*

 
dossier

Angststoornissen

Angststoornissen: Wat is het?

Ricus Dullaert − 07/07/09, 15:07

Iedereen is wel eens bang. Het is heel normaal dat mensen af en toe angst ervaren. In moeilijke situaties is angst zelfs een nuttige emotie. Angst mobiliseert het voelen, denken en doen en brengt zo het lichaam in staat van paraatheid.

  • (\N)

Angst zorgt er bijvoorbeeld voor dat iemand wegloopt uit een gevaarlijke situatie en zo zichzelf in veiligheid brengt. Of dat iemand zichzelf kan verdedigen tegen een agressieve reactie van iemand anders, en zich op die manier beschermt. Kortom, angst zorgt ervoor dat iemand zich beschermt of verdedigt in gevaarlijke situaties.

Maar angst is niet altijd nuttig. Wanneer iemand bang is voor situaties die geen gevaar opleveren, kan angst hem belemmeren in zijn functioneren. Angst kan dan een probleem worden en zich ontwikkelen tot een stoornis. Bij een angststoornis houdt de angst langere tijd aan, de angst past niet bij de leeftijd van het kind en de angst belemmert het functioneren van het kind zowel thuis als op school en in sociale contacten. Verder houdt de angst tenminste zes maanden aan voordat men van een angststoornis spreekt.

Bij kinderen worden de volgende angststoornissen gezien.

Schoolfobie (specifieke fobie): Angst om naar school te gaan, te herkennen aan:

• schoolweigering

• lichamelijke klachten als de leerling naar school gaat

• panisch of agressief gedrag

Separatie-angst: Angst om van een belangrijk persoon gescheiden te worden, te herkennen aan:

• moeite om ’s ochtends naar school te gaan, vooral na het weekend of na de vakantie

• kan slecht alleen zijn

• heeft moeite om afscheid te nemen van zijn ouders

Sociale fobie: Angst om iets met anderen te ondernemen of om iets aan anderen te vertellen, te herkennen aan:

• wil het liefst alleen werken

• wil geen aandacht op zichzelf vestigen

• vermijdt sociale situaties

Posttraumatische stressstoornis: Heftige angstgevoelens na een traumatische gebeurtenis, zoals het overlijden van een bekende, te herkennen aan:

• heeft moeite om zijn gevoelens te uiten

• raakt snel in paniek bij gevoelige situaties

• kan heftig reageren

Paniekstoornis: Plotselinge paniekaanvallen, te herkennen aan:

• heeft angst voor bepaalde ruimtes

• heeft angst voor niet direct herkenbare situaties

• treedt vaak op in combinatie met pleinvrees

Gegeneraliseerde angststoornis: Neiging om veel te piekeren, te herkennen aan:

• heeft ‘piekergedachten’ tijdens het spelen, als er gewerkt wordt of als hij in bed ligt, zoals: ‘word ik oud, ga ik werk vinden of vindt de juf mij echt aardig?’

Obsessief-compulsieve stoornis: Gevoelde noodzaak om bepaalde handelingen steeds op dezelfde manier uit te voeren, te herkennen aan:

• kleedt zich altijd in dezelfde volgorde aan

• wil altijd volgens dezelfde route naar huis lopen

• wast heel vaak zijn handen

• moet een aantal dingen doen of aanraken

Angststoornissen zijn de meest voorkomende stoornissen in de kinderleeftijd. Vaak kan een angststoornis behandeld worden en dus overgaan.

Zie ook:

Wat kan ik doen als ouder?

Wat kan ik doen als docent?

Deze informatie werd mogelijk gemaakt door de CED-Groep. Meer weten over hoe u als school met ADHD om kunt gaan? Kijk op de website van de CED-Groep.

mailIcon print |