Vanwege een incident met een homoseksuele leraar op een reformatorische school staat nu de vrijheid van onderwijs ter discussie. Maar ouders kiezen graag zelf.
Bijna honderd jaar na de instelling van de vrijheid van onderwijs staat het onderwerp nog prominent op de publieke agenda. De Raad van State heeft op verzoek van het kabinet een advies geschreven over de mogelijkheid van scholen om homoseksuele leraren te weren. Op dit moment wacht de Tweede Kamer op de reactie van het kabinet op dit advies.
Twee weken geleden verscheen een artikel in deze krant waarin werd voorgesteld om de vrijheid van onderwijs maar helemaal af te schaffen. De aanleiding was een arbeidsconflict tussen een school voor reformatorisch onderwijs en een homoseksuele leerkracht. Nu lijkt het bon ton te zijn in het huidige politieke debat om op basis van één incident een beleid met een geschiedenis van honderd jaar overboord te gooien, maar of we daar de samenleving en het onderwijs een dienst mee bewijzen is ernstig de vraag.
De vrijheid van onderwijs betekent, dat ouders de mogelijkheid hebben om een school te kiezen die aansluit bij hun opvattingen over hoe onderwijs gegeven moet worden en bij hun levensbeschouwing. Dat is een verworvenheid die al door Groen van Prinsterer in het midden van de negentiende eeuw werd bepleit en gerealiseerd. Tot aan 1795 hadden de kerken een belangrijke rol gespeeld in het onderwijs in Nederland. Als gevolg van de Franse bezetting werd een strikte scheiding tussen kerk en staat doorgevoerd. Die was zeer rigide, waardoor het christelijke karakter van het onderwijs volledig verdween. Dat was tegen het zere been van een groot deel van de Nederlandse bevolking. Die meenden dat onderwijs niet waardenvrij kon worden gegeven. Ze stichtten eigen scholen, die ze zelf betaalden. Na een jarenlange discussie werd in 1917 bepaald, dat bijzondere scholen een gelijke bekostiging zouden krijgen als openbare.
Ouders hebben een visie op wat ze hun kind willen meegeven als bagage voor hun verdere stappen in hun leven. Die zijn niet voor iedereen gelijk, maar komen voort uit hun levensbeschouwing en mensvisie, en vertalen zich in waarden die volgens hen van belang zijn voor de vorming van hun kind. Dan gaat het niet alleen om met mes en vork eten, maar over hoe je met andere mensen omgaat, welke opdracht je als mens in een samenleving hebt en hoe je met de schepping omgaat, om maar enkele voorbeelden te noemen.
De opvoeding stopt niet bij de deur: ook de gebeurtenissen buiten hebben invloed op de vorming van een kind. Op straat, op de voetbalvereniging en op school. Net zoals ouders voor hun kind een sportvereniging uitzoeken waarvan zij denken dat hun kind er het beste gedijt, - een teamsport of een individuele sport, behendigheidssport of een duursport – zo willen ouders ook kunnen kiezen voor een school die volgens hen het beste bij hun kind past. En een van de aspecten waar de ouders op kunnen letten is de identiteit van een school.
Meer dan zestig procent van de Nederlandse ouders stuurt hun kind naar het bijzonder onderwijs. Daarnaast is er nog een forse groep die in het openbaar onderwijs kiezen voor een bepaald onderwijsconcept: Dalton, jenaplan of montessori bijvoorbeeld. Kortom: een overgroot deel van de Nederlandse ouders kiest doelbewust voor een andere onderwijsvorm dan het reguliere openbaar onderwijs. Ouders vinden dat dus van groot belang.
Los van de behoefte van ouders om zelf te kunnen kiezen zijn er meer voordelen van onderwijsvrijheid. Vrijheid is gekoppeld aan verantwoordelijkheid. Als er een vrijheid is tot kiezen, brengt dat bij de mensen die mogen kiezen over het algemeen ook een grotere betrokkenheid met zich mee. Omdat mensen bewust een keuze hebben gemaakt, voelen ze zich verantwoordelijker voor de school en helpen ze die zonodig een handje bij allerlei taken. De betrokkenheid van ouders bij het Nederlands onderwijs is internationaal gezien uniek. Ook dat is belangrijk.
Als alleen de overheid verantwoordelijk is voor het onderwijs ontstaat een onverschilligheid, die allerlei gevaren oplevert. Want de inhoud van het onderwijs en de manier waarop het wordt gegeven zijn niet voor altijd gegeven. Ontwikkelingen in de samenleving moeten hun weerslag vinden binnen het onderwijs. En dat kan alleen als de samenleving zich betrokken voelt bij het onderwijs. Daarom is de vrijheid van onderwijs zo’n belangrijk goed, niet alleen voor het verleden, maar juist ook voor het nu en de toekomst.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.