*

 

Het is niet zo raar dat papa in zichzelf praat

Michiel de Vries − 11/12/08, 00:00

Het stripboek ’Gestoord’ moet jongeren helpen zich te verplaatsen in het ziektebeeld van psychiatrisch patiënten.

  • (Trouw)
  • Tekening uit ¿Gestoord¿. De makers van dit stripboek willen tieners ¿raar¿ gedrag leren begrijpen. (Trouw)

Waarom praten sommige mensen in zichzelf? Wat is een psychose en hoe leg je een kind uit dat zijn moeder schizofrenie heeft? Vandaag wordt het boek ’Gestoord’ gepubliceerd. Bedoeling van de makers is, om tieners ’raar’ gedrag te leren begrijpen.

Het boek is een initiatief van Arjen Bergman, werkzaam bij het inloophuis psychiatrie in Leiden. Bij het ontvangen van klassen bij het GGZ-informatiepunt merkte hij dat bestaande folders over psychiatrie te ingewikkeld waren voor kinderen. Met dit werk hoopt hij een alternatief te bieden.

De 19-jarige Sandra Heemskerk, die het boek vandaag krijgt aangeboden, is er blij mee. Zij kreeg als scholiere te maken met een psychiatrische aandoening. Ze verloor het contact met haar vrienden en zat lange tijd depressief thuis. Sinds september behartigt ze de belangen van jongeren met een psychische ziekte.

„Voor kinderen is informatie over stoornissen heel belangrijk”, zegt Sandra. „Vrienden hebben meestal weinig begrip als er iets met je misgaat, terwijl het juist op die leeftijd belangrijk is om met hen contact te onderhouden. Zelf kun je vaak ook maar moeilijk uitleggen wat je mankeert.”

’Gestoord’ bestaat voor de helft uit een stripverhaal van de Belgische tekenaar Steven Dupré en gaat over een man die aan psychoses lijdt. „Het is heel uitzonderlijk dat een gewone kinderstrip zoiets uitbeeldt”, zegt hulpverlener Bergman.

In de andere helft van het boek wordt er onder andere aandacht besteed aan een anorexiapatiënt, een autist en een jongen die zo depressief is dat hij zelfmoord wil plegen.

Met voorbeelden en heldere teksten hebben de schrijvers geprobeerd om aan te sluiten bij de belevingswereld van de doelgroep. Mensen met psychische problemen doen soms ’raar’ of ’irritant’, en dit komt ’doordat er iets mis is in hun hersenen’.

Volgens Bergman zitten er in elke klas wel leerlingen met psychische problemen. „Maar er wordt maar weinig aandacht besteed aan hoe je daarmee om moet gaan”, vindt Bergman. „Het is taboe om over aandoeningen te praten. Daardoor worden patiënten vaak buitengesloten. De ziekte alleen is niet het ergste, het probleem is dat veel sociale contacten stuklopen doordat mensen de patiënten niet begrijpen.”

Maar is de schoolklas de geschikte plaats om over dit soort gevoelige problemen te praten? Bergman denkt van wel: „Veel docenten zijn huiverig om het in de klas te bespreken, maar ik vind dat ze dat juist moeten doen. Kinderen weten niet waarom sommige mensen zich vreemd gedragen, of denken ten onrechte dat zij de enige zijn die iets overkomt.”

Het stripboek is te bestellen via het GGZ Informatiepunt Leiden

mailIcon print |