*

 

Een nederlaag voor de kinderen

08/10/07, 17:30

Vandaag sluiten drie islamitische scholen in Amsterdam hun deuren. Na de zomer gaan de leerlingen naar een orthodoxe school met zeer matig onderwijs. Staatssecretaris Dijksma betreurt dit laatste, maar had zij het kunnen voorkomen?

Het is ’onverantwoord’, schreef staatssecretaris Dijksma (onderwijs) deze week onomwonden. De islamitische basisschool As Siddieq in Amsterdam moet alle zeilen bijzetten om haar onderwijskwaliteit op peil te krijgen. Toch zal de school na de zomer liefst 522 leerlingen extra tellen, afkomstig van de drie Siba-scholen die vandaag officieel gesloten worden. Zelfs een goede school kan zo’n groei nauwelijks aan, aldus Dijksma, laat staan een school ’die de handen vol heeft aan zichzelf’.

Onverantwoord? De As Siddieqschool denkt daar anders over. Zij is niet van plan leerlingen te weigeren. De staatssecretaris kan haar niet dwingen en evenmin kan ze de ouders hun recht op een vrije schoolkeuze ontzeggen. En dus zal de As Siddieq na de zomer ruim dubbel zoveel leerlingen tellen als nu. Bijna niemand is blij met die uitkomst – maar kennelijk kon ook niemand die voorkomen. Hoe heeft het zover kunnen komen?

Het was al jaren duidelijk dat er iets aan de hand was met de drie scholen die onder het bestuur vallen van de Stichting Islamitische Basisscholen Amsterdam (Siba). Eén bestuurder is veroordeeld wegens fraude, een volgend bestuur kwam in conflict met personeel en ouders en verloor een rechtszaak daarover. En intussen kwamen twee van de drie Siba-scholen op de lijst van ’zeer zwakke’ scholen van de onderwijsinspectie.

In mei 2006 besloot toenmalig onderwijsminister Van der Hoeven om in te grijpen. Zij zette - op haar kosten - een interim-bestuur aan het werk om orde op zaken te stellen.

Eindelijk, verzuchtten de ouders. Maar die opluchting verdween snel; binnen enkele maanden verspeelde dit bestuur al het vertrouwen van ouders en leerkrachten, onder meer door zigzagbeleid op het gebied van het leerlingenvervoer van en naar school en de aankondiging dat een van de drie scholen gesloten zou worden.

Een belangrijke opdracht voor het interim-bestuur was ook het zoeken naar nieuwe, permanente bestuurders voor de Siba. Maar ook dat mislukte. Negen mogelijke bestuurders dachten er serieus over na, acht van hen durfden het uiteindelijk niet aan.

Vreemd was dat niet, want om de onderwijskwaliteit te verbeteren, was dringend geld nodig, en dat was er niet. Sterker nog, zelfs een kleine tegenslag kon de Siba-scholen aan de rand van een bankroet brengen. En vanwege het wanbeheer in het verleden wilde geen enkele verzekering de aansprakelijkheidsrisico’s van de nieuwe bestuurders dekken. Die risico’s moesten ze dus zelf op zich nemen, en daar schrokken ze voor terug.

Daarmee kwam de ondergang van de Siba-scholen heel dichtbij. Een poging om ze dan maar onder te brengen bij een ander schoolbestuur strandde. De openbare Esprit Scholengroep bleek bereid de scholen over te nemen, maar de ouders verzetten zich daartegen: zij eisten dat de scholen onder islamitisch bestuur bleven. Voor Dijksma restte toen nog maar één conclusie: het is ’onafwendbaar’ dat de scholen dichtgaan.

Formeel is het overigens niet de staatssecretaris die de scholen sluit. Dat kan ze alleen doen als de scholen officieel als ’zeer zwak’ aangemerkt staan en als pogingen om de kwaliteit te verbeteren op niets zijn uitgelopen. Dat geldt voor de Siba-scholen niet. Eén van de drie scholen is inderdaad zeer zwak - maar die school zou sowieso al sluiten omdat ze te weinig leerlingen trok. Een tweede Siba-school is onlangs door de inspectie van de lijst van zeer zwakke scholen afgehaald. En de derde Siba-school heeft nooit op die lijst gestaan.

Voor ouders en leerkrachten is dat zuur. ’Hun’ scholen zijn weliswaar niet goed, maar ook weer niet zo slecht dat ze dicht moeten. Dat dat toch gebeurt, is slechts het gevolg van het feit dat er geen bestuurders voor de Siba te vinden zijn - want dat is de enige officiële reden. Dijksma gaf de scholen slechts het laatste zetje door haar besluit om niet langer op te draaien voor de kosten van het interim-bestuur.

Over dat besluit zal de staatssecretaris zich nu misschien achter de oren krabben. Het effect ervan is het tegenovergestelde van wat zij beoogde. De ouders hebben hun kinderen niet aangemeld bij scholen met een beter bestuur en beter onderwijs, maar bij een school die toch al in de gevarenzone zit.

Want de As Siddieq is geen beste school, dat staat vast. De kwaliteit van het onderwijs is matig en vanwege het uiterst orthodoxe klimaat dat er heerst, staat de school onder scherp toezicht van de inspectie. Die houdt in de gaten of de school wel genoeg doet aan burgerschap en integratie. Een paar maanden geleden nog uitte de inspectie haar twijfels: de leerkrachten van de As Siddieq lijken niet overtuigd van de noodzaak daarvan.

De ouders van de Siba-leerlingen hebben reden om tevreden te zijn. De gemeente Amsterdam moet nu – gedwongen door haar eigen huisvestingsverordening – gebouwen zoeken waar de As Siddieq de sterke groei onderdak kan bieden. Het ligt voor de hand dat daarvoor de oude Siba-gebouwen aangewezen worden. Dat is precies wat de ouders wilden: onderwijs onder islamitisch bestuur bij hen in de buurt.

Maar de politiek komt woorden tekort om haar ongenoegen te uiten. Dijksma sprak afgelopen week in de Tweede Kamer over een ’nederlaag voor de kinderen’. „Die krijgen opnieuw een jaar lang niet het onderwijs waarop ze recht hebben”. Volgens GroenLinks-Kamerlid Dibi „praten we straks over sluiting van de As Siddieq”. En Verdonk (VVD) voorziet dat „negenhonderd kinderen binnenkort op zoek moeten naar een nieuwe school.”

Had dit alles voorkomen kunnen worden? Volgens de staatssecretaris bevestigt de gang van zaken de noodzaak van iets wat ze toch al van plan was: nieuwe regels waardoor ze eerder kan ingrijpen bij scholen waar iets aan de hand is. Dat geluid laten betrokkenen bij de Siba-scholen ook horen: had het ministerie eerder ingegrepen, dan was het niet zover gekomen.

Toch had een andere uitkomst wellicht ook zonder nieuwe regels bereikt kunnen worden. Illustratief is de gang van zaken rond het plan van de Esprit Scholengroep om de Siba-scholen over te nemen. Volgens de voorzitter van de Siba-ouderraad waren de ouders aanvankelijk best bereid daarover te praten. Maar een gesprek daarover werd steeds uitgesteld en vervolgens verloren de ouders het vertrouwen in dit plan.

Dat is misschien de belangrijkste misser van de hele serie beleidsmakers die zich met de Siba hebben bemoeid: ze hebben de ouders over het hoofd gezien. Die hebben het gevoel dat zij jarenlang verwaarloosd zijn. Eerst door hun eigen besturen, en toen het ministerie van onderwijs eindelijk ingreep, ook nog eens door bestuurders van buitenaf. Die spraken óver hen, en nauwelijks mét hen.

Dijksma heeft ongetwijfeld het allerbeste voor met de kinderen van de Siba-scholen, maar toen het erop aankwam, waren de ouders hun vertrouwen daarin al kwijt. En echt onbegrijpelijk is dat niet.

Onderwijswethouder Hennah Buyne van Amsterdam heeft de ouders die voor de As Siddieq gekozen hebben deze week per brief opgeroepen nog eens ’goed na te denken over uw keuze’. Die aandacht komt misschien wat laat.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />