’Het is een hele heftige ervaring geweest. Tweede Kerstdag is het precies vijf jaar geleden dat er in het zuidoosten van AziĆ« een tsunami ontstond die aan meer dan tweehonderdduizend mensen het leven heeft gekost. Onze vriend Willem-Jan die in Thailand met vakantie was, raakte vermist. We zijn naar hem op zoek gegaan, zonder resultaat. Maanden later is zijn lichaam gevonden.
Dit verhaal draag ik al jaren bij me, het is onderdeel van mezelf geworden. Maar ik kwam er achter dat ik sommige details ging vergeten. De enig manier om dat tegen te gaan, is het verhaal op te schrijven. Aanvankelijk wilde ik dat alleen voor mezelf. Maar toevallig raakte ik in gesprek met een uitgever, over een ander onderwerp. Toen hij dit hoorde, zei hij: ’je moet er een boek over schrijven’. Ik heb er een tijdje over nagedacht en kwam tot de conclusie dat dat eigenlijk wel een mooi idee was: zo zou ik niet alleen een verhaal kunnen vastleggen, maar ook een monumentje kunnen schrijven, een eerbetoon aan mijn overleden vriend. Uiteraard heb ik het voorgelegd aan zijn familie, die moest ook even nadenken, maar vond het uiteindelijk ook een goed plan.
Ik heb er twee jaar over gedaan. Het is sowieso niet makkelijk tussen de bedrijven door een boek te schrijven, maar bij dit onderwerp was het extra lastig: je gaat niet even tussen twee debatten in de Tweede Kamer door een deel van een hoofdstuk tikken, dat is onmogelijk. Ik kwam erachter dat het alleen zou lukken als ik me af en toe even een tijdje zou kunnen terugtrekken en opsluiten. Het vinden van die rust was trouwens nog het moeilijkste, het schrijven ging tot m'n eigen verrassing eigenlijk vanzelf. Van tevoren had ik daarover m'n twijfels: een nieuwsverhaal schrijven kan ik wel, maar een boek over zo'n emotioneel onderwerp waarin je je toch voor een deel bloot geeft?
Toen ik eind december 2004 naar Thailand vloog, ging ik niet als verslaggever, maar als vriend van een vermiste. Ik stond ineens aan de andere kant van de streep, en zag waaraan je dan wordt blootgesteld. Echt nare ervaringen heb ik niet gehad, maar laat ik het zo zeggen: ik ben gesterkt in m’n opvatting dat je prudent met nabestaanden van slachtoffers moet omgaan. Er zijn helaas genoeg journalisten die dat niet doen, kijk naar de vele emo-programma's op tv. Als een politicus hard wordt aangepakt, heb ik daar geen enkele moeite mee, dat hoort bij z’n vak. Maar met iemand die een naaste mist of een naaste heeft verloren, moet je voorzichtiger zijn.
De tsunami, hoe omvangrijk ook, is vrij snel uit het nieuws verdwenen, zo werkt dat nou eenmaal in de journalistiek; ik loop lang genoeg mee om dat te weten. Dit boek gaf mij de gelegenheid iets langer bij het onderwerp stil te staan en er iets diepgaander op in te gaan. Bij het schrijven had ik de ouders, familie en vrienden van Willem-Jan voor ogen, maar het is bedoeld voor iedereen die bij de tsunami betrokken is geweest of zich om een andere reden aangesproken voelt door het verhaal.
Ik heb het op m'n gevoel geschreven, was niet uit op effectbejag. De neiging om er een melodrama van te maken was al niet groot, dat zou niet kies geweest zijn en het zou het doel ook niet hebben gediend. Maar voor de zekerheid heb ik getoetst bij de meelezers of ik erin geslaagd ben een integer boek te schrijven. Hun antwoord was ja.
Aan een tv-documentaire heb ik nooit serieus gedacht: het verhaal moest uit m'n herinnering komen, van mijn bezoeken aan Thailand vooral, daar was geen camera bij. Een vertaling? Dat heb ik nog niet overwogen, eerst maar eens kijken hoe dit boek in Nederland valt.’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.