*

 

Rembrandt compleet. Of toch niet?

Cees Straus − 08/08/09, 00:00

Een expositie in Amsterdam toont het volledige werk van Rembrandt. In foto’s.

  • Expert Van de Wetering bevestigde deze week dat het schilderij ¿Portret van Eleazar Swalmius¿ (1637) een echte Rembrandt is. Het doek hangt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA). (Trouw)
  • Expert Van de Wetering bevestigde deze week dat het schilderij ¿Portret van Eleazar Swalmius¿ (1637) een echte Rembrandt is. Het doek hangt in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten in Antwerpen (KMSKA). (\N)

Na drie jaar haalt de Beurs van Berlage op het Damrak in Amsterdam andermaal de ’complete Rembrandt’ in huis. En opnieuw geen schilderijen, etsen of tekeningen in levende lijve, maar alles gereproduceerd in de vorm van foto’s van 317 olieverven, 285 etsen en een aantal tekeningen.

De presentatie is opgehangen aan de verschijning van een nieuw boek van Ernst van de Wetering, de bekende Rembrandt-onderzoeker. Hij heeft al zijn recente bevindingen op een rij gezet, met als uitkomst een Rembrandt ’in nieuw licht’. Dat was meteen de titel van het boek. De presentatie van de foto’s, matige kwaliteit met veel rood- en blauwzweem, en het boek staan los van elkaar. Maar omdat de Rembrandt-expert ook op de presentatie in de Beurs prominent in beeld komt door een continu gedraaide documentaire, en zijn boekteksten in de ruimte hangen, is hier toch sprake van de ’Grote Van de Wetering Show’.

Daar is niets mis mee, Van de Wetering is de belichaming van Rembrandt anno 2009. Door vasthoudend speurwerk naar de authenticiteit van werken, ongezouten kritiek op collega’s die de moed hadden een andere waarheid aan te hangen, en gedreven door eerzucht die soms plaatsmaakt voor ijdelheid, slaagde Van de Wetering erin zich geheel met Rembrandt te identificeren.

Dat valt des te meer op als je de lange rij eminente Rembrandt-kenners ziet die nu bij Van de Wetering in de schaduw staan. Daar zijn uiterst slimme wetenschappers bij als Gary Schwartz, Arthur Wheelock, Albert Blankert en Christopher Brown, die er voortdurend in slagen om nieuwe feiten en inzichten omtrent de Nederlandse schilderkunst uit de zeventiende eeuw op te diepen.

Van de Wetering heeft zijn inzichten op een heldere en voor een breed publiek begrijpelijke manier opgeschreven. Waarbij opvalt dat dit keer het alomvattende authenticiteitsvraagstuk niet overheersend aan bod komt. Sommige schilderijen worden zelfs ontweken, en die komen ook niet op de fototentoonstelling aan bod.

Een voorbeeld is de ’Man met de gouden helm’ uit het Berlijnse Dahlem Museum, waaraan welhaast iedereen twijfelt. Maar ook werken uit de musea in Washington (Verenigde Staten) en Kassel (Duitsland) worden niet meer genoemd. Wat dat betreft biedt de tentoonstelling Rembrandt wel ten voeten uit, maar moet je wel degelijk tussen de regels doorlezen om er achter te komen wat als authentiek wordt geaccepteerd en wat niet.

In het boek noch op de tentoonstelling ontbreekt een simpel lijstje met de titels van de gereproduceerde werken in foto’s, een manco waarin met een eenvoudige catalogus had kunnen worden voorzien.

mailIcon print |