Een groepje opgeschoten jongens loopt over straat, kletsend en lachend, op weg naar school. Opeens beginnen er twee te duwen en te trekken. De anderen sussen, en even snel als de beroering ontstond, is die verdwenen. De jongens gaan het gebouw van het Libanon Lyceum in – hier komt letterlijk de straatcultuur de school binnen.
Het Rotterdamse Libanon Lyceum is een gemengde school, op de grens van de arbeidersbuurt Crooswijk en het chique Kralingen. Het trekt leerlingen uit beide buurten. Probleemgedrag komt voor onder kinderen uit beide buurten, zegt conrector Ruud Paijens. „Die hockeyjongens en -meisjes die thuis alles krijgen, zijn op school niet altijd makkelijk.”
Maar inderdaad, ook Turkse en Marokkaanse kinderen kunnen lastig zijn. De analyse van Iliass El Hadioui helpt hun gedrag in beeld te krijgen; hij is een paar keer op school geweest om de aanpak van lastige Marokkaanse leerlingen te bespreken. „Het ligt voor de hand hun gedrag te verklaren uit hun Marokkaanse achtergrond”, zo vat Paijens die analyse samen. „Maar die jongens brengen niet de Marokkaanse cultuur de school binnen, maar de straatcultuur.”
’Respect’ is een belangrijk begrip in die cultuur. Jongens willen niet aangetast worden in hun eer, ook niet op school. „Dat eergevoel, ja”, zegt Paijens’ collega Erik Zevenbergen. Hij veegt een allochtone leerling daarom niet snel ten overstaan van de hele klas de mantel uit, maar neemt hem liever even apart. „Maar dat moet je eigenlijk met elke leerling doen.”
’Positieve aandacht’ is het sleutelbegrip op het Libanon. Al is het maar door iets simpels als een tekst op het mededelingenbord waarin leerlingen succes gewenst wordt met de ramadan. Paijens: „We geven de achtergrond van allochtone leerlingen een plek op school.”
De school zoekt daarnaast contact met de ouders. Volgens El Hadioui willen school en ouders hetzelfde van deze kinderen: dat ze zich fatsoenlijk gedragen, dat ze een diploma halen. Paijens herkent dat. „Of het goed gaat met een leerling moet een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid worden.”
Al een paar jaar houdt de school daarom themaochtenden voor Turkse en Marokkaanse moeders. Soms in hun eigen landstaal, „Dat is bijna not done, tegenwoordig”, weet Paijens. „Maar het is goed voor onze leerlingen.”
Ook de leerlingen zelf zijn soms verbaasd over al die aandacht. ’Waarom vragen jullie dat óns?’ luidde de reactie toen een groepje Marokkaanse tweede- en derdeklassers bij elkaar geroepen werd om over het schoolbeleid te praten.
Paijens: „Maar dan leggen we uit dat statistisch gezien de kans op uitval bij hen het grootst is, en dat we daarom van hen willen weten hoe de school hen het best succesvol kan maken.” ’Minder streng straffen’, bleek een wens te zijn, en daarnaast ’een eigen chillplek’, maar ook ’meer Marokkaanse leraren’.
Het is een uitdaging om de school gemengd te houden, zegt Paijens, maar uiteindelijk worden alle leerlingen er beter van. „Ze gaan van school met de wetenschap dat de Rotterdamse samenleving voor hen geen bedreiging is.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.