„Als een zwemmer verdrinkt, komt dat niet omdat hij niet gered werd, maar omdat hij niet kon zwemmen."
Wouter Bos is goed van de tongriem gesneden. Hij zet zijn opvattingen meestal duidelijk en bevattelijk uiteen. Maar volstrekt afkerig van het gebruik van sofismen, drogredenen, is hij niet.
Ondervraagd over de ondergang van de DSB kwam hij deze week op de proppen met een vergelijking die berustte op een redeneertruc. Zie het citaat hierboven. Het woord ’zwemmer’ daarin had natuurlijk ’drenkeling’ moeten zijn, maar dit terzijde. Het echte probleem zit ’m in de suggestie dat er voor een dood door verdrinking maar twee oorzaken kunnen zijn: ofwel de drenkeling kon niet zwemmen, ofwel niemand schoot hem te hulp.
Het kost weinig moeite nog andere oorzaken te bedenken (en sommige daarvan eventueel op de DSB toe te passen). Mogelijk kon het slachtoffer wel zwemmen, maar had hij kramp, was de stroming te sterk of werd hij overvaren dan wel door andere zwemmers in zijn bewegingen belemmerd. Misschien was er wel een sadist te water die zijn handen op zijn rug bond.
Bos’ sofisme – uit een reeks mogelijkheden er twee kiezen en suggereren dat het de enige zijn – staat bekend als een vals dilemma en een oneigenlijke tegenstelling. In zijn bestseller ’How to Win Every Argument’ noemt Madsen Pirie, een Schotse expert, het de zwart-witdrogreden. Een veelgebruikt voorbeeld is de uitspraak ’wie niet voor mij is, is tegen mij’. Ze laat buiten beschouwing dat je geen mening kunt hebben of het in sommige opzichten met de spreker eens bent en in andere niet.
Ontkracht kritiek op Bos’ vergelijking meteen ook zijn standpunt in de affaire-Scheringa? Nee, dat niet. Wie meent van wel, maakt zich schuldig aan een van de tachtig andere drogredenen die Madsen Pirie etiketteert en behandelt: refuting the example oftewel doen alsof een opvatting niet deugt, wanneer afgerekend is met een voorbeeld of een vergelijking waarmee ze geïllustreerd of verdedigd werd.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.