*

 
dossier

Christendom

Een vrouw in huis is handig

Emiel Hakkenes − 04/02/09, 00:00

Over het calvinisme doen volop vooroordelen de ronde. In deze rubriek speurt Trouw naar hun herkomst en waarheidsgehalte. Vandaag: Is het calvinisme vrouwonvriendelijk?

  • (\N)

Denk aan calvinisme en vrouwen en er komen al gauw beelden op van lange rokken en moeders die thuisblijven om voor een flinke kinderschare te zorgen. Dat ze een baan buitenshuis zouden hebben, is niet de bedoeling. Zijn die opvattingen terug te voeren op Calvijn?

„Ondergeschiktheid van de vrouw aan de man is inderdaad een idee dat in Calvijns tijd heel gebruikelijk was”, zegt kerkhistoricus Mirjam van Veen van de Vrije Universiteit in Amsterdam. „Ik denk niet dat je als vrouw terug hoeft te willen naar die tijd. Ik word al treurig bij het idee.”

Maar, zegt Van Veen, dat Calvijn leefde in een tijd die niet erg vrouwvriendelijk was, wil nog niet zeggen dat in zijn eigen opvattingen vrouwen er bijzonder slecht vanaf komen. „De hele zestiende eeuw was voor vrouwen behoorlijk ellendig, dat valt niet aan Calvijn toe te schrijven.”

De reformator zelf heeft de reputatie dat hij bang was voor vrouwen. Hij vond het huwelijk weliswaar te verkiezen boven het rooms-katholieke celibaat, maar leefde lang alleen. Hij schreef eens dat hij niet hoorde bij ’de krankzinnige verliefden die zelfs de gebreken van hun liefje prijzen zodra ze helemaal vol van haar zijn’. Maar een vrouw in huis vond hij wel handig, vooral voor het huishouden, en zolang ze hem maar niet van het werk zou houden. Uiteindelijk trouwde hij in augustus 1540 met Idelette van Buren. Ze was weduwe, een paar jaar ouder dan Calvijn, en had al twee kinderen. Samen kregen ze nog een zoon, Jacques, die drie weken na zijn geboorte stierf. Idelette overleed in 1549, wat Calvijn tot de uitspraak bracht dat hij zijn ’beste levensvriend’ had verloren. Hij bleef de resterende vijftien jaar van zijn leven alleen.

In zekere zin, zegt Mirjam van Veen, zijn vrouwen bij Calvijn beter af dan bij sommige van zijn tijdgenoten. „Anders dan de rooms-katholieke kerk voorschreef, vond Calvijn dat seksualiteit niet per definitie op voortplanting gericht hoefde te zijn. Een vrouw is er niet alleen om kinderen te krijgen. En van seksualiteit mag je ook genieten, zolang het maar binnen het huwelijk gebeurt.”

Maar, zegt Van Veen, Calvijn hield er, in de geest van zijn tijd, ook een ’nare dubbele standaard’ op na. „Over het huwelijk schrijft hij dat het voor een vrouw erger is om overspelig te zijn dan voor een man. Een vrouw kon op een strengere straf rekenen, omdat zij kuis diende te zijn.”

En hoe zit het nu met die lange rokken die we kennen van orthodox-protestantse vrouwen?

Van Veen: „Ik vermoed dat dat teruggaat op een idee van kuisheid dat stamt uit de Nadere Reformatie. Toen in Nederland die puriteinse stroming opkwam, was Calvijn al vijftig jaar dood.”

mailIcon print |