*

 

Schatten te over in Sint-Petersburg

Hans Masselink − 19/06/09, 00:00

Een podium wordt opgericht op het grote plein voor het Winterpaleis in Sint-Petersburg, onderdeel van het gigantische Hermitagemuseum. De noordelijke Russische stad zit midden in de feesten van de Witte Nachten. ’s Nachts wordt het er niet meer donker. En dat moet gevierd worden.

In de binnentuin van het paleis wacht een lange sliert bezoekers geduldig bij de hoofdingang. Voor de speciale gast is er een andere ingang, vijf minuten verder lopen, via het bekende Wintergrachtje, aan de zijde van de Neva, de brede rivier door Sint-Petersburg.

De gelijkenis met Hermitage Amsterdam is er zeker, alleen is alles hier groot, groot en nog eens groot. Een binnentuin met een ingang, net zoals in Amsterdam, de gebouwen geflankeerd door een rivier en een gracht. De Amsterdamse Hermitage, zo ruim als die is voor Nederlandse begrippen, is een miniatuurtje hiermee vergeleken. Bij het binnentreden van de achteringang wordt de gast geconfronteerd met enorme zalen, prachtige marmeren vloeren, beelden en vazen uit de Romeinse tijd, zuilen. Als een eenling doolt hij hier rond.

Een vorstelijke leeuw, grafsteen uit de eerste eeuw voor Chr. uit het Griekse Pantikapaion, heeft een zaal voor zich zelf. Slechts de medewerksters zitten hier op hun stoeltje, om de schatten te bewaken. Twee museumdames voeren een intens gesprek, ongetwijfeld over hun privésores. In een van de vele binnentuinen liggen katten zich in de zon te likken. Ook zij behoren tot de schatten, verdrijven de muizen en ratten, al eeuwenlang. Ze worden gekoesterd door het personeel.

In je eentje dwalen is heel goed mogelijk in dit museum; de groepen onder leiding van een gids en de losse toeristen bezoeken vooral de zalen op de eerste verdieping (in Rusland heet dat tweede verdieping). Daar staat de troon van de tsaren, daar hielden de Romanovs hun majestueuze bals en concerten, daar werden belangrijke gasten ontvangen. Veel goud, pracht en praal.

In de Rembrandtzaal, waar zo’n twintig Rembrandts hangen plus een reeks schilderijen van zijn leerlingen, is het een drukte van belang. Grote aandacht krijgt Danaë, het schilderij dat in 1985 door een dwaas met zuur werd overgoten. En dat ondanks de restauratie nog steeds sporen van deze daad vertoont. De Rembrandts zijn hier achter glas; het buitenlicht maakt het bekijken moeilijk. En de Rembrandts zijn hier donker, zouden wel een opknapbeurtje kunnen gebruiken. Een plakkaat vermeldt dat de doeken in 1941 uit hun lijsten werden gehaald en naar Sverdlovsk, het huidige Jekaterinaburg, verhuisden. Uit vrees voor de nazi-aanvallen op de stad (toen Leningrad) werden alle kunstwerken naar de Oeral gebracht.

In een galerij staan enkele zuilen leeg. ’Deze vaas is tijdelijk te zien op de tentoonstelling Aan het Russische Hof in Hermitage Amsterdam’ staat er geschreven. Zo zal het meer gaan – een klein deel van de talrijke schatten zal tijdelijk naar Amsterdam verhuizen. Het is smullen bij de gedachte daaraan. Op de tweede verdieping hangen zalen vol Matisse, Picasso, Gauguin, Monet, Renoir, Cézanne en wat dies meer zij. Vanaf volgend jaar maart zal een deel in de dependance aan de Amstel hangen op een speciale expositie over ’De Wortels van de Moderne Kunst: Braque, Matisse & Picasso’. Er valt voor Hermitage Amsterdam heel wat te putten uit de Russische verzamelingen.

Een Nederlandse sprekende Russische gids vertelt een groep Nederlanders die via de Bankgiroloterij een reis naar Sint-Petersburg hebben gewonnen, wat cijfertjes over het museum. Volgens haar berekening zou je acht jaar nodig hebben om alle kunstwerken 20 seconden lang te zien. De groep doet het in wat kortere tijd, en zal verbijsterd over zoveel moois na twee uur de museumpaleizen verlaten.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />