Van onze redactie wetenschap −
01/09/11, 10:30
©ANP
Dierenartsen moeten stoppen met het voorschrijven van bepaalde antibiotica aan vee. De middelen, waar grootschalige resistentie tegen dreigt te ontstaan, dienen te worden gereserveerd voor de mens.
Andere antibiotica mogen nog wel bij dieren worden gebruikt, maar onder strengere voorwaarden dan nu het geval is. De Gezondheidsraad, het belangrijkste adviesorgaan van de regering op het gebied van de volksgezondheid, dringt bij het kabinet op deze maatregelen aan om te voorkomen dat de mens steeds meer last krijgt van ziekteverwekkers die resistent zijn tegen meerdere soorten antibiotica.
Het vorige kabinet had om het wetenschappelijk onderbouwde advies gevraagd vanwege de toename van slecht behandelbare infecties bij de mens, veroorzaakt door resistente bacteriën uit de veehouderij.
Het nijpendste probleem, schrijft de Gezondheidsraad, zijn de snel oprukkende ESBL-bacteriën. Deze zitten veel op kippenvlees. Ze zijn resistent tegen een reeks antibiotica, waaronder penicillines.
Dit bemoeilijkt de behandeling van patiënten. Een eenvoudige blaasontsteking kan dan zelfs levensbedreigend worden. Ook de resistente bacteriën MRSA en VRE veroorzaken veel problemen.
Het relatief nieuwe middel tigecycline moet niet voor vee worden toegelaten, stelt de Raad. Diverse andere middelen die nu gelden als laatste redmiddel voor mensen met een ESBL-infectie, moeten bij dieren geheel worden verboden of sterk teruggedrongen. Meestal kan dit al op korte termijn. Maar in een enkel geval, zoals bij het middel colistine, moet er eerst een alternatief worden gevonden voor de behandeling van zieke dieren.
Antibiotica in de veeteelt zijn al langer een heet hangijzer. Vorig jaar eiste de toenmalige minister van landbouw, Gerda Verburg (CDA), dat het gebruik van antibiotica in 2013 moest zijn gehalveerd. Dierenartsen schreven destijds een slordige 500 ton per jaar voor.
De middelen worden vaak niet gebruikt voor een behandeling tegen een ziekte, maar preventief, om de groei van een dier te bevorderen of zelfs om de melkproductie van drachtige koeien te stoppen, zodat er voldoende voedingsstoffen overblijven voor het ongeboren kalfje.
De voorzitter van de Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde, Ludo Hellebrekers, is blij met het advies. "Het onderschrijft de noodzaak tot verandering die we met onze richtlijnen al hebben ingezet.
"Dit jaar halen we naar schatting een reductie van 20 procent. De halvering in 2013 moet ook lukken als iedereen zich inspant", aldus Hellebrekers.
De veehouderij moet dan volgens de Gezondheidsraad wel diervriendelijker en kleinschaliger worden, iets wat de consument zal merken aan de prijs van het vlees.