*

 

’Pro-actief, dat vind ik de ergste term’

Co Welgraven − 14/11/09, 00:00

’Jarenlang hebben we voorbeelden verzameld van merkwaardig, volstrekt onduidelijk en misleidend taalgebruik; dit boekje is daar het gevolg van.

Mijn mede-auteur en ik verwonderen ons erover hoe onzorgvuldig mensen zich uitdrukken, in woord en geschrift. Soms gebeurt dat onbewust, maar vaak juist heel bewust – in beide gevallen is het in onze terminologie vaagtaal.

De belangrijkste sectoren waarop we ons in het boek richten zijn de politiek, de reclame en de journalistiek, daar vind je de grote boosdoeners. Politici hanteren misleidend en omfloerst taalgebruik, bij reclamemakers zie je vooral schreeuwerige en ongenuanceerde formuleringen, en journalisten bezondigen zich eigenlijk overal aan: aan de ene kant zijn ze de spreekbuis van de politiek, aan de andere kant moeten media enorm concurreren waardoor ze zich van reclametechnieken bedienen, met sensationele koppen. We noemen een veelzeggend voorbeeld: ’Economie tot stilstand gekomen’, terwijl in het bericht duidelijk stond dat de economie in een bepaald kwartaal nog steeds gegroeid was, maar niet meer dan in het kwartaal ervoor. In onze ogen is dat allesbehalve stilstand.

Vaagtaal heeft volgens ons bijgedragen aan de kredietcrisis, en ook aan de ondergang van de DSB-bank. Als een prospectus niet duidelijk maakt dat de provisie op een koopsompolis tachtig procent is, koopt iedereen zo'n verzekering. Door niet de hele waarheid te vertellen heeft de bankwereld een systeem in stand gehouden waarin bedrijven zich behoorlijk konden verrijken.

Vaagtaal werkt extreemrechts in de kaart, is onze stelling. Dat is een vrij krasse uitspraak, maar ik denk wel dat-ie standhoudt. Als Jan Peter Balkenende of Maxime Verhagen een eenvoudige vraag voorgelegd krijgen waar ze simpel ja of nee op kunnen zeggen, zijn ze toch vijf minuten bezig om een antwoord te geven, en weet je na afloop nog niet wat ze bedoelden. Dat genuanceerde, omfloerste taalgebruik irriteert mensen, dat merk je overal, kijk maar op internet. Ze willen duidelijkheid, en die krijgen ze onvoldoende van de gevestigde partijen.

Aan de andere kant heb je Geert Wilders die altijd hele korte, krachtige uitspraken doet, het zijn net schreeuwerige krantenkoppen. Zijn taalgebruik contrasteert enorm met dat van de andere politici. Dat valt op. Nu gaat Wilders veel te kort door de bocht, het klopt vaak niet wat hij zegt, hij overdrijft schromelijk, maar ik denk dat ministers en kamerleden toch wat van hem kunnen leren: wees duidelijk; niet ongenuanceerd, maar duidelijk. Als ze daar de hand aan zouden houden, zouden ze niet zoveel stemmen aan de PVV verliezen.

Voor de tweede keer hebben we een prijsvraag georganiseerd: wat was dit jaar het ergste voorbeeld van vaagtaal? Nummer 1 staat: je ding doen. Zelf vind ik nummer 3 het ergste: pro-actief. Je kunt tegenwoordig geen personeeladvertentie lezen, of je komt dat woord tegen: ’we zoeken een pro-actieve bruggenbouwer die het beleid handjes en voetjes gaat geven’. Vreselijk. Het woord kan van alles betekenen. en daardoor zegt het niks. Het is een containerbegrip, een begrip waar je alle kanten mee opkunt. Misschien is dat ook wel vaagtaal, daar hebt u een punt. Ik zeg altijd: vaagtaal is besmettelijk, en zelf ben ik ook vaak besmet.

We hopen de lezers van ons boek bij te brengen dat taal kracht heeft, dat ze eerder misleidende reclame herkennen en de vage boodschap van politici kunnen doorprikken. We roepen de lezers op zich te verzetten tegen vaagtaal. Hoort u iets dat u niet begrijpt? Schroom niet en vraag de spreker of schrijver wat-ie nou eigenlijk bedoelt.’

mailIcon print |