De veelbekroonde Heddy Honigmann keerde terug naar Peru voor een documentaire, maar is ook met een speelfilm bezig.
Heddy Honigmann keerde voor haar nieuwe documentaire ’El Olvido’ (Vergetelheid) terug naar haar geboorteland Peru, om met kenmerkende scherpte de verhalen van de kleine luyden vast te leggen, winkeliers, obers en straatkinderen. „Dit is een film tegen het vergeten”, zo vertelt de filmmaakster, inmiddels terug in haar huis aan de Amsterdamse gracht. Maandag is de première op het Nederlands Film Festival.
’El Olvido’ herbergt een groot gevaar: de westerse filmploeg die in de derde wereld schoenpoetsertjes gaat filmen, en niet verder komt dan de sentimentele, toeristische blik. Heddy Honigmann (56) filmt een schoenpoetsertje op een groot plein in het centrum van Lima, het Plaza San Martin. Maar door haar lens wordt het zwijgzame jongetje opeens een karakter.
„Ha, dat komt omdat ik hem even zorgvuldig film als iemand die tekst heeft”, weet Honigmann. „Ik keer ook steeds naar hem terug, zoals ik terugkeer naar de kinderen die op straat – tussen het drukke verkeer – acrobatische kunstjes doen. Om mensen gestalte te geven, moet je echt elke ochtend of elke avond ter plekke zijn. Dat kost veel tijd, maar het loont wel. Ik moet zeggen dat daar dan ook wel werkdagen van dertien uur bij zitten. Ik vergeet tijdens het draaien ook gewoon dat ik al drieëntwintig jaar MS (Multiple Sclerose) heb, en niet meer zo goed ter been ben. Kijk, dit is mijn wandelstok. En ik heb nu ook zo’n invalidenwagen gekocht, een ruime, eentje die niet op de stoep past.”
Veertien jaar zijn er verstreken sinds Honigmann met haar bekroonde documentaire ’Metaal en Melancholie’ (1994) vanaf de achterbank van taxi’s in Lima de ’superinflatie’ in beeld bracht. Honigmann was in 1978 naar Nederland gekomen, via Rome, waar ze aan de filmschool had gestudeerd. Ze trouwde met filmmaker Frans van der Staak, die in 2001 overleed. „We waren inmiddels gescheiden, maar nog steeds vrienden”, vertelt Honigmann, die reuze opgetogen is over de toelating van haar zoon Stefan van der Staak aan de Filmacademie in Amsterdam.
In ’Metaal en Melancholie’ toonde Honigmann hoe de hele middenstand in Peru was weggevaagd. Iedereen probeerde geld bij elkaar te scharrelen met het besturen van taxi’s. In ’El Olvido’ draait het opnieuw om de dienstensector. „Het zijn mensen die geen stem hebben, maar wel keihard werken om te overleven. Deze mensen raken mij. Het zijn geen bedelaars of zwervers, maar altijd mensen die iets doen. De een maakt een cocktail, de ander repareert een portemonnee. Op straat doet een jongen een kunstje met een bal. Een meisje maakt een radslag.”
Via de ontwapenende verhalen van de ober en de winkelier onthult Honigmann niet alleen het heden, maar vooral het pijnlijke verleden van Peru. „Ik wilde iets vertellen over mijn vergeten land, mijn vergeten stad, en mijn vergeten volk. Belangstelling is er alleen als er verkiezingen zijn, of als er sprake is van een tsunami of een aardbeving. Een van de ’scènes’ met het schoenpoetsertje is zo aangrijpend, omdat hij geen herinneringen en geen dromen zegt te hebben. Dat is heel triest. Als je geen geheugen hebt, heb je geen persoonlijkheid, en besta je eigenlijk niet. En een land dat vergeet, is natuurlijk gedoemd zijn geschiedenis te herhalen. Het geheugen en de herinnering spelen vaak een rol in mijn films, eigenlijk al sinds mijn Bernlef-verfilming ’Hersenschimmen’, ja, al zo’n twintig jaar.”
Met ’El Olvido’ heeft Honigmann ook een expliciet politieke film gemaakt. Staatsgrepen, terroristische acties en de harde botsingen tussen het leger en de guerilla’s van Lichtend Pad worden opgeroepen via de mensen die de corrupte presidenten door de jaren heen dienden. Zoals de ober die al veertig jaar in hetzelfde sjieke restaurant werkt, waar hij al heel wat presidenten aan zijn tafeltje heeft gehad. Of de meneer van de ’Tassenkliniek’, die achter een naaimachien zijn tranen wegslikt, niet omdat hij verdrietig is, zegt hij, maar omdat hij zo blij is, dat hij het allemaal heeft overleefd. Als komisch kunststukje neemt Honigmann dan archiefbeelden op van presidentiële eed-afleggingen, lachwekkend door de onzin die ze verkopen, en het gedoe met de sjerp. Honigmann: „De film is zoiets als een oorvijg. We nemen de boel met deze ’presidentiële’ scènes behoorlijk in de maling, maar ik denk wel dat de film gewoon in Peru kan worden vertoond, niet op televisie, want die zendt alleen maar dingen van maximaal een half uur uit, maar wel op een filmfestival in Lima. Daar komen heus geen generaals kijken.”
Op het Binger Filmlab ontwikkelt Honigmann – de veelbekroonde documentairemaakster – op het moment een speelfilm. Ze heeft zich gebogen over het boek ’De Reis naar het Kind’ van Vonne van der Meer. „Het gaat over een man en een vrouw – de laatste hopelijk gespeeld door Johanna ter Steege – die geen kinderen kunnen krijgen en door de leeftijdsgrens die verbonden is aan adoptie, terecht komen bij de kindermaffia. Het is een maffia die handelt in harten. Kinderen worden gegijzeld. Babies verdwijnen. Ze worden ergens door hartchirurgen geopereerd, waarna hun harten voor honderdduizenden dollars worden verkocht. Toen ik in Lima was, werden er vooral nieren en netvliezen verhandeld. Het is ongelooflijk wat er allemaal gaande is. Ik ga niet te veel verklappen, maar het thema van mijn film zal de onbaatzuchtige liefde zijn”.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.