*

 
dossier

Jeugdzorg

aflevering 11 (slot) / Hoe krijg ik Jayden uit huis?

Trouw_admin admin − 22/11/07, 00:50

Trouw-verslaggeefster Harriët Salm volgde in september en oktober medewerkers van Bureau Jeugdzorg in de regio Amsterdam. In de Verdieping doet zij verslag van dilemma’s bij hun dagelijks werk. Vandaag aflevering 11 (slot).

Jayden is twee meter lang en zijn gespierde bovenarmen steken als boomstammen onder zijn T-shirt uit. Toch is hij pas zestien jaar.

Vier weken geleden verruilde Jayden de jeugdgevangenis voor een tehuis in het zuiden van het land. Hij zat vast, omdat hij zijn eigen moeder mishandelde. Vandaag komen Jaydens gezinsvoogd én moeder Jessica hem opzoeken.

Jessica, klein met haar grijs-blonde haren in twee piekerige staartjes gevlochten, is op de heenreis bloednerveus. Roken in de auto mag niet. „Ik ben verslááááfd”, roept ze. „Stoppen, nú, bij die pomp.” Over de allochtone vader van Jayden zegt ze: „Die is weg.”

Op de basisschool begonnen Jaydens gedragsproblemen. Op het vmbo werd de diagnose ADHD gesteld. Ruzies namen toe. Op een dag ontkoppelde Jessica de spelcomputer, daarop greep de dertienjarige het broodmes, bedreigde en schopte zijn moeder. Buren belden de politie. Jayden kreeg een gezinsvoogd.

„Praat me niet over jeugdzorg”, verzucht Jessica. De gezinsvoogd regelde een hulpverlener die wekelijks in het gezin zou zijn. „Die is één keer geweest. Dan was ie weer ziek of met vakantie. Nou, rot dan maar op.” Vervolgens ging Jayden naar een internaat. „Nazi’s waren het”, zegt Jessica. „Stuurden ze hem naar zijn kamer omdat hij brutaal was, voor 20 minuten. Dus Jayden denkt na 20 minuten: ik ga naar beneden. Werden ze razend, hij had moeten wachten tot ze zeiden dat hij kon komen. Ja, dan gaat-ie muiten. Groepsleiding pesten. Op een dag belden ze: wij willen hem niet meer. Zat ie weer bij mij.”

De agressieve jongen wilde voortaan thuis wonen. Zijn gezinsvoogd: „De vraag was: Hoe kan ik ervoor zorgen dat het met Jayden beter gaat? Thuisblijven ging echt niet meer.” Uit een internaat zou hij weglopen, de jeugdgevangenis leek de enige oplossing. De gezinsvoogd bedacht een ongebruikelijk plan: Jessica moest zelf de politie bellen en aangifte doen, zodra Jayden haar nog eens bedreigde. En zo geschiedde. In de gevangenis werd Jayden door medicijnen en structuur rustiger. Maar zijn gedragsprobleem wordt nu pas aangepakt, een jaar later, vanwege de wachtlijst voor een behandelplek.

Jessica geeft Jayden een liefdevol schouderklopje bij het weerzien. Maar niet alles is koek en ei. Kan Jayden in het weekeinde naar huis?, vraagt de groepsleiding. Jessica: „Vorige keer ging hij uit,hij moest met de laatste bus terugkomen. Belt hij op, dat een vriend met een scooter hem later thuis afzet. Ik zeg: Jij pakt de bus. Hangt-ie gewoon op.” Jayden: „Als jij schreeuwt, hang ik op, ja.” Jessica: „Als je thuis bent, moet je naar mij luisteren. Blijf anders weg.” De groepsleider stelt voor thuis een gezinshulp te laten komen. Jessica: „Daar heb ik geen vertrouwen in. Ligt het soms aan mij, dat ik wil dat hij de laatste bus neemt?”

Ze voelt zich niet happy, zegt Jessica op de terugweg. „Het blijft je kind, ik laat hem achter. Maar ik zie wel dat het eindelijk goed met hem gaat. Dan ben ik toch blij met jeugdzorg.”

De gegevens van Jayden en Jessica zijn geanonimiseerd om redenen van privacy.

mailIcon print |