*

 
dossier

Bioblitz

Meer dan honderd soorten en een ijsvogeltje toe

Hans Marijnissen − 13/09/10, 00:00

Trouw-lezers onderzochten deze zomer de biodiversiteit in hun tuin en stuurden hun lijstjes met trofeeën naar de redactie. Conclusie: Zelfs een kleine tuin kan rijk zijn, als de eigenaar maar creatief is.

  • (Trouw)

Deze zomer een tuinliefhebber gezien met het hoofd tussen de planten en de billen omhoog? Een tuintafel vol met lege jampotjes? Schepnetten in de vijver en een wit blocnote waarin de vangst werd genoteerd? De kans is groot dat u een van de deelnemers aan de Trouw Bioblitz heeft gespot. Dat u als het ware waarnemer van een waarnemer was.

Eigenaren van een stadstuintje en trotse bezitters van een balkon hebben vanaf het begin van de zomer via de Trouw-site hun eigen bioblitz kunnen uitvoeren. Met deze korte inventarisatie waarvan de spelregels op 10 juli in deze krant stonden, konden ze de biodiversiteit van hun ’eigen natuur’ vaststellen.

De term bioblitz stamt uit 1996 toen de Amerikaanse National Park Service in korte tijd de soortenrijkdom van verschillende natuurparken moest vaststellen.

De laatste jaren groeit de populariteit van de bioblitz onder grotestadsbewoners. Trouw bracht de bioblitz naar Nederland in het kader van het jaar van de biodiversiteit.

Als aftrap onderzochten vier ecologen de soortenrijkdom van een Amsterdamse stadstuin en legden uit hoe lezers te werk moesten gaan. Verwijzingen naar websites en literatuur moesten het determineren vergemakkelijken.

Duizenden abonnees en gebruikers van de Trouw-site lazen de handleiding. Via de post en de site stuurden zij hun lijsten met aangetroffen soorten.

Mevrouw W. Kuiper-Verkuyl (83) uit Almen moet over een paradijs beschikken. Zij kwam tot een determinatielijst van 145 soorten planten, reptielen en zoogdieren. Van winterkamperfoelie tot reuzebalsemien, van havikskruid tot gevlekte dovenetel. En daartussen trof ze boomkruipers, een keep en koperwieken.

„Het was inderdaad een enorme lijst die ik in een paar dagen heb samengesteld. Maar ik moet er wel bij vertellen: de vorige eigenaar heeft in de tuin van 1100 vierkante meter stekjes gezet uit de Bel Monte-universiteitstuin uit Wageningen. Daarom beschik ik over prachtige witte papierberken en de Magnolia sieboldii, met witte klokbloemen. En niet te vergeten de Judasboom. Maar ik ben misschien nog wel blijer met de boscyclaampjes die hier groeien en met mijn wilde en gekweekte bosaardbeitjes die zich hebben gekruist.”

Frauke Siert uit Vught telde bijna 150 soorten min of meer geneeskrachtige kruiden in haar tuin, veel insecten en in en rond het water levende dieren als libellen, kikkers, en watersalamanders. „Ondanks onze katten brengen speciale vogels zoals de grote gele kwikstaart en de ijsvogel ons een bezoek.” Op de Trouwsite nodigt ze iedereen uit eens te komen kijken, maar wel eerst een afspraak maken graag.

Het erf van Jeanette Essink uit Koekange ligt in het zogenoemde slagenlandschap in Zuidwest-Drenthe en is een halve hectare groot. De bodem is zand op veen. Het perceel wordt omzoomd door heel oude zomereiken, die op zich al een geweldige gastheer zijn. „Ruim zestien jaar geleden zijn er veel inheemse bes- en vruchtdragende bomen en struiken aangeplant; de schapenwei werd omgetoverd tot een wilde plantenwei, vijvers werden aangelegd en borders en muren werden beplant met insecten- en vlinderlokkende planten en struiken. We hingen nestkasten op en legden takken- en rommelhopen aan. De tuin moest een podium zijn voor allerlei vogels, insecten, vlinders, amfibieën en zoogdieren.”

De biodiversiteit is in de loop van de jaren enorm toegenomen, schrijft Essink. „Het aantal soorten vogels dat hier broedt, is groot; daarnaast zijn er nog heel veel andere soorten die hier foerageren, schuilen of tijdelijk verblijven als wintergasten. Als kers op de pudding verschijnt heel soms de ijsvogel, voor wie een mooie tak als uitkijkpost boven een van de vijvers is aangebracht. En momenteel hoor ik nog bijna dagelijks de heerlijk muzikale en gevarieerde riedel van de spotvogel; het is alsof hij zingt: ’Je hoort me wel, maar je ziet me niet’. En zo is het.”

De tuin van Johan Timmer uit Zeist was toen hij in 1985 zijn huis betrok al jaren verwaarloosd. Hij heeft daarom 6 kubieke meter klei laten storten en die over de 300 vierkante meter tuin verspreid. „Naast die klei bracht ik mergelblokken en schelpen op, daarnaast maakte ik compost van het tuinafval in twee silo’s. Tijdens mijn afstudeeropdracht naar het voorkomen van stinzenflora in Zuidoost-Utrecht verzamelde ik planten die me werden afgestaan door eigenaren, tuinlieden en liefhebbers. Vandaar dat een deel van mijn planten uit stinzenflora bestaat of uit planten die in hetzelfde milieu worden aangetroffen.”

Zijn enorme lijst van soorten die hij aantrof, sluit hij af met mansoor, robertskruid, lelietje-der-dalen, voorjaarszonnebloem, donkere ooievaarsbek, rotsooievaarsbek en grootbloemige muur.

Ingrid de Geus had een keurig aangelegde tuin, maar is deze nu aan het omvormen tot een natuurlijke tuin. „Twee jaar geleden kwam er een wilde bloemenwei bij in plaats van het grasveld. Daarnaast hebben we veel fruit: appels, aalbessen, bramen, druiven, morellen. Door de vele schuilplekken in onze tuin is er ook verborgen leven, zoals de padden die we twee keer per jaar per ongeluk tegenkomen. Dit jaar hadden we ineens een krekel, die ’s avonds gezellig geluid maakt. De vlinderstruik en de waardplanten leveren atalanta’s, koninginnepages, landkaartjes, witjes en ook een blauwtje.”

Theo Leussink uit Doorn heeft een dorpstuin van slechts vijftien vierkante meter, een perceeltje aan de westelijke kant van de Utrechtse Heuvelrug. In de ondergrond van de tuin trof hij schraal dekzand aan. Maar daar liet hij het niet bij zitten. „De afgelopen jaren heb ik mijn tuin verrijkt met uitgestrooide kalk.”

Vervolgens heb ik er kalkrijk zand aan toegevoegd uit Zuid-Limburg, Zuid-België, Frankrijk en Jutland. Uit dit ’geïmporteerde’ zand zijn veel zaden tot ontwikkeling gekomen en die hebben gezorgd voor een opvallende diversiteit aan planten waaronder een aantal rode-lijstsoorten. Met echt bitterkruid, wolfspoot en blaassilene is er een flora ontstaan die vergelijkbaar is met de kalkflora van Zuid-Limburg.”

Ook meldt Leussink dat hij twee grote bakken in de tuin heeft gezet die water opvangen waardoor een biotoop is ontstaan die de plasdras van een veengebied benadert. Wat hij maar wil zeggen, je hoeft geen grote tuin te bezitten om toch een grote biodiversiteit te creëren.

mailIcon print |