AP −
08/12/11, 12:53
De Karmapa (links) en de dalai lama.
© getty
Een van de leiders van de Tibetaanse boeddhisten is in India in staat van beschuldiging gesteld naar aanleiding van de vondst van ruim een miljoen euro contant geld in zijn klooster bij Dharmsala. Dat heeft de Indiase politie vandaag bekendgemaakt.
De politie vond het geld, in meer dan twintig munteenheden, in januari bij een inval in het klooster van de geestelijke, de Karmapa. Volgens zijn medewerkers betrof het donaties van volgelingen uit de hele wereld, maar de politie meent dat het bedrag te groot is om alleen van donaties afkomstig te zijn.
De Karmapa, de 26-jarige Ugyen Thinley Dorje, is de op twee na hoogste leider van de Tibetaanse boeddhisten en wordt gezien als mogelijke opvolger van de dalai lama. Behalve de Karmapa werden gisteren ook drie van zijn volgelingen in staat van beschuldiging gesteld. De rechtbank in Dharmsala zal binnenkort beslissen of het viertal daadwerkelijk wordt berecht.
Een woordvoerder van de in Dharmsala zetelende Tibetaanse regering in ballingschap zei ervan overtuigd te zijn dat de Indiase wet niet met opzet is overtreden. Volgens hem is er sprake geweest van slordigheid en onwetendheid bij de naaste medewerkers van de Karmapa.
De Karmapa wordt verdacht van samenzwering en een financieel misdrijf, de drie anderen zijn daarbij aangeklaagd voor fraude en valsheid in geschrifte. De Karmapa kan maximaal twee jaar gevangenisstraf krijgen, de andere verdachten tien jaar.
De Karmapa verliet Tibet in 2000. Sindsdien woont hij in het Gyuto-klooster in Sidhbari, net buiten Dharmsala.