Voordat Per Olov Enquist doorbrak met ’Het bezoek van de lijfarts’ was hij door een diep dal gegaan. In ’Een ander leven’ legt de Zweedse sterauteur getuigenis af. Van zijn jeugd, het gemis aan een vader, zijn alcoholisme. Toch is dit ontroerende boek nergens belerend.
’Plotseling kon hij schrijven. Hij had gedacht dat hij het talent om te schrijven weggezopen had. Dat het weg was, voorgoed, maar nu voelde hij dat hij weer als vroeger schreef, het was een wonder. [] Het was een boek over de wederopstanding. En toen hij dat begrepen had en wist dat hij weer kon schrijven, werd hem een ander leven gegeven. Februari 1990”.
Zo beschrijft Per Olov Enquist het moment waarop hij er, na een aantal mislukte pogingen, in slaagt van zijn alcoholverslaving af te komen.
In ’Een ander leven’ kijkt Enquist terug op zijn leven: vanaf zijn jeugd rond het begin van de Tweede Wereldoorlog, tot het jaar van de ’wederopstanding’, als een nieuwe persoon met dezelfde naam aan een nieuw bestaan begint. ’Een ander leven’ is dus autobiografisch, maar Enquist schrijft over zichzelf in de derde persoon, alsof het iemand anders betreft: iemand die alcoholist is.
Hoewel zijn naam en zijn portret paginabreed op het omslag staan, schept Enquist zo artistieke distantie. Dat is niet alleen een literaire manoeuvre, maar ook een manier om afstand te scheppen tot het sterk piëtistische milieu van zijn jeugd, waarin de religieuze belijdenispraktijk een centrale plaats innam. Voor zijn diepgelovige moeder was het opbiechten van de eigen zonden en het aanhoren van die van een ander een belangrijk zaterdags reinigingsritueel. Dit plaatste de jonge Per Olov voor een groot dilemma, want om de liefde van zijn moeder maar niet te verspelen, begon hij vergrijpen op te biechten die hij helemaal niet begaan had. Liever liegen dan zijn moeder teleurstellen.
Nu, een mensenleven later, past hij deze biechtcultuur op zichzelf toe. Om het openlijk opbiechten van zijn verslaving te kunnen hanteren, is het blijkbaar nodig dat hij zichzelf hier als ’het kind’, ’haar zoon’, en ’hem’ betitelt.
Gelukkig is ’Een ander leven’ geen belerende handleiding om af te kicken geworden. De passages over eerdere, mislukte, pogingen om van de drank af te komen, zijn ronduit ontroerend en dramatisch. Bijvoorbeeld als we een hulpeloze en vertwijfelde Enquist, in een desperate poging om de ontwenningskliniek waarin hij is opgenomen te ontvluchten, het aardeduister van de IJslandse vriesnacht in zien vluchten.
Uiteindelijk lukt het hem, in een andere kliniek en inmiddels fysiek en mentaal onttakeld, een nieuw leven te beginnen. En dan wordt de toon ineens heel timide en alledaags: eerst maar eens schoenen aan en dan de laptop op schoot nemen – stapje voor stapje – zodat hij weer kan schrijven en daarmee zijn eigenwaarde hervinden.
Een belangrijke voorwaarde voor dit zelfrespect hangt samen met de vorm van het boek: de openlijke biecht. Zoals zijn moeder hem voorhield, zullen „alleen degenen die toegeven: ik was fout, door de mensen gerespecteerd worden. De zelfvoldanen die nooit hun fouten bekennen, zullen door de mensen worden veracht.”
Naast het afleggen van een getuigenis, is ook het reizen, vooral de Bildungs-reis, een belangrijk thema in ’Een ander leven’. Zijn eerste grote reis voerde Enquist van het piepkleine gehucht Hjoggböle, diep weggestopt in de Noord-Zweedse provincie Vüsterbotten naar de universiteitsstad Uppsala. Daarmee zette hij niet alleen zijn eerste stappen in de richting van de literatuur, maar raakte hij ook steeds verder verwijderd van zijn geboortedorp, weg van de armoede, weg van zijn moeder en haar godsdienstige fanatisme en ook steeds verder weg van het fantoombeeld van zijn overleden vader die hij nooit gekend heeft en die het grote vraagteken in zijn leven bleef.
In Uppsala maakt hij, student nog, ook carrière als hoogspringer, waardoor hij veel van de wereld ziet, later biedt zijn schrijverschap de gelegenheid om langdurig in Duitsland, Amerika, Frankrijk en Denemarken te verblijven. In exil te gaan. Maar steeds is daar het vluchtige beeld van de ontbrekende vader, zijn ’Reisgenoot ’, en in die zin is ’Een ander leven’ ook een Vatersuche.
Door al dat reizen en opbreken wordt Enquist wie hij is, maar er doemen ook steeds vaker vragen op over zijn eigen herkomst, over zijn ouders, over de keuzes die hij al dan niet bewust heeft gemaakt. Steeds nadrukkelijker dringt zich de vraag op hoe het zo ver met hem heeft kunnen komen dat hij zich in de jaren tachtig het liefst dood wilde drinken. Die vragen worden in ’Een ander leven’ nooit direct beantwoord. Dit boek is weliswaar een biecht, maar de lezer die op zoek is naar de intiemste zielenroerselen van de auteur, zoekt tevergeefs. Wel krijgen we in terugblik een beeld van leven en werk van de ’oude’ Per Olov Enquist – de auteur van vóór zijn internationale doorbraak ’Het bezoek van de lijfarts’.
Er wordt van de lezer echter wel veel voorkennis verwacht, van de moderne Zweedse en Europese geschiedenis en van Enquists overige oeuvre. Gelukkig heeft de vertaalster zo her en der wat extra uitleg toegevoegd.
Voor inzicht in de echte drijfveren van Per Olov Enquist en de ware achtergronden van zijn verslaving, verwijst hij keer op keer naar zijn andere romans, vooral ’Kapitein Nemo’s bibliotheek’, het eerste boek van Enquist na zijn ’wederopstanding’. Maar wie daar zijn licht opsteekt, wordt een spiegelkabinet van gedaante- en persoonsverwisselingen ingelokt.
Daarmee strooit Enquist – als een soort rattenvanger van Hjoggböle – zijn lezers moedwillig zand in de ogen. Ook de zoektocht naar de vader die zes maanden na zijn geboorte overleed, biedt geen afdoend antwoord. Maar door Enquists prachtig geschreven droomsequenties en lyrische bespiegelingen laat je je zonder morren betoveren en om de tuin leiden:
„Zijn Reisgenoot is het kind en hijzelf de vader. Als hij zijn hoofd omdraait naar zijn vader, ziet hij diens intense kijken, ziet hij diens nieuwsgierigheid, en het gelukkige, het overrompelende, het zich zonder enig voorbehoud openstellen, en hoe zijn vaders geamputeerde leven op een zeer stille, pijnloze manier in dat van hem overgaat. [] Maar zijn Reisgenoot heeft geen antwoord op de meest simpele vraag: waarom is het zo goed begonnen en is het zo misgegaan?”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.