*

 

De dreiging is op elke bladzijde voelbaar

Eildert Mulder − 24/10/09, 00:00

Godsdienst, onderwijs en wetenschap hielpen Gabriel Italie door de oorlog heen. De Haagse leraar hield een dagboek bij, ook over zijn verblijf in Westerbork en Theresienstadt. Deze kroniek is nu in boekvorm verschenen en boeit van begin tot eind, vindt Eildert Mulder.

  • Met vrouw Rose en kinderen Paul, Ida en Ralf. (Trouw)
  • Gabriel Italie op het Joods Lyceum in Den Haag. ( FOTO'S UIT BESPROKEN BOEK)

Op 26 februari 1941 noteert de Haagse leraar klassieke talen Gabriel Italie dat hij is ontslagen. Hij behoort voortaan tot de categorie ’ontheven Joden’.

Heel serieus maakt hij de financiële balans op. De eerste drie maanden zijn de problemen te overzien, hij blijft dan 85 procent van zijn salaris ontvangen. In de vijf jaren daarna zal hij zeventig procent krijgen, dan nog eens vijf jaar zestig procent. En vanaf 1951 altijd nog vijftig procent.

Italie hield vanaf 1935 tot 1951 een dagboek bij, in de oorlogsjaren van 1940 tot 1945 vrijwel dagelijks. Italie, zijn vrouw Rose en twee van zijn drie kinderen overleefden de oorlog. Samen met andere maatschappelijk prominente Joden stonden ze op de Barneveldlijst (zie kader), die waarschijnlijk levensreddende tijdwinst heeft opgeleverd. Alleen de oudste zoon Paul liet het leven, doordat hij in 1942 wordt opgepakt bij een vluchtpoging naar Zwitserland.

Terwijl de meeste Nederlandse Joden in 1942 en 1943 in Westerbork belanden, in afwachting van transport naar een vernietigingskamp in Polen, zitten de Italies redelijk comfortabel gevangen in Barneveld. Later eindigen ook zij in Westerbork met zijn zenuwslopende dreiging van de wekelijkse deportatie per goederentrein naar de Poolse vernietigingskampen.

Wanneer de bevrijding nadert volgt een diepe ontgoocheling, ook het gezin Italie gaat op transport. Gelukkig niet naar Auschwitz maar naar Theresienstadt in Tsjechië, net als Westerbork een doorgangskamp, geen vernietigingskamp. Maar de angst voor een nieuw transport, en dan wel naar een vernietigingskamp, blijft wurgend.

De informatie over het oorlogsverloop wordt in Theresienstadt schaars. In Barneveld en Westerbork volgt Italie redelijk wat er gebeurt, In Theresienstadt is hij aangewezen op geruchten. De geallieerde nederlaag bij Arnhem ontgaat hem.

Het dagboek is niet literair maar boeit van begin tot eind, ruim zeshonderd bladzijden. Deze kroniek is zo suggestief dat de lezer het eigen perspectief van de kennis achteraf verliest. Wanneer Italie in 1941 zijn wachtgelden berekent, gemakkelijk aan te vullen met bijlessen, ben je ook als lezer opgelucht, terwijl je weet hoe betekenisloos die informatie is.

Later speelt de kennis achteraf juist wel een rol, bijvoorbeeld als Italie ontdekt dat de invasie in Normandië is begonnen. Hij is dolblij maar als lezer denk je: man, hoe komen jullie dat laatste oorlogsjaar door? Het blijft overigens een raadsel hoe Italie zijn dagboek veilig naar Barneveld, Westerbork en Theresienstadt kon smokkelen. Hij schrijft voorzichtig. Nooit voert hij iemand sprekend op, zelfs geen gezinsleden. Dat lijkt egocentrisch maar hij bereikt ermee dat het dagboek, als iemand het mocht vinden, alleen belastend zal zijn voor hemzelf.

Na zijn ontslag in 1941 geeft hij inderdaad nog even bijlessen, ook aan niet-Joodse leerlingen. Een paar van hen blijven plotseling weg. Ze hebben zich aangesloten bij de SS. Later wordt Italie korte tijd leraar op het Joodse Lyceum in Den Haag, speciaal opgericht voor Joodse leerlingen, omdat die niet naar andere scholen mogen.

De dreiging is elke bladzij voelbaar, toch lijkt het lang te duren voordat Italie beseft of wil toegeven dat het om leven en dood gaat. Wel stelt hij bedroefd vast dat de negentiende-eeuwse Joodse emancipatie verloren gaat.

Godsdienst, onderwijs en wetenschap houden hem mentaal overeind. Ze creëren een vast dagpatroon. Ook in Barneveld en Westerbork geeft hij les. Bij de Bijbel en de Griekse klassieken zoekt hij steun. Hij is een orthodoxe Jood, die alle religieuze verplichtingen nakomt, in Den Haag, Barneveld, Westerbork en Theresienstadt. Wanneer hij moet verzuimen, maakt hij daarvan een spijtige aantekening.

Het raakt hem keihard als zijn jongste zoon Ralf zich in Theresienstadt, als zestienjarige, begint los te weken van de Joodse orthodoxie. In een heel sombere bui vergelijkt hij dat met het verlies van zijn oudste zoon Paul. Een andere ramp: dochter Ida krijgt kinderverlamming.

In 1947 geeft hij zijn oorlogsdagboek aan het Rijksinstituut voor oorlogsdocumentatie (Riod, tegenwoordig Niod). Wally de Lang kwam het toevallig tegen, toen ze een boek schreef over het Joodse Lyceum in Den Haag: ’Slotakkoord der kinderjaren’. Aan de boekbewerking werkte ook zoon Ralf mee. Voor hem moet dat ingrijpend zijn geweest.

Ralf woont in New York. In 2004 was hij in Den Haag, voor de aanbieding van het boek over het Joods Lyceum. Hij klaagde toen tegen Trouw dat hij zijn herinneringen niet meer kon oproepen, wat hem enorm frustreerde.

Vader Italie stierf in 1956. Hij werd zestig. Behalve zijn oudste zoon verloor hij ook zijn drie broers, zijn enige zuster en al zijn oomzeggers van die kant. Hij stortte zich op de wetenschap, tussen 1945 en 1956 bracht hij acht boeken uit over klassieke Griekse schrijvers. Dat vele werk combineerde hij met zijn leraarschap klassieke talen aan het Haagse Maerlant-Lyceum.

Zijn laatste boek, Index Aeschyleus, droeg hij op aan zijn vermoorde zoon Paul. In het Latijn citeert hij de aartsvader Jacob, die in Genesis 37:35 zegt: „Ik zal rouw dragen totdat ik naar mijn zoon in het dodenrijk afdaal.”

mailIcon print |