Blindeninstituut Bartiméus in Doorn heeft terecht het zorgcontract met een meervoudig gehandicapte bewoonster opgezegd. Met de ouders van de vrouw was geen vertrouwensrelatie meer mogelijk. Dat heeft de rechtbank in Utrecht gisteren bepaald in het kort geding dat de ouders van de vrouw tegen Bartiméus hadden aangespannen.
Die liggen al jaren met het instituut in de clinch omdat zij vinden dat hun dochter niet de juiste zorg krijgt en wordt verwaarloosd. Dat zou onder meer blijken uit een ongeval in het zwembad van Bartiméus en uit het niet behandelen van oogklachten.
De ouders wezen bemiddeling in het conflict af, waarna Bartiméus in november vorig jaar besloot om het zorgcontract op te zeggen. Volgens de rechter heeft het instituut zorgvuldig gehandeld en ’zich van meet af aan voldoende ingespannen om een oplossing voor de ontstane situatie te zoeken’.
De vrouw –ernstig slechtziend, matig verstandelijk gehandicapt en ernstig motorisch beperkt– woont sinds de zomer bij haar ouders in Utrecht. Ze maakt nog wel gebruik van de dagbesteding en fysiotherapie van Bartiméus. Vanaf 1987 woonde de vrouw in het blindeninstituut.
In 2004 begon de onenigheid over de zorg en ondersteuning die de vrouw zou moeten krijgen. De ouders bestookten het instituut met telefoontjes en e-mails en dienden klachten in bij de Inspectie voor de gezondheidszorg en bij de klachtencommissie van Bartiméus. Afgelopen zomer probeerde Bartiméus tot afspraken met de ouders te komen. Zij zouden alleen nog via een tussenpersoon met de groepsleiding communiceren en hun dochter niet tussentijds in de woongroep bezoeken om onrust te voorkómen. De rechter vindt het ’alleszins begrijpelijk en redelijk’ dat Bartiméus voorwaarden aan de terugkeer stelde.
De ouders gingen niet akkoord. Naar hun zeggen kost de dagelijkse verzorging van hun dochter zoveel tijd en energie, dat zij niet aan bemiddeling kunnen meedoen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.