Romana Abels −
17/09/11, 07:00
Duizenden vertegenwoordigers van vakbonden, brancheorganisaties en medewerkers in het onderwijs protesteerden begin september tegen de bezuinigingen in het passend onderwijs.
© anp
Weg met de zesjescultuur. Dat is het beeld dat oprijst uit de begroting van het ministerie van onderwijs, cultuur en wetenschappen. Nederland moet opstoten naar de topvijf van kenniseconomieën, en de weg daarnaartoe loopt volgens dit kabinet vooral via de bollebozen.
In de maatregelen voor het onderwijs is een duidelijke lijn zichtbaar. Minder pappen, minder nathouden, meer porren en poetsen. Wie uitblinkt, mag niet langer worden weggezet als lullige studiebol, maar moet worden gekoesterd. Dat gaat gepaard met verschoven budgetten. Extra aandacht voor de nerd gaat ten koste van de aandacht voor de zwakkere scholier en student.
Het meest levert de langstudeerdersmaatregel op. Trage studenten moeten meer collegegeld betalen en ook instituten krijgen een boete per langstudeerder. De maatregel gaat in september 2013 in. Van het geld dat vrijkomt, profiteren leraren, die een hoger salaris kunnen krijgen als ze goed presteren.
Maar er komt ook geld vrij voor de inrichting van onderzoeksscholen, die 'universitair toponderzoek' moeten gaan leveren.
Passend onderwijsScholieren met een etiket, een gedrags- of leerprobleem, krijgen minder snel speciaal onderwijs. Zij krijgen 'passend onderwijs', in het jargon van de minister, hetgeen erop neer komt dat per saldo minder geld per zwakkere leerling te verspijkeren is.
Daarentegen wordt in het basisonderwijs het budget voor excellentie en talentontwikkeling bijna verviervoudigd. Scholen krijgen dat geld om het aanbod voor de slimmere leerling uit te breiden. Daarbij komt dan ook nog het extra geld dat de scholen krijgen voor het verbeteren van taal en rekenen, én de 25 miljoen die gemoeid gaat met de invoering van een centrale eindtoets.
Hoogbegaafde leerlingenOok het voortgezet onderwijs krijgt er geld bij voor excellente en hoogbegaafde leerlingen, terwijl er voor leerlingen uit achterstandswijken tien miljoen minder beschikbaar is. Wie heel slim is, mag sneller eindexamen doen, terwijl zittenblijven juist moet worden geremd.
Toch is er - in het basisonderwijs althans - ook een behoorlijk bedrag extra voor achterstandsleerlingen, vooral in de grote steden. Via kop- en voetklassen, voorschoolse educatie en zomerscholen moet voorkomen worden dat zij de Nederlandse resultaten in de internationale ranglijsten te ver omlaag trekken.