend zondebesef, gebrek aan savoir vivre en een afkeer van werelds vermaak.

Natuurlijk gaat het in beide gevallen om karikaturen.

Nederland is geen calvinistisch land meer - zo het dat ooit al was. Maar de manier waarop het calvinisme tegenwoordig functioneert als positief of als negatief sjabloon, zegt wel degelijk iets over ons zelfbeeld en daarmee over onze nationale identiteit.

Jan de Bruijn, hoogleraar politieke geschiedenis en verbonden aan het Historisch Documentatiecentrum voor het Nederlands Protestantisme.

Deze tekst werd op 5 augustus 1998 in Trouw gepubliceerd als aflevering in een feuilleton over de Nederlandse identiteit.

mailIcon print |