Het bericht dook deze week in diverse kranten op, ook in Trouw. ’Vette vis is goed voor de oren’, luidden de koppen. Lekker duidelijk, dat wel. Maar helaas veel te stellig, zegt de vorige maand gepromoveerde Wageningse voedingswetenschapper Carla Dullemeijer, op wier onderzoek alle berichten waren gebaseerd.
In werkelijkheid weet de deskundige niet of vette vis het gehoor beschermt. Observaties die ze bij ouderen gedaan heeft, wijzen wel in die richting, maar laten nog geen harde conclusies toe.
In theorie zit er best iets in, in het idee dat vis de oren scherp houdt. Daarom wilde Dullemeijer er ook onderzoek naar doen. De achterliggende gedachte is dat omega-3-vetzuren, die veel in visolie zitten, goed zijn voor het hart en de bloedvaten. Het binnenoor, dat geluiden omzet in zenuwsignalen, wordt door één kwetsbaar bloedvat gevoed. En dus is het niet zo gek om te veronderstellen dat vette vis, via een effect op dit vat, indirect ook het gehoor beschermt.
Om de theorie aan de praktijk te toetsen, bestudeerde Dullemeijer ruim zevenhonderd ouderen tussen de 50 en 70 jaar zonder gehoorschade. Ze keek naar de concentratie visvetzuren in hun bloed; die is hoger naarmate we vaker vette vis eten. In de drie jaar na de meting gingen mensen met de hoogste concentraties er het minst in gehoor op achteruit. Dat wil zeggen: vrijwel iedereen had na afloop een harder geluid nodig om lage en hoge tonen te horen. Maar de ’vissigste’ proefpersonen hoorden de lage tonen 1,2 decibel eerder dan de minst vissige. Voor hoge tonen was zo’n verschil er niet.
Hoe aantrekkelijk ook, je mag deze bevinding niet zomaar vertalen in de populaire boodschap dat vis goed is voor de oren. Ten eerste omdat de onderzoekster niet de visconsumptie heeft gemeten, maar de hoeveelheid visolie in het bloed. Die twee hangen met elkaar samen, maar zijn niet één op één uitwisselbaar.
Ten tweede is het gevonden verband tussen visolie en het gehoor niet per se causaal. Wie weet werd het gehoor van viseters eigenlijk beschermd door iets anders, bijvoorbeeld doordat zij sowieso gezonder leefden.
Ten derde was de feitelijke winst heel klein. Van een gehoordrempel die 1,2 decibel hoger of lager ligt, merk je in de praktijk nagenoeg niets. Als vis dus al wérkt tegen de achteruitgang van het gehoor, is het nog maar de vraag of het ook echt hélpt.
Duidelijkheid hierover krijg je alleen via onderzoek waarin je sommige ouderen jarenlang vette vis laat eten en andere niet. „Zulke studies zijn duur”, zegt Dullemeijer. „Ik zou daar pas aan beginnen als ons resultaat ook in andere onderzoeken wordt gevonden, om toeval uit te sluiten.”
Journalisten hadden kennelijk geen boodschap aan die nuances. Ze namen simpelweg het ANP-bericht over, dat tot overmaat van ramp eindigde met de mededeling dat het vooral om ’zalm, makreel en paling’ ging, en dat visolie ook te koop is in capsules...
„Zo lijkt het net of we er al zijn”, verzucht Dullemeijer. „In werkelijkheid hebben we nog een lange weg te gaan. Je kunt mensen echt nog niet aanraden om vis te eten voor hun oren. Wel voor hun hart- en bloedvaten. Dat advies – twee keer vis per week, waarvan één keer vet – blijft gewoon staan.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.