De enige nog levende getuige in de zaak-Heinrich Boere, mededader Jacob B. uit Rotterdam, herinnert zich bijna niets meer.
Vaag, heel vaag weet de 88-jarige oud-SS’er Jacob B. nog dat hij op een avond in 1944 in een winkel in Breda aanwezig was bij de liquidatie van apotheker Fritz Bicknese. Ja, SS’er Heinrich Boere was bij hem. „Nee, ik heb niet geschoten, ik heb nooit geschoten, ik had niet eens een wapen”, zei B. gisteren tegen de rechtbank in Aken. „Ik stond naast Boere. Toen viel er ineens een schot, die meneer is na dat schot meteen gevallen. Wij zijn direct weer weggegaan.”
Die vier zinnen waren zo ongeveer het langste antwoord dat B. gisteren gaf. Nors en nukkig reageerde de Rotterdammer op vragen van rechtbankpresident Gerd Nohl. Vaak met een ontkenning, nog vaker met ’ik weet het niet’ of ’ik kan het me niet herinneren’. Er zijn dan ook 65 jaren verstreken sinds de Silbertanne-moord op de Bredase apotheker Bicknese. Het was een vergeldingsactie voor een verzetsdaad. Boere heeft al bekend, zijn kompaan B. heeft er zijn straf al voor uitgezeten.
Hij gaf toe dat hij alleen met Boere de apotheek was binnengegaan. Dan moet Boere geschoten hebben, opperde de rechter. „Weet ik niet”, antwoordde B. „Ik heb geen wapen gezien, alleen dat schot gehoord.”
Gisteren herriep B. feitelijk zijn eerdere bekentenissen, afgelegd kort na de oorlog. „Ik weet niet precies meer wat ik toen gezegd heb, ik weet alleen wat ik niet gedaan heb”, zei hij. „Maar vond u het vonnis van de rechtbank dan wel rechtvaardig”, vroeg rechter Nohl. B. was eerst ter dood veroordeeld en kreeg later levenslang. In 1958 kwam hij na 13 jaar vrij. „Ja, ik had wel straf verdiend, maar of die straf rechtvaardig was, dat weet ik niet”, zei B.
B. werd drie uur lang via een beeldverbinding met de rechtbank in Rotterdam verhoord, in aanwezigheid van een Nederlandse rechter-commissaris. De man had geweigerd naar Duitsland te komen. Maar hij had geen enkele behoefte de Duitse justitie te helpen bij een veroordeling van Boere, zo bleek. De getuige had zo weinig te vertellen dat Boere zelf even in slaap sukkelde.
Wel maakte B. duidelijk dat hij als lid van het moordcommando dat in opdracht van de Duitsers willekeurige Nederlandse burgers moest liquideren, bevelen niet kon weigeren. „Wij waren altijd bang dat we zelf zouden worden doodgeschoten.” De zaak wordt op 28 januari voortgezet, mogelijk al met het requisitoir.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.