Maria Montessori begon in Rome met de vernieuwende methode. Lees hier hoe het precies in zijn werk ging.
Oorsprong
Montessori-onderwijs is een vorm van vernieuwingsonderwijs, net als bijvoorbeeld dalton- of jenaplanonderwijs of vrijescholen.
Grondlegger is Maria Montessori (1870-1952), die in Italië werkte als arts en hoogleraar antropologie. Maria Montessori kwam in een Rooms ziekenhuis in contact met geestelijk gehandicapte kinderen, die als ‘idioot’ werden bestempeld. Zij vond hen niet idioot, maar stelde vast dat zij altijd verstoken waren geweest van speelgoed en leermiddelen. Daardoor hadden ze zich nauwelijks ontwikkeld. Montessori ontwikkelde een opvoedingsmethode en ontwikkelingsmaterialen om hen prikkelen en te stimuleren. Daardoor behaalden zij wél goede leerresultaten.
In 1907 kreeg ze de kans haar methode in de praktijk te brengen in een opvanghuis in een Roomse sloppenwijk. Ook daar waren de resultaten spectaculair.
Sindsdien zijn haar ideeën in veel landen toegepast. Onder andere in Nederland, waar ze de laatste jaren van haar leven ook woonde.
Op dit moment zijn er in het basisonderwijs ongeveer 160 montessorischolen, die zijn erkend door de Nederlandse Montessori Vereniging (NMV). Op deze scholen zitten in totaal ongeveer 40.000 leerlingen.
Binnen het voortgezet onderwijs bieden slechts 20 scholen montessorionderwijs aan, variërend van vmbo tot gymnasium. Hierop zitten bij elkaar ongeveer 10.000 leerlingen. De meeste montessorischolen voor voortgezet onderwijs zijn inmiddels erkend door de NMV; enkele bereiden zich nog voor op de officiële erkenning.
Zie ook: Kenmerken van montessori-onderwijs
Zie ook: Voor wie is montessori geschikt?
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.