’Het leukste misverstand' dat ik uit de wereld probeer te helpen is het hardnekkige verhaal dat Cleopatra zelfmoord pleegde door zich door een adder te laten bijten. Adders kwamen niet voor in Egypte. Er zijn historici geweest die het probleem meenden op te lossen door er een cobra van te maken. Maar ook dat kan niet kloppen, want tegelijk met Cleopatra hebben twee bediendes zich op dezelfde manier van het leven beroofd, en een cobra heeft na één dodelijke beet uren nodig om weer gif te kunnen produceren.
Dit boekje is een uitvloeisel van een nieuwsbrief die ik elke maand rondstuur met het laatste internetnieuws over de oude wereld. Daarop krijg ik veel reacties, ook correcties. Iedereen maakt fouten, ik natuurlijk ook. Het gaat er om dat je je openstelt voor correcties. Die kun je uitlokken door je teksten alvast online te zetten, dat is een heel krachtig middel. Mijn ervaring is dat wetenschappers onverschillig zijn als het om correcties gaat in populariserende boeken. Twee hoogleraren vroegen me ooit om commentaar op een handboek, maar de fouten die ik had aangestipt stonden er bij de herdruk nog steeds in. Dat vind ik laakbaar.
Opzettelijke misleiding komt ook voor. Een Duitse archeoloog vertelde me deze zomer dat hij bewust quatsch in een persbericht had geschreven over een of andere opzienbarende ontdekking, daardoor kreeg hij extra publiciteit, en daardoor weer meer fondsen voor z'n onderzoek. Dat is natuurlijk onaanvaardbaar. Dat een politicus een loopje met de waarheid neemt, ach, dat zijn we gewend, maar een wetenschapper? Die moet de waarheid spreken, de hele waarheid en niets dan de waarheid. Die moet vertrouwen uitstralen.
Natuurlijk, het kan gebeuren dat er iets mis gaat. Er is ook wel heel veel Oudheid, er is gewoon te veel materiaal. In 1850 was het oudste bekende geschrift uit de achtste eeuw voor Christus afkomstig, tegenwoordig kunnen we terug tot 3000 jaar voor Christus, dat is een verschil van maar liefst 22 eeuwen. Niemand is in staat de hele Oudheid te overzien, dus je laat makkelijk een steek vallen.
Waar ik bezwaar tegen maak, is dat oudheidkundigen de prioriteit bij hun collega's leggen, daar schrijven ze voor, en nauwelijks voor het grote publiek. Het is belachelijk dat zij de uitkomst van hun onderzoek op sites zetten waarvoor je als gewone bezoeker moet betalen. Zo zijn we twee keer de klos: eerst dragen we als belastingbetaler bij aan hun wetenschappelijk onderzoek, en vervolgens zouden we nog eens moeten betalen om de resultaten daarvan te mogen inzien.
Oudheidkundigen zetten weinig op sites als Wikipedia. Nou weet ik ook wel dat daar een hoop onzin op staat. Wikipedia kan af en toe behoorlijk ontsporen. Maar het heeft ook een zelfreinigend vermogen, en dat is een flink voordeel. Fouten worden binnen de kortste keren hersteld, al komt het helaas ook voor dat goede lemma's fout worden gecorrigeerd. Maar per saldo is Wikipedia een van 's werelds meest succesvolle populair-wetenschappelijk projecten. Je kunt daar als universiteit ongelukkig mee zijn, maar als je zelf niks beters maakt, zul je moeten aanvaarden dat mensen alleen hierdoor kennis maken met de wetenschap.
Nog een voorbeeld van een misverstand? In het Midden-Oosten liepen kamelen rond, dat zie je ook in films die over Jezus zijn gemaakt. Maar iedereen die weleens de bordjes in een dierentuin leest, weet dat dat niet klopt. Kamelen leven vooral in Afghanistan en de Gobiwoestijn, maar niet in het Nabije Oosten.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.