Wat was Ilan Halimi, wiens beestachtige moordenaars onlangs in Parijs gestraft zijn?
Een joodse Fransman, een joodse Parijzenaar, een joodse man, een joodse jongeman, een jonge joodse man, een joodse jongen? Of een Franse dan wel een Parijse jood?
In de elf Nederlandse en Vlaamse kranten die ik erop heb nageslagen, kwam elk van die etiketten voor. Wat opviel, was dat de laatste twee, met het woord jood, het minst werden gebezigd.
Enige huiver voor het gebruik van dit zelfstandig naamwoord zal iedereen wel eens gesignaleerd hebben, bij zichzelf of bij anderen, die bijvoorbeeld het meervoud steevast vervangen door joodse mensen.
Ongetwijfeld gaat daarachter een begrijpelijke beduchtheid schuil. Het is de vrees om associaties op te roepen met het misbruik van jood door nazi’s niet alleen, maar ook door taalgenoten voor wie het woord synoniem bleek te zijn met afzetter of bedrieger.
Voor de vermelding van dit synoniem moest de uitgever van Van Dale zich in 1970 voor de rechter verantwoorden. Met succes, maar om verdere trammelant te vermijden is het later vervangen door een opmerkelijk lange omschrijving. Daarin staat onder andere dat jood ‘met verschillende toevoegingen in het verleden als smaadnaam of scheldwoord werd gebruikt’ – een formulering die van een zonnige en waarschijnlijk ietwat naïeve kijk op het heden getuigt.
Dat kranten het woord jood nogal eens lijken te vermijden, wekt in elk geval de indruk dat de smadelijke betekenis menigeen nog helder voor de geest staat.
Ten slotte: sommigen zullen zich hebben afgevraagd waarom jood hier verstoken is gebleven van een hoofdletter. Zowel de groene als de witte spelling maakt immers onderscheid tussen de religieuze benaming jood en de etnische Jood – en het was toch als Jood dat Ilan Halimi werd doodgemarteld?
Inderdaad, maar de meeste redacties van de elf kranten, wier schrijfwijze in dit stukje is overgenomen, was dat blijkbaar ontschoten.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.