*

 

Wat zul je zijn, m’n kind, kaf of koren?

Nels Fahner − 21/11/09, 00:00

Hoe vind je als vrouw je weg in een diepreligieuze, door mannen gedomineerde wereld? Twee sterke nieuwe debutantes reageren tegengesteld: de een met milde humor, de ander met vernietigende kritiek.

  • Katelijne groeit op in een zeer traditioneel Zeeuws boerengezin. (FOTO JÿRGEN CARIS, TROUW )

’Dorsvloer vol confetti’, de eerste roman van Franca Treur, speelt in een Zeeuwse boerengemeenschap waar de ogen van God nog steeds diepe voren trekken in het land. Hier groeit de twaalfjarige Katelijne Minderhoud op: in een gezin van zeven kinderen, de middelste van het stel, het enige meisje. Vader is boer, moeder is huisvrouw, oma was dat ook en Katelijne zal het eveneens moeten worden.

De wereld, zo leert Katelijne van haar oma, is een dorsvloer waarop God uitverkorenen en verworpenen scheidt. Het is zaak om nauwgezet te leven: „Want wat zul je straks zijn, m’n kind, als je voor Zijn rechterstoel zal staan: kaf of koren?”.

De tegenstelling tussen ’het eeuwig wel en het eeuwige wee’ kleurt alle gebeurtenissen in het boek. Na de dood van opa vraagt oma zich af of hij wel in de hemel is. „Ro had het ook altijd maar over de uitverkiezing. Het moet van Hod komen, zei hij”. De ironie van dat Zeeuws uitgesproken ’God’ is kenmerkend voor ’Dorsvloer vol confetti’. Telkens botst de taal van dominees en duistere dogma’s met de taal van de gesprekken aan tafel: over de buren, de tuin, het vocht in de muren en de koeien op stal.

In een wereld waarin God het hoogste woord lijkt te hebben, het boerenbedrijf als een gouden kalf wordt vereerd en vrouwen niet in tel zijn, bouwt hoofdpersoon Katelijne haar eigen feest. Het meisje beurt haar treurende oma op met een gefantaseerd bekeringsverhaal over opa, en op de dag dat haar broer ’moet’ trouwen strooit ze confetti uit. Zelfgeknipt, met papier uit donkergelovige tijdschriften als de Saambinder, Gezinsgids en Terdege. Het dwarrelt als feestelijk kaf naar beneden: „Een moment leek het zelfs alsof de bruid toch in het wit was getrouwd.”’

’Dorsvloer vol confetti’ heeft niet de zuigkracht van een Siebelinkmoeras en mist de woede van ’t Hart. Treur wil iets anders, is op een omwenteling uit: stuivende vreugde op het erf van de verdoemenis. Door het perspectief van een meisje te kiezen, lukt het haar om een lichte toon aan te slaan terwijl Katelijne’s eenzaamheid goed voelbaar blijft.

Naast het debuut van Franca Treur verscheen dit najaar nog een roman die in een strenggelovig milieu speelt: ’Blinde wereld’ van Ellen Heijmerikx. Waar Franca Treur flarden Zeeuws en brokken tale Kanaüns tot een overtuigende eenheid weet te smeden, heeft Heijmerikx stilistisch minder in haar mars. Ze schrijft regelmatig mooie zinnen, ’de claxon snerpt als een kwade woerd’, maar verliest zich ook wel eens in wilde beeldspraak als: „Mijn kruis is een gehalveerde sinaasappel die onafgebroken wordt uitgeperst. Mijn benen zijn keiharde winterwortels.” Wonderlijke associaties als je gewoon een te strakke spijkerbroek aan hebt.

’Blinde wereld’ is een benauwend boek. Hoofdpersoon is een jonge vrouw, Kieke, die zich vloekend losrukt van haar verleden. Het religieuze decor is dit keer geen kerk, maar de Noorse Broederschap, een streng-christelijke sekte. De vader van Kieke is één van de leiders.

Aanleiding voor Kieke’s vertrek uit de Gemeente is de zelfmoord van Else-Marthe, een jongere kennis uit de kring van de Noorse broeders. Kieke vraagt zich af hoe Else-Marthe tot die daad is gekomen, kijkt terug naar haar jeugd en krijgt langzaam een vermoeden van de reden van Else-Marthes dood. Ondertussen probeert ze zelf de invloed van de Broederschap uit haar leven te bannen, wat niet goed lukt. Als ze voor het eerst van haar leven een broek koopt constateert Kieke: „Ik zie een werelds aangekleed lichaam met een braaf hoofd erboven”.

De geloofsgemeenschap zoals die door Heijmerikx getekend wordt, heeft alle trekken van een karikatuur. Kindermishandeling, incest, veroordeling van abortus en homoseksualiteit: het komt allemaal langs. Je krijgt met Kieke een hekel aan al die vrome christenen omdat ze schijnheilige, laffe ellendelingen blijken te zijn. Behalve één: de vriendelijke opa van Kieke, die vader ter verantwoording roept als hij zijn zoon Job ten onrechte afranselt.

Haar tekening van een strenggelovige samenleving mag dan clichématig zijn, Heijmerikx slaagt wel in een andere moeilijke opgave. Ze toont allerlei vormen van manipulatie, zonder uitleggerig te worden. Als Kieke na haar geloofsafval op de verjaardag van haar vader komt, zegt moederlief: ’Ik denk dat het beter is dat je weggaat’. ’Pap is hier niet blij mee en hij voelt zich erg ongemakkelijk.’() ’Had een andere jurk aangedaan, Kieke,’ () ’Minder aanstootgevend’. ’Maar het liefste zien we je terugkomen in de Gemeente, kind. Bekeer je voor het te laat is.’ Onuitstaanbaar, zoals deze moeder voor haar man praat, zich boven haar dochter plaatst en zich ten slotte verschuilt achter een kleverige vriendelijkheid.

’Dorsvloer vol confetti’ en ’Blinde wereld’ tonen beiden hoe ongunstig de wereld eruit ziet als je als vrouw in een patriarchaal christelijk nest wordt geboren. Maar waar Treurs gelovigen liefdevol worden getekend, beziet Heijmerikx haar vromen met een vernietigende blik.

mailIcon print |