*

 

Zwanenzang van een vetprop

Ger Leppers − 05/12/09, 00:00

Violeta is niet een beetje dik, maar héél dik. Maar ondanks haar trieste en nogal slordige leven, is ze een innemende, zelfs opgewekte verteller.

  • (Trouw)

In slechts een paar jaar, en met maar twee boeken, heeft Dulce Maria Cardoso zich een plaats veroverd in de voorste gelederen van de Portugese literatuur. Voor haar debuut ’Campo de Sangue’ ontving ze in haar land meteen een literaire prijs. Deze zomer werd zij voor ’Violeta en de engelen’ bekroond met de Literatuurprijs van de Europese Unie; geen slechte keuze van de jury, ontdekt de lezer al snel.

Zo'n driehonderd bladzijden lang is die te gast in het hoofd van de hoofdpersoon van de roman, Violeta. En hoewel Violeta niet altijd een even prettige persoonlijkheid is, blijkt dat verblijf allesbehalve een straf, want er gaat heel wat om in die hersens van haar.

Violeta – de naam van een bloem die ook een kleur is, zoals zij zelf zegt – is een buitengewoon dikke vrouw ’tussen obesitastype I en II in’, die aan de kost komt door ontharingswas te verkopen aan de eigenaars van kapsalons.

Zij is kind van een moeder die het hoog in de bol heeft en haar conversatie te pas en te onpas met Franse uitdrukkingen lardeert, en van een wat sullige vader, Baltazar, die als hobby vogels verzamelt en zich verder als verklikker verdienstelijk maakt voor het fascistische bewind – iets waar hij na de revolutie onvermijdelijk problemen mee krijgt.

's Avonds na het eten gaat die vader bijna elke dag met glinsterende ogen de deur uit ’om een luchtje te scheppen’. Dat is de gelegenheid voor hem om een bezoek te brengen aan zijn minnares en zijn bastaardzoon Ângelo, die een paar straten verderop in een benauwd tweekamerappartement zijn ondergebracht. Als Baltazar daarna thuiskomt, staan zijn ogen alweer een stuk doffer.

Van die zoon Ângelo heeft Violeta overigens op haar beurt een dochter gekregen, Dora. Het gezinsleven steekt, kortom, een beetje slordig in elkaar.

Afgezien van haar bevruchting door Ângelo houdt het erotisch leven van Violeta niet over. Als meisje liet ze zich in de bioscoop betasten door jongens van haar leeftijd, maar wanneer het licht in de zaal weer aanging, wilden die liever niet gezien worden met deze vetprop.

Om toch nog aan het nodige contact te komen, maakt Violeta daarom als volwassene dan maar vluggertjes met vrachtwagenchauffeurs, op de parkeerterreinen van wegrestaurants.

Op de terugweg van één van die escapades slaat haar auto in een noodweer over de kop, en het boek bestaat voornamelijk uit de overpeinzingen van de stervende Violeta, opgesloten in het wrak van haar auto, die terugziet op haar leven en op dat van haar familie, maar die eigenlijk vooral mijmert over het wonderbaarlijke vermogen dat mensen hebben om zichzelf in het leven een rad voor ogen te draaien.

Dat lijkt allemaal nogal treurig en sordide, maar het bijzondere is dat deze catalogus van lafheden en compromissen, kleinzieligheden, leugentjes om bestwil en verknoeide kansen door Violeta opgewekt en zonder wrok wordt gepresenteerd, alsof het allemaal onvermijdelijk was en je er dus maar beter het beste van kunt maken.

Dat doet ze dan ook, en zelfs oog in oog met de dood behoudt ze een benijdenswaardige opgewektheid, die zich vaak uit in sardonische humor. In die berusting in de menselijke zwakheden, maar ook in het originele taalgebruik, doet het werk van Cardoso - het is al van verschillende kanten opgemerkt - enigszins denken aan dat van die andere voortreffelijke en mild-tolerante Portugese schrijver, António Lobo Antunes.

Violeta's toon is echter onverwisselbaar de hare, met een prachtig oog voor details. Zo merkt ze op, na verkeerd te zijn verbonden: „Telefoonnummers moeten zulke kronkelwegen afleggen dat het logisch is dat sommige verdwalen.”

mailIcon print |