*

 
dossier

ODD/CD

ODD/CD: Wat kan ik doen als ouder?

Ricus Dullaert − 30/06/09, 16:22

Veel kinderen reageren wel eens agressief. In enkele gevallen is agressie een nuttige reactie. Wanneer een kind bijvoorbeeld bedreigd wordt, is agressie soms een adequate manier om voor zichzelf op te komen. Veel kinderen gebruiken agressie echter ook in situaties waarin dit niet nodig is.

  • (ANP)

Agressie kan dan problemen opleveren. Wanneer u bij uw kind merkt dat het vaak agressie gebruikt als oplossing bij verschillende situaties, dan is het belangrijk dat u het gedrag van uw kind een tijdje opschrijft of bij houdt in bijvoorbeeld een dagboek. Er kan pas van een gedragsstoornis gesproken worden als een kind voldoet aan de volgende aandachtspunten:

• Het opstandige, vijandige gedrag duurt tenminste 6 maanden.

• Er is sprake van vier kenmerken zoals:

- woede-uitbarstingen;

- ruzie maken met volwassenen;

- anderen irriteren;

- anderen de schuld geven van eigen gedrag;

- boos en geïrriteerd zijn.

• Het gedrag komt in meerdere situaties voor, dus niet alleen op school, maar ook in de thuissituatie en bij de sportvereniging.

Wanneer u vindt dat uw kind zich vaak agressief gedraagt, is het goed om dit te bespreken met bijvoorbeeld het consultatiebureau of uw huisarts. U kunt ook bij de leraar van uw kind op school navragen of het daar regelmatig agressief is. Wanneer ook de huisarts denkt dat nader onderzoek nodig is, zal deze u na een gesprek verwijzen naar een van de volgende instanties:

a) Bureau Jeugdzorg: bij kinderen met een gemiddelde intelligentie (IQ >85). Bureau Jeugdzorg brengt de hulpvraag in kaart, doet eventueel onderzoek en verwijst naar een passende zorginstelling, zoals: de Geestelijke Gezondheids Zorg (GGZ, bijvoorbeeld Riagg), een ziekenhuis (afdeling kinder- en jeugdpsychiatrie) of een particulier bureau met psychologen en/of orthopedagogen.

b) Het Centrum Indicatie Zorg (CIZ): bij kinderen met een beneden gemiddelde intelligentie (IQ <85). Deze voert een intakegesprek en verwijst voor onderzoek door naar bijvoorbeeld het Riagg.

U kunt ook zelf direct contact opnemen met deze instanties. Wanneer het nog onduidelijk is wat de intelligentie is van uw kind, kan er op school eventueel een intelligentie onderzoek worden aangevraagd. Een kinderpsychiater, gz-psycholoog of kinderarts onderzoekt uiteindelijk uw kind. Hierbij kan hij gebruik maken van vragenlijsten die de ouders/verzorgers, het kind zelf en de school invullen. Voor het stellen van een diagnose is het belangrijk om te kijken of de problemen zich in meerdere situaties (dus zowel op school als thuis) voordoen. Medewerking van de school aan het onderzoek is daarom wenselijk.

Het kan ook zo zijn dat u samen met de huisarts bespreekt dat een nader onderzoek (nog) niet nodig is, maar dat u eerst probeert het agressieve gedrag aan te pakken door bijvoorbeeld een opvoedprogramma te volgen. De huisarts zal u dan adressen geven van mogelijke instanties in de buurt van uw woonplaats.

Zie ook:

Wat is het?

Wat kan ik doen als leraar?

Deze informatie werd mogelijk gemaakt door de CED-Groep. Meer weten over hoe u als school met ODD/CD om kunt gaan? Kijk op de website van de CED-Groep.

mailIcon print |