*

 
terug naar overzicht van alle berichten

Blogs

  • bekijk mijn berichten

Alle berichten

Ouders pas op, de scholen beginnen!

Een epistel over verkeersveiligheid, helmpje op, reflecterend hesje, goede remmen, of over een verdwaalde over-enthousiaste zich zelf respecterende leerplichtambtenaar die het luxe verzuim ook na de vakantie wil controleren? Nee, pas op ouders: het gaat over taal. Taal, taai, saai, niet fraai? Voordat u nu denkt, ik klik weg en ga verder s(m)urfen, vooral niet doen lees verder.

De scholen beginnen weer en mijn eerste advies is: kijk regelmatig 's ochtends (als u tijd heeft natuurlijk) in het laatje van uw kind. Uiteraard uit interesse, goh kind wat heb je toch weer goed gewerkt, en wat ziet het er fantastisch uit. Maar ook met een ander doel: wat doen ze op school aan taal. Andere vakken natuurlijk ook, maar die laat ik nu even buiten beschouwing.

Nadat u de leerkracht aan het begin van het nieuwe schooljaar enthousiast hebt begroet, vraagt u tussen neus en lippen door, juf/meester welke taalmethode gebruikt u? Wilt u indruk maken dan zegt u er en passant bij, ja ik weet dat de referentiekaders er aan komen en het team zal ongetwijfeld de vertaalslag hebben gemaakt naar de praktijk, maar ik ben toch zo ontzettend nieuwsgierig hoe dat gaat gebeuren. Het idee of de indruk wekken dat u hem of haar gaat controleren is natuurlijk niet zo verstandig. Slechte start van het nieuwe jaar, en meestal komt dat dan niet meer goed, of je zou Beatrijs Ritsema nog om raad kunnen vragen.

Dan komt het moment, de la gaat open. Op heel veel scholen zijn de bureautjes een vergaarbak van schriftelijke 'kennis' of te wel een onoverzichtelijke bende. De kans is groot dat u Taaljournaal of Taal in Beeld en Spelling in Beeld aantreft. De juf/meester staat dan naar alle waarschijnlijkheid met een loftrompet het vooral mooie lesmateriaal aan te prijzen. Wat er dan gebeurt, moet u goed in u opnemen. Wordt er gesproken over het prachtige materiaal (dus hoe mooi het is) of gaat het over de inhoud? Indien dat eerste het geval is, alarmfase 1. De kans is zeer groot dat de leerkracht niet boven de stof staat en dat ze klakkeloos de handleiding van de uitgever volgt en niet weet waar hij/zij het over heeft. Indien het wel over de inhoud gaat, dan goed opletten vanuit welke invalshoek de leerkracht een analyse geeft. Gezien de feminisering van het onderwijs houd ik het hier verder gemakshalve op een zij; hij kan natuurlijk ook, ik wil geen mannen buitensluiten. Staat ze het lesmateriaal aan te prijzen dan vraagt u waarom het zo'n goede methode is. Ook dan is het advies goed opletten: komt ze niet verder dan de handleiding en blijft ze hangen in vaagheden of staat ze boven de stof. Het kan natuurlijk ook dat de leerkracht het wel goed inziet, maar dat ze gevangen zit in het opgelegde systeem. Voor dat laatste heb je weer andere voelsprieten en een hoge mate van wederzijds vertrouwen nodig.

Vanwaar deze waarschuwing? Indien de school alleen bovenstaande methodes gebruikt is de kans redelijk groot dat uw kind met een beperkte taalkennis van de basisschool af komt, en als alleen dit lesmateriaal volgens de handleiding wordt gebruikt zal het geen goede scores halen bij de toetsen van het CITO LVS, en dat heeft weer effecten op de beoordeling van uw kind.

Wat een onzin zullen velen denken. Anne, je schrijft zelf beroerd... Het lesmateriaal wordt toch op honderden scholen gebruikt (kwantitatieve legitimatie), het is door deskundigen geschreven, het komt van een bekende uitgeverij en de Onderwijsinspectie zal het wel controleren. Je mag dan toch verwachten dat het goed is.

Dat laatste zou je ook mogen verwachten, net zoals heel veel andere zaken in onze ontwikkelde maatschappij. Maar de praktijk is weerbarstig. Wat is er mis? De belangrijkste punten zijn: verkennend leren, nadruk op het leren van processen en niet op de inhoud, te veel fysieke (!?) handelingen bij het maken van het werk, daardoor onrust in de klas, onvoldoende of slechte uitleg van de theorie, onvoldoende oefeningen en zeer magere toetsen, en weinig tot geen feedback. In het ergste geval worden je spellingsopgaven door je maatje, medeleerling, nagekeken. Schijnt educatief verantwoord te zijn. Kortom mooi verpakte lucht.

Ik zal u wat voorbeelden geven. Woordenschat: bij Taal in Beeld leer je hoe je de betekenis van woorden kunt leren. Leerlingen krijgen niet van de leerkracht de kennis, ze zoeken aan de hand van een stappenplan (zeer talig of heel visueel) naar de betekenis van woorden. Heel veel nuttige tijd gaat verloren en een groot aantal kinderen zal afhaken. Er wordt gebouwd op de veronderstelde taalvaardigheid die het kind al zou hebben. Maar die moeten ze nog leren, en wel van de leerkracht en goed lesmateriaal. Het gaat bij Taal in beeld primair om het proces en niet om het horen, zien, zelf opschrijven en het reproduceren van woorden. Er zijn geen lijstjes met woorden die ze moeten leren. Elke week is er 1 les woordenschat waar ze op een verkennende wijze de betekenis moeten leren. Na 3 weken is een blok klaar en dan is er in de 4e week een toets. Wat ze in die lessen hebben ''verkend'' is nadien niet meer aan de orde geweest, en voor een toets hoeven ze niet thuis te leren. 'Gelukkig' worden er maar 5 woorden (= resultante van een periode van 4 weken) gevraagd, en op zo'n manier dat het weer procesmatig in te vullen is.
Slechts een enkel woord van leeswoordenschat CITO LVS M8 is op die manier te beantwoorden. Voor de rest van de woorden heb je een actieve woordenschat nodig, die op school aangeboden moet zijn geweest. En dat gebeurt dus niet. Heb je als kind thuis een uitgebreide talige interactie met je ouders, dan zit het wel goed. Maar voor hen die dat niet hebben of niet talig zijn, is dat heel erg vervelend.

Het onderdeel spreken en luisteren is tijdverspilling (dag 2). Dat kan alleen met een zeer goede klassikale interactie van de leerkracht met de groep. Op basis van de methode gebeurt dat niet. Het wordt een les met onrust in de klas.

Ander voorbeeld: taalbeschouwing (dag 3). Daar valt je mond echt van open. Hier wordt bijv. geleerd hoe je een lijdend voorwerp in een zin 'vindt'. Let op: vindt. Niet eerst de theorie over taalkundig en redekundig ontleden maar meteen hoppa: een proces om iets te vinden. Als een leerkracht zich hier aan houdt dan leer je heel erg weinig. Er zijn te weinig oefeningen, en deze zijn niet consequent en duidelijk. De week daarna leer je op een gelijke manier het meewerkend voorwerp, en op basis van deze vluchtige exercitie moet je het daarna kunnen toepassen (ook zeer vluchtig) in een draak van een tekstje. De herhalingstaken zijn wat dat betreft iets beter. Daarin wordt uitleg gegeven en kan je nog een beetje oefenen. Maar het oordeel is dan al geveld, je had nl. een onvoldoende gescoord anders krijg je geen herhalingstaak (1 vel).

Voor de toetsen begrijpend lezen CITO LVS moet je het als leerling echt hebben van activiteiten die naast de methode door een leerkracht worden georganiseerd, of ook hier weer hoe actief je ouders thuis met je lezen.

Spelling in Beeld is van het zelfde laken een pak. De uitleg van de theorie is opgeleukt, maar niet te begrijpen. Je werkt met een werkboek, een klapper met summiere uitleg en codes, en daarnaast nog een schrift. Heel veel handelingen en weinig inhoudelijke kennisoverdracht. Een blok bevat 6 lessen. De woorden moeten opgezocht worden en komen hooguit 3 keer terug, dus echt goed oefenen is er niet bij. Dictees bestaan na 5 weken uit een controle dictee en een einddictee. Van iedere spellingscategorie worden er hooguit 5 woorden gevraagd. Een goede uitleg van het kofschip, de d's en t's wordt niet gegeven. Het wordt zeker niet geautomatiseerd.

Mijns inziens een zeer magere basis, in de eerste plaats voor het kind zelf, maar ook voor het maken van een entreetoets en een CITO eindtoets. Het vervelende is dat kinderen worden afgerekend op iets wat onvoldoende is aangeboden op school. En dat heeft effecten op de verdere mogelijkheden, loopbaan en zelfvertrouwen van een kind. Stel een leerkracht kijkt niet verder dan zijn methode-neus lang is, dan wordt een kind vanwege een slechte methode gestempeld en gediagnosticeerd. Zeer kwalijk. In de praktijk gebeurt dat heel veel. Het ligt in veel gevallen niet aan het kind maar aan het gebrekkige onderwijs.

Het is dus erg belangrijk om te zien wat je kind leert en wat onvoldoende aan bod komt. Het is een illusie te denken dat enkel en alleen met het afwerken van de methode je kind er dus wel komt. Aanvullend lesmateriaal als bijv. van Ajodakt en Vlekkeloos Nederlands van Dick Pak zijn dan ook aan te bevelen. Daarin staat kort en bondig de theorie beschreven en er zijn goede oefeningen.

De Onderwijsinspectie kijkt slechts naar de uitkomsten van het CITO LVS en naar de Eind CITO Toets. Methodes worden niet bestudeerd en lijken geen enkele rol te spelen in het gehele toezicht spectrum. Heel vreemd. Uitgangspunt moet m.i. zijn dat alle leerlingen in groep 8 de CITO LVS toetsen Spelling niet werkwoorden en Spelling werkwoorden foutloos maken en de stof kunnen dromen. Dat is de basis. Moeilijk is het niet, een kwestie van de juiste randvoorwaarden scheppen: degelijk (saai) lesmateriaal, rust en orde, en een leerkracht die ver boven de lesstof staat en het hele taalspectrum vanaf groep 1 tot en met 8 op haar netvlies heeft staan. Doet men dit goed op de basisschool dan zijn reparatiewerkzaamheden in het voortgezet onderwijs niet meer nodig.

Hiermee wil ik eindigen en iedereen een heel succesvol schooljaar toewensen, in het bijzonder Peter B. Dank voor het laatste duwtje.

@AnneRuinen

Trefwoorden: Taal in Beeld, taalonderwijs, basisschool, kwaliteit, spelling in beeld

Geplaatst door Anne Ruinen op 27/08/2011
Vindt u bovenstaand bericht beledigend of ongepast? Meld het ons.

Plaats een reactie!

Deel jouw mening met de andere bezoekers

Aan het laden ...


Berichten per trefwoord

Ook op Onderwijs