*

 

’Dit is ook het falen van de wetenschap’

Co Welgraven − 05/09/09, 00:00

Liesbeth Noordegraaf-Eelens (1973) is docent economie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Ze is ook filosoof en ze werkt aan een proefschrift over de verbale macht van bankdirecteuren.

’We zijn in ons boek erg kritisch over de economische wetenschap die niet in staat is geweest deze kredietcrisis te voorspellen – slechts een enkeling heeft ‘m zien aankomen. Daarmee neem ik m'n eigen vak onder vuur, want ik ben ook econoom. Nee, dat is niet pijnlijk, dit hoort bij het beoefenen van wetenschap. We moeten gewoon vaststellen dat de economie tekortgeschoten is, die conclusie is onontkoombaar: de kredietcrisis is tegelijkertijd de crisis van de economische wetenschap. We zullen de pretentie van het voorspellen moeten loslaten.

We hebben andere disciplines geraadpleegd om de crisis te duiden - mijn collega Olav Velthuis is socioloog, ik ben ook filosoof. Deze twee takken van wetenschap hebben een toegevoegde waarde, wat de filosofie betreft ontdekte ik dat al tijdens mijn studie.

We besteden veel aandacht aan het belang van taal, van vertrouwen, van informatie. De kredietcrisis is in feite een communicatiecrisis. Mensen hebben geen vertrouwen meer in wat bankpresidenten, ministers en financieel deskundigen zeggen. Met hun uitspraken kunnen die zelfs de zaak verergeren. Fortis gered? Dat geloven we niet. En wat zie je? Fortis was ook helemaal niet gered.

Deze crisis grijpt direct in in de levenssfeer van mensen, in hun pensioenen, hypotheken, spaargeld, beleggingen. Twee jaar geleden was er nog niks aan de hand, het was een en al voorspoed, het kon allemaal niet op, en nu zitten we plotseling in de narigheid, zonder waarschuwing vooraf. Dat maakt mensen onzeker, achterdochtig, ze geloven niet meer wat specialisten en politici zeggen.

Bij deze crisis heeft ook het fenomeen collectieve verblinding een grote rol gespeeld. De economische theorie gaat over het algemeen uit van rationele mensen die weloverwogen en autonoom beslissingen nemen. Dat is dus niet zo. In plaats daarvan overheerst juist het kuddegedrag: consumenten, beleggers, speculanten, noem maar op, allemaal kijken ze wat hun buurman doet, want ze hebben zelf geen volledige informatie over wat er gaande is.

Deze collectieve verblinding is een verschijnsel van alle tijden: het gebeurde in de zeventiende eeuw bij de windhandel in tulpen, in de negentiende eeuw bij beleggingen in spoorwegmaatschappijen, begin deze eeuw bij de internetzeepbel, en nu dus weer.

Je kunt niet met de vinger wijzen naar een bepaalde groep – we hebben deze crisis met z’n allen gemaakt. Economie is mensenwerk, en dus niet volmaakt. Vandaar ook de titel van ons boek. Je kunt er zeker van zijn dat er na deze crisis een volgende crisis komt.

We hebben het geschreven voor de geïnteresseerde krantenlezer die wel eens een ander verhaal over de financiĆ«le crisis wil lezen. Maar het is ook een soort van statement voor de beroepsgroep: waar staan wij als economen nu? Een beetje zelfreflectie zou wel eens goed zijn. Nee, ik vind niet dat we het vak besmeuren, we helpen het juist vooruit, we leveren opbouwende kritiek. Economen kunnen trouwens wel wat hebben, hoor, die hebben een dikke huid.

Wat wel opvallend is dat je in de krant en op radio en tv vooral economen ziet die deze crisis proberen te verklaren en die oplossingen aandragen. Terwijl hun vak juist zoveel steken heeft laten vallen. Iets meer bescheidenheid zou hen sieren.’

mailIcon print |