In de visie op hoogbegaafdheid in het onderwijs is een kentering gaande. Het kabinet trekt er nu zelfs extra geld voor uit.
Het is nog niet eens zo lang geleden dat voorstanders van extra geld voor de allerslimsten in het onderwijs met zekerheid werden weggehoond. Als je intelligent bent en een hoog IQ hebt, dan kom je er uiteindelijk toch wel, was de leidende gedachte. Ook al zijn de lessen voor jou dan veel te saai.
Inmiddels is er een kentering gaande. Staatssecretaris Dijksma (PvdA, onderwijs) maakte deze week bekend tien miljoen euro uit te trekken voor hoogbegaafde leerlingen in het basisonderwijs. Dat is op de totale onderwijsbegroting een klein bedragje, maar tegelijk wel tekenend voor de omslag in het denken.
In een brief aan de Tweede Kamer legt Dijksma haar besluit uit. Het kabinet wil excellentie in het basisonderwijs stimuleren. Van de 1,5 miljoen leerlingen in het basisonderwijs zijn er ongeveer 39.000 hoogbegaafd. Hun IQ-score is 130 of hoger. Dat is ongeveer één leerling per klas. Leg je de lat iets lager, bij een IQ van 121 of hoger, dan is het percentage begaafde leerlingen zelfs tien procent.
Te weinig van deze leerlingen komen in het huidige onderwijs tot hun recht, blijkt uit onderzoek. Onderpresteren komt veel voor bij hoogbegaafde leerlingen. Dertig procent van de kinderen met een IQ van 130, en zelfs 60 procent van de allerslimsten met een IQ vanaf 150, behaalt ondermaatse resultaten.
Als oorzaken noemt de staatssecretaris het ontbreken van een intellectueel klimaat op basisscholen. Ook gebrek aan flexibele programma’s en weinig uitdagende lessen zijn schuld.
Daarnaast werkt de omgang met minder begaafde leerlingen remmend, want talentvolle leerlingen willen niet uit de groep vallen en richten zich naar de prestaties van hun vriendjes. Ze gaan dus bewust niet hun best doen. Vervolgens krijgen ze dan een te laag advies voor het voortgezet onderwijs. Slechts 64 procent van de hoogbegaafden krijgt een vwo-advies.
Basisscholen zien het probleem. Slechts 9 procent van de leerkrachten in het basisonderwijs vindt dat hoogbegaafde leerlingen op school voldoende worden uitgedaagd, staat weer in een ander onderzoek. En maar een kwart van de juffen en meesters vindt zichzelf capabel om deze leerlingen te helpen.
De politiek heeft intussen de neiging zich te richten op onderwijs aan kinderen met een achterstand, zegt de staatssecretaris. Daar wordt veel in geïnvesteerd en dus is het wel zo eerlijk om ook voor de allerbesten wat extra te doen.
De sterke lobby van ouders van hoogbegaafde leerlingen hamerde er al jaren op: onze kinderen hebben aandacht nodig. Hier en daar zijn schoolbesturen al begonnen met extra lessen of zelfs afdelingen voor de slimmeriken op de basisschool. Nu is ook de politiek om.
Het verlangen van deze ouders sluit aan bij de wens van het kabinet om Nederland als kenniseconomie beter op de kaart te zetten. Nederland produceert te weinig toptalenten in vergelijking met het buitenland. Misschien dat meer aandacht voor hoogbegaafden daar wat aan kan doen.
Onderwijssocioloog Sjoerd Karsten van de Universiteit van Amsterdam ziet er een cyclus in. Vijftig jaar geleden zaten de bollebozen van de lagere school nog op de eerste rij en kregen veel aandacht van de meester. In de jaren zestig en zeventig begon de periode dat juist de zwakke leerling aandacht kreeg. De slimmeren werden eerder afgeremd en belandden achterin de klas. Nu claimen de allerslimsten weer de voorste bankjes.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.