Hoe pijnlijk het is als je geheugen wegvalt, wordt briljant beschreven in het debuut van Samantha Harvey. Toch laat haar roman je niet alleen achter met een gevoel van verlies, maar ook met het besef dat je het leven moet vieren zolang het kan. Dat effect heeft ook de luchtiger roman van Anne Tyler, waarin een man zijn geheugen een etmaal lang kwijt is.
Alzheimer is een dankbaar onderwerp voor een roman. Het geeft schrijvers gelegenheid zich te verdiepen in de werking van het bewustzijn en het belang van het geheugen. En het stelt de fantasie op de proef, want ook al kennen we het verloop van de ziekte en kun je uit het gedrag van een Alzheimerpatiënt wel zo’n beetje opmaken wat er gebeurt als er plaque in de hersenen ontstaat, we kunnen er toch alleen maar naar raden wat zich werkelijk in het hoofd van zo iemand afspeelt.
Dat raden kan schitterende romans opleveren. Soms zijn die beklemmend en angstaanjagend, zoals ’Hersenschimmen’ van J. Bernlef, soms geestig en hoopgevend, zoals ’Small World’ van de Zwitserse schrijver Martin Suter, waarin een middel tegen de ziekte wordt uitgevonden.
Dit jaar zijn twee nieuwe romans aan de lijst Alzheimerboeken toegevoegd, waarvan de ene, ’De woestenij’ van Samantha Harvey, aan ’Hersenschimmen’ doet denken, en de andere, ’Het kompas van Noach’ van Anne Tyler, aan ’Small World’.
In ’De woestenij’ verplaatst Harvey zich, net als Bernlef, in het hoofd van een man die aan Alzheimer leidt. Dit op zich riskante procédé maakt niet alleen de verwarring tastbaar, maar ook de angst en eenzaamheid die Alzheimerpatiënten in hun greep houden.
De hoofdpersoon van dit briljante boek, dat werd genomineerd voor de Orange Prize 2009, is Jake, een 65-jarige architect. Knap, slim en zelfverzekerd, wordt hij door vele vrouwen bemind; van zijn vrouw, die vrij jong is overleden, heeft hij oprecht gehouden. Als de plaque zijn hersenen begint aan te tasten, en hij zich, zoals dat heet, in het eerste stadium van de ziekte bevindt, kan hij de verschijnselen ervan nog interessant vinden. Het voelt nog een beetje als dronkenschap – alles lijkt als in een caleidoscoop een beetje te verschuiven. Alsof niet hij, maar alle andere mensen om hem heen vreemd doen.
In dat stadium herinnert Jake zich nog hoe het leven vroeger was, toen zijn vrouw nog leefde, en zij met hun zoon en dochter een gelukkig gezin vormden. Maar steeds vaker wordt hij overvallen door steeds langere momenten van onmacht en onzekerheid.
En dan openbaart Harveys vakmanschap zich pas echt. Schitterend beschrijft ze de hartverscheurende momenten waarop Jake taal en beeld verliest: „Heel even was hij vergeten wat hij ooit geweten had, niet alleen feiten, maar ook de kunst om die feiten te verzamelen. En die totale leegte groeide uit tot één enkele, stamelende gedachte: wat moet ik nu?”
Aan het einde van deze even knap geschreven als vertaalde roman dwarrelen in Jake’s hoofd losse gedachteflodders als sneeuwvlokken door elkaar heen. Als zelfs dat ophoudt, en hij niets anders meer doet dan patronen bestuderen, „en de patronen in de patronen, tot hij zijn ogen moet sluiten voor de logica en genoegen moet nemen met het geel dat hij aan de binnenkant van zijn oogleden ziet”, overvalt je een gevoel van melancholie: een diep besef van verlies, dat bijna fysiek pijn doet. Het enige wat dan nog helpt is bedenken dat je léven moet, en liefhebben, zolang het nog kan.
Tylers ’Het kompas van Noach’ maakt een minder diepe indruk dan ’De woestenij’, maar dit verhaal past dan ook meer in de categorie licht en luchtig. Liam Pennywell, Tylers hoofdpersoon, wordt op een dag wakker in het ziekenhuis, zonder dat hij weet hoe hij daar is gekomen. Hij weet niet welke dag het is, hij weet niet hoe laat het is, en hij weet niet waar hij is. Gelukkig herkent hij wel zijn dochter als die de kamer binnenkomt. Zij heeft goed en slecht nieuws. Het goede is dat Liam geen Alzheimer heeft, en het slechte is dat een inbreker hem zo zeer heeft toegetakeld dat hij een hele dag en nacht uit zijn geheugen kwijt is.
In plaats dat Liam blij is dat hij überhaupt nog leeft, maakt de gedachte dat zijn geheugen hem in de steek laat, radeloos. Naakt voelt hij zich door die ene lege plek in zijn geheugen, ’naakt en alleen en onbeschermd en onbemind’.
Als Liam, eenmaal uit het ziekenhuis ontslagen, een neuroloog consulteert, ontmoet hij in de wachtkamer een oude man, die wel degelijk aan Alzheimer lijdt. De man, die niet alleen oud is, maar ook rijk, heeft een levende geheugenhulp aan zijn zijde: een jonge vrouw die hem door vergaderingen en recepties laveert terwijl ze de namen van collega’s en kennissen in zijn oor fluistert.
Liam wil vanaf dat moment maar één ding: ook zo’n persoonlijke geheugenhulp, die hem helpen moet de verloren herinneringen terug te vinden. Dat leidt tot allerlei mallotige verwikkelingen, die Tyler de kans geven verschillende typetjes neer te zetten, waarvan sommige, zoals Liams bazige ex-vrouw en zijn onverschillige tienerdochter, net iets te stereotiep zijn uitgevallen.
Maar Liams zoektocht naar zijn verdwenen herinnering is niet alleen maar een vermakelijk verhaal over geheugenverlies; Tyler doet expliciet wat Harvey impliciet voor elkaar krijgt: pas op, zegt ze luid en duidelijk tegen haar hoofdpersoon én haar lezers – laat dat etmaal geheugenverlies een les zijn. Geniet van het leven, voor je hersencellen aangetast raken; stop met het najagen van het onmogelijke en wees blij met wat je hebt.
Of dat Liam lukt blijft in het midden. In elk geval doet hij zijn best. En meer valt er voorlopig ook niet te doen, behalve te hopen dat ten minste ons vermogen naar verlangen intact blijft als de Alzheimer toeslaat - zoals bij Jake, die, al lang beroofd van elk besef van tijd en ruimte, besluit dat hij wil bouwen, en mooie dingen maken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.