De Amerikaanse componist Morton Feldman had zijn cultstatus niet alleen te danken aan zijn muziek maar ook aan een serie voordrachten in Middelburg. Die zijn nu te boek gesteld.
In 1977 was de Amerikaanse componist Morton Feldman (1926-1987) al eens te gast geweest in Middelburg, tijdens de eerste editie van het roemruchte Festival Nieuwe Muziek. In 1985 en 1986 keerde hij er terug als centrale componist. Er lagen zelfs al afspraken voor de daaropvolgende zomer, het jaar waarin Feldman overleed aan kanker.
De componist kreeg vooral door zijn latere (vaak lange) werken een cultstatus. Als luisteraar raak je bij die stille stukken elk gevoel van richting kwijt en dobber je eindeloos mee op dezelfde golfjes, die toch steeds net weer wat anders klinken. Je weet bij Feldman bovendien nooit of die ene hoge toon nou van de cello of van de piccolo kwam, je luistert altijd naar de zachte huid van het collectief.
Feldman stond ook bekend om zijn casual manier van spreken. Met zijn luide stem en vette Brooklyn-accent knoopte hij even erudiet als associatief allerlei onderwerpen aan elkaar en zette ondertussen collega’s als Pierre Boulez en Karlheinz Stockhausen met sappige anekdotes in hun hemd.
Een aantal van Feldmans lezingen en interviews is op internet te vinden, maar van de in totaal ruim twintig Middelburg-sessies waren tot nu toe maar mondjesmaat transcripties te vinden. De laatste jaren verscheen er wel al een aantal belangwekkende publicaties. De essaybundel ’Give My Regards to Eight Street’ (2000) bijvoorbeeld, waarin Feldman schrijft over zijn eigen werken. Of de verzameling interviews ’Morton Feldman Says’, verzorgd door Chris Villars.
Dat rijtje kan sinds kort worden aangevuld met ruim negenhonderd pagina’s ’Morton Feldman in Middelburg’, met zijn twee dikke delen tot nu toe de omvangrijkste uitgave van het Duitse Musiktexte. Musicoloog Raoul Mörchen wijdde zich aan het verzamelen en uitwerken van de geluidsopnamen van alle Feldman-gesprekken en –voordrachten; maar hij vertaalde het geheel ook nog eens in het Duits voor de tweetalige uitgave. Echt monnikenwerk. De luide stem van Feldman verzin je er zelf wel bij, het enige wat je mist zijn de muziekvoorbeelden die tijdens de lezingen hebben geklonken.
De twee banden bieden zowel kenners als liefhebbers meer inzicht in de persoon en componist Feldman aan het eind van zijn leven, toen hij internationaal erkenning begon te krijgen. Je kunt lezen hoe onverdraagzaam de laatbloeier is. Hij laat gasten als Louis Andriessen of Kaija Saariaho amper uitpraten, maar ook zijn leerling Bunita Marcus moet tijdens haar voordracht haar best doen om hem stil te krijgen. Verrassend constructief is hij bij jonge componisten zoals Joost van de Goor, hoewel hij elders weer beweert dat jonge componisten nooit aan het vak zouden moeten beginnen.
Maar er zijn ook gesprekspartners die hém stil weten te krijgen. Zoals muziekjournalist Frits Lagerwerff, die kritische vragen stelt en openhartige antwoorden krijgt. Onder andere over de relatie tussen muziek en beeldende kunst: „Geen enkele componist behalve ikzelf heeft de fantasie om honderden en honderden manieren te vinden om steeds hetzelfde stuk te schrijven met steeds een andere benadering. Dát heb ik geleerd van de schilderkunst – de houding van de schilder, dat gebrek aan egoïsme in hun ideeën of intenties.”
Zoals in het al genoemde interviewboek van Villars vallen ook in de Middelburg-lezingen na een paar sessies de thema’s op die Feldman bezighouden. Zijn nadruk op het instrumenteren bijvoorbeeld. Of zijn afkeur van ’nationale stijlen’ en van het uitgangspunt van ’stijl’ in de kunst in het algemeen, zijn hekel aan contrapunt, aan componeersystemen en aan ’arbitraire informatie’ in de partituur.
Belangrijk onderwerp in de lezingen is het begrip ’sublimering’: Feldman vond dat alles in de partituur en in de muzikale tijd ten dienste moest staan van een abstract ’idee’. Componisten zoals Boulez of Karlheinz Stockhausen wilden te veel de virtuoos uithangen, vond hij. Bij die componisten werd kunst een kunstje.
Voor de virtuoze Xenakis maakte Feldman een uitzondering. Xenakis componeerde weliswaar voortdurend met hulp van systemen en constructies, maar bij hem werd het systeem gesublimeerd door de muziek. Je leest duidelijk dat Feldman Xenakis tegelijk als meerdere en als geestverwant zag. Allebei waren ze immers op hun eigen manier met de huid van de muzikale klank bezig.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.