*

 

Stavoren

Geert Mast − 11/09/09, 13:25

Nee, neen, ik wil niet vechten. De Noormannen kwamen steeds dichter bij.Een geweldige grote man, met koehorens op zijn helm, hief zijn zwaard inmijn richting.

Met een klap kwam hij op mij neer. Ik schrok wakker.

Ik was nat van zweet en ik had gegild. Mijn moeder, die naar mijn kamer was

gesneld, vroeg wat er aan de hand was. Ik vertelde haar mijn droom.

Ik vroeg, of we misschien van de Noormannen afstamden. Nee, je hebt me wel

verteld, dat de meester een verhaal over de Noormannen had verteld, zei moeder.

Ja, zei ik, misschien stammen wij wel af van de Noormannen.

Waarom denk je dat? Nou ja, ’t zou toch kunnen.

Weet U dan, waar we wel van afstammen? Nou, ik weet, dat papa oorspronkelijk

uit Friesland komt. Als je meer wilt weten, moet je papa maar eens vragen.

’s Avonds vroeg ik het aan mijn vader. Ja, hij wist er wel iets van, zei hij.

Opa kan je er alles over vertellen. Hij zou het leuk vinden om dat te doen.

De volgende dag had ik ’s middags vrij. Om een uur af drie arriveerde ik bij

opa’s huis. Ik ging achterom en klopte op de kamerdeur. Opa zat te lezen en was

daarin zo verdiept, dat hij schrok. Dag opa, zei ik. Dag m’n jongen, zei opa.Wat

dat je bij me op bezoek komt. Gaat het goed op school? Ja,ja, natuurlijk opa.

Gaat het goed met U? Ik ben niet ontevreden met mijn tachtig jaren. Houden

zo opa, zei ik.

Opa wilde zelf koffie zetten. We zaten gezellig te kletsen, toen ik hem vroeg:

“Opa, weet U ook van wie we afstammen?”.

Opa’s gezicht begon te stralen. Stammen we af van de Noormannen, vroeg ik.

Hoe kom je daar nou bij? Nee, we stammen niet af van die wilde jongens.

Hoewel‿.., in de geschiedenis van ons voorgeslacht, speelde Vikingen wel

een rol. Ja, ja, onze stamboom gaat ver terug. Ik heb dat allemaal uitgezocht.

Opa kon boeiend vertellen. Hij vertelde het verhaal van het vrouwtje van Stavoren.

Hoe rijk die stad, in vroegere tijden, was geweest. Er werd met vele landen

handel gedreven.

Er was een heel rijke vrouw, een koopmansweduwe, die haar scheepskapitein

opdracht gaf om het kostbaarste te halen, wat op deze aarde te vinden was.

De kapitein vond echter niet iets, wat hij de moeite waard vond. Totdat hij in

Dantzig een pakhuis vond met de mooiste tarwe. Daarmee laadde hij zijn schip vol.

Hij was er blij mee, maar wist niet, wat hem te wachten stond.

Opa nam een slok van zijn koud geworden koffie. Hij keek me aan. Ik knikte. Hij

ging door met zijn verhaal.

-2-

De rijke weduwe was woedend, toen ze zag wat hij meegenomen had.

Ze liet de lading overboord zetten.

Een oude man stond dicht in de buurt te kijken en riep naar de weduwe:

“U zult voor Uw overmoed gestraft worden. Er komt een tijd dat U gaat bedelen!”

De vrouw was niet onder de indruk en wierp haar gouden ring in de zee. Ze

riep: “Zomin deze ring uit de zee terug komt, zomin zal ik tot de bedelstaf

vervallen!”. Dat is toch een erg hoogmoedig gedrag, zei opa. “Vind je niet?”.

Ik knikte en zag, dat opa wat moe werd.

Om kort te gaan zei opa: op een dag maakte een dienstmeisje het middagmaal klaar

en sneed een schelvis open. En‿‿. wat kwam er uit die vis ?

De ring van de rijke weduwe!

De voorspelling van de oude man kwam uit: de rijke weduwe werd zo arm, dat ze

moest gaan bedelen

Nou jongen, zei opa, van die reders, stammen we af.

Daar in Stavoren liggen onze wortels.

Jaren later was ik verloofd met een lieve meid. We wandelden langs een wuivend

korenveld. We kregen een woordenwisseling. Zij werd zo boos, dat ze de ring in

het korenveld gooide en riep:” Evenmin, als deze ring in het korenveld terug te

vinden is, evenmin zal onze liefde weer bloeien!”.

En maand later belde ze mij en vertelde, dat ze in het gemaaide roggeveld toch de

ring had teruggevonden. Onze liefde bloeit nu al meer dan vijftig jaar!

mailIcon print |