*

 

De roman als miljoenengraf

Antoine Verbij − 25/10/08, 00:00

In bijna duizend pagina’s vertelt de Russische schrijver Vasili Grossman (1905-1964) het drama van de twintigste eeuw, samengebald rond de Slag om Stalingrad. Een helletocht langs de misdaden van Hitler en Stalin. Het werd hoog tijd, meent Antoine Verbij, dat er een Nederlandse vertaling kwam van deze twintigste-eeuwse evenknie van ’Oorlog en vrede’.

  • Soldaten van het Rode leger tijdens de Slag om Stalingrad, een belangrijk omslagpunt in de Tweede Wereldoorlog. Er vielen bijna anderhalf miljoen doden. (AFP)

In de roman ’Leven en lot’ van Vasili Grossman komt één en niet meer dan één grappige scène voor. Een generaal ruziet met een politieke commissaris over Tolstoj. „’Oorlog en vrede’ wordt al honderd jaar gelezen en zal nog honderd jaar gelezen worden”, zegt de generaal. „En waarom? Omdat hij er zelf bij was, omdat hij meevocht: hij wist over wie hij moest schrijven.”

„Met permissie, kameraad generaal”, antwoordt de commissaris, „Tolstoj heeft niet deelgenomen aan de Vaderlandse Oorlog. Tolstoj was ten tijde van de oorlog tegen Napoleon nog niet geboren.” „Niet geboren?” reageert de generaal verbaasd. „Wat bedoelt u? Wie zou er dan in zijn plaats hebben geschreven? Hè? Wat denkt u?”

De commissaris en de generaal zitten midden in wat de Russen de Grote Vaderlandse Oorlog noemen en wij de Tweede Wereldoorlog. Ze verdedigen de staalfabriek Rode Oktober, een van de laatste bastions die in Stalingrad nog stand houden tegen de legers van Hitler. Het is herfst 1942. Luttele maanden later slaat de oorlog om. Het Rode Leger omsingelt de Duitsers en dwingt ze tot overgave.

Grossmans ’Leven en lot’ is voor de slag bij Stalingrad wat Tolstojs ’Oorlog en vrede’ is voor de slag bij Borodino. Er is echter één verschil. Anders dan Tolstoj was Grossman er wél zelf bij. Omdat hij als soldaat was afgekeurd – te dik, te bijziend, te ongezond –, had hij besloten om als correspondent met het Rode Leger mee te reizen.

Grossman heeft het allemaal meegemaakt. Niet alleen de Slag om Stalingrad, maar ook de opmars van het Rode Leger door Oekraïne en Polen en de beslissende slag om Berlijn. Zijn verslagen in het legerblad ’Rode ster’ waren zeer geliefd bij het Russische publiek, niet alleen aan het thuisfront, ook onder de soldaten, die ze in de loopgraven aan elkaar voorlazen.

Op zijn tocht met het Rode Leger stuitte Grossman ook op de massagraven met vermoorde Joden die de Duitsers hadden achtergelaten. En op de puinhopen van het vernietigingskamp Treblinka. Op basis van wat overlevenden van dat kamp en omwonenden hem vertelden, reconstrueerde hij wat zich daar had afgespeeld. Zijn verslag kreeg getuigenstatus in de Neurenbergse processen tegen de nazi’s.

In ’Leven en lot’ vertelt hij het nog eens na. Ditmaal vanuit het perspectief van de betrokkenen. Een kinderloze vrouw ontfermt zich over het jongetje David. In de gaskamer drukt ze het tegen zich aan. „Ze voelde het lichaam van de jongen in elkaar zakken in haar armen. De jongen met zijn tengere vogellichaam was eerder gestorven dan zij. Ik ben moeder geworden, dacht ze. Dat was haar laatste gedachte.”

Grossmans uitvoerige beschrijving is onverdraaglijk aangrijpend. Het boek moet even dicht. De verschrikking van de twintigste eeuw heeft tijd nodig om te bezinken. Natuurlijk, iedereen weet het, het is gebeurd. Maar steeds weer moet iemand het vertellen. „Het is de plicht van de schrijver deze afschuwelijke waarheid te verkondigen”, schrijft Grossman in een dagboeknotitie, „en het is de burgerplicht van de lezer daarvan kennis te nemen.”

Alleen al daarom is ’Leven en lot’ een boek van enorm belang. Maar het belang is nog groter. Want de roman verhaalt niet alleen over de Slag om Stalingrad en de Jodenvernietiging. Het verhaalt ook over de misdaden van Stalin: de miljoenen doden door de collectivisering in de jaren dertig, de moord op de revolutionaire elite in 1937, de mensonterende strafkampen, de antisemitische campagnes na de oorlog.

Grossman brengt het allemaal samen in een groot episch panorama. Centraal in de handeling staat de strijd om Stalingrad. De roman volgt de lotgevallen van een reeks zeer uiteenlopende personages, Russen maar ook Duitsers, generaals en officieren maar ook gewone soldaten, militairen maar ook burgers. Laffe, moedige, angstige, cynische, bevlogen, wrede, gevoelige mensen in een chaotische oorlog.

Maar de belangrijkste personages bevinden zich niet in Stalingrad. De centrale figuur is Viktor Strum, een Moskouse fysicus, die na de inval van de Duitsers met instituut en al naar Koejbysjev is geëvacueerd. Aan de hand van Strum, zijn collega’s, zijn vrienden en zijn familie laat Grossman zien welke impact de oorlog had op het lot van individuen.

In Strum heeft Grossman veel autobiografisch materiaal verwerkt. Zijn Joods-Oekraïense achtergrond (zie ook kader), zijn basisloyaliteit tegenover de sovjetstaat, zijn stugge karakter, zijn slechte huwelijk. Bovendien laat hij Strum in een zelfde gewetensconflict komen als hij zelf heeft meegemaakt en laat hij hem dezelfde betreurenswaardige beslissing nemen.

Zodra in Stalingrad de oorlog omslaat, keert Strum met zijn instituut terug naar Moskou. Daar rekent hij op erkenning voor enkele belangrijke kernfysische ontdekkingen die hij heeft gedaan. Maar hij stuit op professionele afgunst en ideologische weerstand van zijn collega’s. Erkenning krijgt hij pas wanneer Stalin persoonlijk hem de helpende hand toesteekt.

Dan beginnen Stalins vazallen een campagne tegen Joodse artsen die verantwoordelijk zouden zijn voor de dood van de schrijver Maxim Gorki en het nu op Stalin zouden hebben voorzien. Het zijn absurde beschuldigingen, Strum weet dat. Toch laat hij zich omwille van zijn wetenschappelijke loopbaan overhalen om een brief te ondertekenen waarin prominente intellectuelen de doodstraf voor de artsen eisen.

Grossman neemt hier een loopje met de geschiedenis. Het proces tegen de Joodse artsen vond niet tijdens de oorlog plaats maar erna. Grossman gebruikt de scène echter om uitvoerig Strums wanhoop en twijfels te schilderen. Grossman kent die wanhoop. In 1937 zette hij zelf zijn handtekening onder een brief met de absurde eis van de doodstraf voor in ongenade gevallen partijleden.

Hoewel ’Leven en lot’ een genadeloos portret levert van het stalinisme en het zelfs gelijkstelt met het nationaal-socialisme, zeker wat het moorddadige karakter betreft, zag Grossman zichzelf niet als een dissidente schrijver. Hij geloofde oprecht dat toen hij het boek in 1960 na tien jaar had afgerond, publicatie in de poststalinistische Sovjet-Unie mogelijk was.

Dat bleek niet het geval. De uitgever waarschuwde na lezing de censor, die zich prompt bij Grossman vervoegde. Tot zijn verbazing werd niet hijzelf gearresteerd maar het manuscript. Een brief waarin hij partijleider Nikita Chroesjtsjov vroeg ’het boek de vrijheid terug te geven’, mocht niet baten. Chroesjtsjov stuurde partij-ideoloog Soeslov naar Grossman, die hem uitlegde dat de roman ’op z’n vroegst over tweehonderd jaar’ zou kunnen verschijnen.

Soeslov zat ernaast. Vrienden van Grossman wisten een ’ondergedoken’ kopie van het manuscript naar het buitenland te smokkelen. Die vormde de basis voor de eerste Russische uitgave in 1980 in Lausanne. In 1988, ten tijde van Gorbatsjovs ’glasnost’, verscheen het boek eindelijk in Rusland zelf.

Nederland heeft langer op een uitgave moeten wachten. Vorig jaar verschenen eerst de dagboeknotities die Grossman als oorlogscorrespondent maakte: ’Een schrijver in oorlog’. Nu dan de grote roman, die zo groot is dat hij de vertraging moeiteloos overleeft. Het is geen al te gewaagde voorspelling om te zeggen dat ’Leven en lot’ ook over honderd jaar nog gelezen zal worden.

Net als Tolstojs ’Oorlog en vrede’. ’Leven en lot’ kan de vergelijking met zijn illustere voorganger aan. Groots, weids, diep, verpletterend – ’Leven en lot’ is het allemaal. Grossman sleurt de lezer mee van imposante slagveldscènes naar banale huiselijke bekommernissen, van wijsgerige uitweidingen over oorlog en moraal naar sentimentele episoden over liefde, ontrouw en verraad.

Er zijn ook verschillen. Viktor Strum is als personage niet zo fascinerend als Pierre Bezoechov, de held van ’Oorlog en vrede’. En Grossmans vrouwen halen het niet bij Tolstojs Natasja. Maar dat heeft een goede reden. Pierre en Natasja staan met hun wil tot leven en liefde symbool voor de negentiende eeuw. De twintigste eeuw is een andere. Stalingrad en Treblinka, de hongerdood van miljoenen Oekraïeners en de gemechaniseerde moord op miljoenen Joden, de ideologische terreur van stalinisme en nationaal-socialisme – het zijn andere dimensies. Daarom is Viktor Strum veel somberder dan Pierre Bezoechov en dansen Grossmans vrouwen niet zo onbevangen en verleidelijk als Tolstojs Natasja.

mailIcon print |