*

 

Scholen maken een potje van de band met ouders

09/12/08, 00:00

Besturen claimen ’vrijheid van onderwijs’ bij fusies. Maar vrijheid moet je verdienen.

Als onderwijskoepels komen met verwijten zoals ’waar bemoeit de politiek zich mee’ en ’de vrijheid van onderwijs wordt aangetast’, dan is het opletten geblazen. Maar in dit geval tast juist de reactie van de onderwijskoepels de vrijheid van onderwijs aan, niet de politiek.

Afgelopen week presenteerde de Onderwijsraad een rapport met als conclusie dat door vele fusies de afstand tussen ouders en de schoolbesturen te groot is geworden. Zo vallen bijvoorbeeld in Deventer alle scholen voor voortgezet onderwijs onder één schoolbestuur, het Carmelcollege. Wat valt er dan nog te kiezen voor ouders?

Het kabinet neemt het advies van de Onderwijsraad op hoofdlijnen over. Zo kan een schoolbestuur in de toekomst alleen nog maar tot een fusie besluiten, nadat een fusietoets bij de NMa goed is doorstaan. Een schoolbestuur moet bovendien zelf een toets uitvoeren, waarin het onderzoek doet naar de te verwachten effecten van de fusie. De resultaten daarvan moeten besproken worden met de medezeggenschapsraden waar ouders en docenten beiden zitting in hebben. Tenslotte krijgen ouders die niet tevreden zijn over fusies uit het verleden, in de toekomst het recht om die fusies ongedaan te maken. Het is duidelijk dat het kabinet het geluid van de onderwijsraad goed heeft verstaan.

De maatregelen vielen bij diverse besturenorganisaties in slechte aarde. Zij zien dit als een aantasting van de autonomie van de schoolbesturen. Bovendien herkenden zij de beschreven problemen niet. Deze reactie alleen al rechtvaardigt de voorgestelde maatregelen van het kabinet.

Onderwijsvrijheid is belangrijk, zoals we die in artikel 23 van de grondwet hebben vastgelegd. Belangrijkste boodschap is dat de school van de ouders is. Dat betekent dat ouders zich eigenaar moeten kunnen voelen van de school waar ze hun kinderen naar toesturen. Dat kan door betrokkenheid van ouders in de schoolbesturen, door ze nauw te betrekken bij belangrijke besluiten of bij de rapporten van de onderwijsinspectie. Hebben schoolbesturen en schoolleiders dat in de afgelopen jaren gedaan? De praktijk leert dat dit niet behoorde tot de kernactiviteiten van menig schoolleider of bestuurder.

’Ouders zijn niet geïnteresseerd in wat er op een school gebeurt’, of ’we proberen al jaren de ouders in de medezeggenschapsraad te krijgen, maar niemand wil daarin’, zijn de standaardreacties van schoolbestuurders. Die zijn te gemakkelijk.

Op vele scholen zijn er wél voldoende ouders beschikbaar, omdat de schoolleiding uitstraalt dat ze medezeggenschap belangrijk vindt. Daar vullen ouders enquêtes wél en masse in omdat de school bewezen heeft deze serieus te nemen. Daar zijn ouders bereid om als gesprekspartner van de schoolleiding te dienen. En dat geldt voor elk type onderwijs, in de grote stad of op het platteland, op witte en zwarte scholen. Als de schoolleiding een welkome houding uitstraalt, komt de betrokkenheid van ouders vanzelf.

Natuurlijk gaan veel scholen en schoolbesturen wel op een goede manier met de ouders om. Die scholen hebben ook niets te vrezen. Helaas zijn er besturen die wel aanleiding hebben gegeven tot de voorgestelde maatregelen. Want zij hebben zich losgeweekt van de ouders. Als deze scholen hun beleid aanpassen hoeft de Kamer de voorgestelde maatregelen niet in te voeren. Dat is een gepaster antwoord van de falende scholen dan de verongelijkte reacties die we nu horen.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />