In Calvijns 500ste geboortejaar speurt Trouw naar de c-factor: hoe calvinistisch zijn Nederlanders? De Zeeuwse kunstenares Sela© heeft een c-factor van 81 procent. „Zondagswerk is niet sterk.”
’Eigenlijk zou ik harder moeten werken, denk ik vaak. Hoewel, harder? Ik denk dan: als ik er langer aan gewerkt had, was het nóg perfecter geworden. Ik ben heel blij met hoe de glossy Calvijn! geworden is, maar stel dat ik er nog meer tijd aan had kunnen besteden? Aan de andere kant: ik werd nu op straat al zoveel aangesproken dat ik bijna de deur niet meer uit durfde. Ik vind het bizar wat Calvijn losmaakt, maar ook prachtig”
„Bij alles wat ik doe, kan er nog een schepje bovenop. Onlangs heb ik de CBK Zeeland Stimuleringsprijs gewonnen. Dat maakt me verlegen, want ik vond andere kunstenaars minstens gelijkwaardig. Het is een provinciale prijs, niet de Prix de Rome. Het geeft me budget om een nieuw project te beginnen, maar het bewijst niet dat mijn bestaan er toe doet. Ik vind de ander even belangrijk als mezelf, denk ik. Bescheiden, hè? Dat is geen verdienste, het zit nu eenmaal ingebakken in me.”
„Dat ik van nature bescheiden ben, maakt me nog geen matig mens. Ik kan helemaal opgaan in mijn werk, zodat mijn dag bestaat uit alleen werken en slapen. Dat is een intens, gaaf project, groots en meeslepend in je hoofd. Het gevolg is soms dat mijn man zegt: ’Kom nu maar weer terug op aarde.’ De zondag houd ik wel altijd vrij. ’Zondagswerk is niet sterk’, heb ik geleerd. Maar ja, als kunstenaar kun je je gedachten niet zomaar stilzetten, invallen krijg je op de meest onverwachte momenten. Calvijn werkte best op zondag, heb ik begrepen, maar ik ben opgegroeid met de gedachte dat de zondag heilig is, ook al is dat misschien wel calvinistischer dan Calvijn.”
„Ik ben ook gematigd in het tonen van emoties. Die toon ik vooral in mijn kunst, denk ik, in niet te duidelijke taal. Misschien ben ik er wel niet zo goed in, om in gewone taal mijn emotie te uiten. Dat betekent niet dat ik emotieloos door het leven ga. Tien jaar geleden is mijn vader overleden, tijdens een verblijf in het buitenland. Met mijn broertjes ga ik soms naar Schiphol, om stil te staan bij het moment dat wij onze moeder daar ophaalden. Toen mijn vader thuis opgebaard lag, zette mijn moeder een cd van Ton Koopman op met een cantate van Bach. Luid schalde door het huis: ’Gottes Zeit ist die allerbeste Zeit’. Dat vond ik heel indrukwekkend, ik heb die cantate later nog vaak gedraaid. Dat is mijn manier om een overleden dierbare te herdenken, waar anderen misschien een kaarsje branden.”
„Ben ik met mijn score van 81 procent in deze test een volbloed calvinist? Dat had ik wel verwacht, en ik heb daar helemaal geen probleem mee. Het zal ermee te maken hebben dat ik van na de jaren zestig ben. Ik behoor niet tot de generatie die wil afrekenen met het calvinisme. Bovendien ben ik geboren en getogen in Zeeland, in een streek waar het calvinisme nog volop aanwezig is. Voor anderen roept ’calvinistisch’ misschien allerlei onplezierige beelden op, voor mij heeft het óók te maken met de warmte van thuis.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.