„Mijn Nederlandse vader en Zweedse moeder hebben elkaar in Italië ontmoet, tijdens een zomercursus. Zweden ken ik als vakantieland: ik was er een paar keer in mijn kinderjaren, later met vrouw en kinderen, en recentelijk met z’n tweeën. Ik kan me aardig redden in het Zweeds. Mijn moeder las voor in het Zweeds, we zongen Zweedse liedjes, en er was natuurlijk contact met haar familie. De Zweedse taal ligt vrij dicht bij het Nederlands – je kunt ook een hele hoop raden, zeker als je een zekere basis hebt.
Bepaalde Zweedse tradities die ik via mijn moeder heb leren kennen, houden wij nog steeds in ere. Zo vieren we nog altijd Kerstavond op z’n Zweeds. Dat is een soort pakjesavond met daarna een traditionele kerstmaaltijd met een kerstham. Een lichtgerookte en gezouten ham die eerst gekookt wordt en daarna de oven ingaat. De maaltijd begint met doppa i gryta (dopen in de pan): dikke stukken brood gedoopt in het kookvocht, als een soort fondue. Ik heb het idee dat het in Zweden zelf een beetje eruit is, maar wij als ’expats’ vieren het nog steeds zo.
Typische feestlekkernijen die mijn moeder ook vaak maakte waren pepparkakor (kruidige koekjes), lussekatter (een soort saffraanbroodjes, speciaal voor het feest van Santa Lucia) en met Oud en Nieuw altijd klenüter. Die zijn veel luchtiger dan oliebollen en knapperiger dan appelflappen, die hebben toch altijd iets slaps. Mijn moeder schreef haar recepten meestal op kaartjes. Soms in het Zweeds, soms in het Nederlands. Toen ze acht jaar geleden overleed, heb ik met mijn zus de kaartenbak onderling verdeeld. Het receptkaartje van de klenüter wilde ik heel graag hebben, en ik bak ze ook nog steeds.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.