Nee, neen, ik wil niet vechten. De Noormannen kwamen steeds dichter bij.Een geweldige grote man, met koehorens op zijn helm, hief zijn zwaard inmijn richting.
Met een klap kwam hij op mij neer. Ik schrok wakker.
Ik was nat van zweet en ik had gegild. Mijn moeder, die naar mijn kamer was
gesneld, vroeg wat er aan de hand was. Ik vertelde haar mijn droom.
Ik vroeg, of we misschien van de Noormannen afstamden. Nee, je hebt me wel
verteld, dat de meester een verhaal over de Noormannen had verteld, zei moeder.
Ja, zei ik, misschien stammen wij wel af van de Noormannen.
Waarom denk je dat? Nou ja, ’t zou toch kunnen.
Weet U dan, waar we wel van afstammen? Nou, ik weet, dat papa oorspronkelijk
uit Friesland komt. Als je meer wilt weten, moet je papa maar eens vragen.
’s Avonds vroeg ik het aan mijn vader. Ja, hij wist er wel iets van, zei hij.
Opa kan je er alles over vertellen. Hij zou het leuk vinden om dat te doen.
De volgende dag had ik ’s middags vrij. Om een uur af drie arriveerde ik bij
opa’s huis. Ik ging achterom en klopte op de kamerdeur. Opa zat te lezen en was
daarin zo verdiept, dat hij schrok. Dag opa, zei ik. Dag m’n jongen, zei opa.Wat
dat je bij me op bezoek komt. Gaat het goed op school? Ja,ja, natuurlijk opa.
Gaat het goed met U? Ik ben niet ontevreden met mijn tachtig jaren. Houden
zo opa, zei ik.
Opa wilde zelf koffie zetten. We zaten gezellig te kletsen, toen ik hem vroeg:
“Opa, weet U ook van wie we afstammen?”.
Opa’s gezicht begon te stralen. Stammen we af van de Noormannen, vroeg ik.
Hoe kom je daar nou bij? Nee, we stammen niet af van die wilde jongens.
Hoewel‿.., in de geschiedenis van ons voorgeslacht, speelde Vikingen wel
een rol. Ja, ja, onze stamboom gaat ver terug. Ik heb dat allemaal uitgezocht.
Opa kon boeiend vertellen. Hij vertelde het verhaal van het vrouwtje van Stavoren.
Hoe rijk die stad, in vroegere tijden, was geweest. Er werd met vele landen
handel gedreven.
Er was een heel rijke vrouw, een koopmansweduwe, die haar scheepskapitein
opdracht gaf om het kostbaarste te halen, wat op deze aarde te vinden was.
De kapitein vond echter niet iets, wat hij de moeite waard vond. Totdat hij in
Dantzig een pakhuis vond met de mooiste tarwe. Daarmee laadde hij zijn schip vol.
Hij was er blij mee, maar wist niet, wat hem te wachten stond.
Opa nam een slok van zijn koud geworden koffie. Hij keek me aan. Ik knikte. Hij
ging door met zijn verhaal.
-2-
De rijke weduwe was woedend, toen ze zag wat hij meegenomen had.
Ze liet de lading overboord zetten.
Een oude man stond dicht in de buurt te kijken en riep naar de weduwe:
“U zult voor Uw overmoed gestraft worden. Er komt een tijd dat U gaat bedelen!”
De vrouw was niet onder de indruk en wierp haar gouden ring in de zee. Ze
riep: “Zomin deze ring uit de zee terug komt, zomin zal ik tot de bedelstaf
vervallen!”. Dat is toch een erg hoogmoedig gedrag, zei opa. “Vind je niet?”.
Ik knikte en zag, dat opa wat moe werd.
Om kort te gaan zei opa: op een dag maakte een dienstmeisje het middagmaal klaar
en sneed een schelvis open. En‿‿. wat kwam er uit die vis ?
De ring van de rijke weduwe!
De voorspelling van de oude man kwam uit: de rijke weduwe werd zo arm, dat ze
moest gaan bedelen
Nou jongen, zei opa, van die reders, stammen we af.
Daar in Stavoren liggen onze wortels.
Jaren later was ik verloofd met een lieve meid. We wandelden langs een wuivend
korenveld. We kregen een woordenwisseling. Zij werd zo boos, dat ze de ring in
het korenveld gooide en riep:” Evenmin, als deze ring in het korenveld terug te
vinden is, evenmin zal onze liefde weer bloeien!”.
En maand later belde ze mij en vertelde, dat ze in het gemaaide roggeveld toch de
ring had teruggevonden. Onze liefde bloeit nu al meer dan vijftig jaar!
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.