In hun brieven tonen Bernard-Henry Lévy en Michel Houellebecq, Frankrijks meest gelezen intellectuelen, zich van hun beste kant. De belerende filosoof Lévy ontdooit onder invloed van de emotionele Houellebecq. En de dwarse romancier leert van Lévy zijn ideeën te onderbouwen.
’Eén van de tien boeken uit 2008 om zo snel mogelijk te vergeten’, schreef het Franse maandblad Le magazine des livres in februari jongstleden over deze briefwisseling. „De schrijvers hebben hiermee hun weinige resterende fans verloren. Zouteloos geklaag en geleuter,” oordeelde de anonieme opsteller van het lijstje pinnig.
Een boek dat zoveel agressie oproept, wekt nieuwsgierigheid. Vooral omdat het hier om brieven gaat tussen twee van de wel degelijk meest gelezen Franse intellectuelen van het moment. Maar wel twee dwarskoppen, die weerstanden oproepen, zoals al blijkt uit de titel van deze briefwisseling, die tussen 26 januari en 11 juli 2008 werd gevoerd.
Het was een opzetje van hun uitgevers, die meenden dat het samenbrengen van deze twee intelligente, eigenzinnige scribenten een boeiende confrontatie zou kunnen opleveren. De heren kenden elkaar niet persoonlijk, maar leenden zich met merkbaar genoegen voor de exercitie.
Bernard-Henri Lévy – ’BHL’ in het Franse dagelijks gebruik - is de intellectuele zwaargewicht van de twee, een voorbeeld van de typische geëngageerde Franse denker die geacht wordt over vele onderwerpen een gefundeerd oordeel te kunnen geven. Lévy doet dat met verve, zowel in tijdschriften en kranten als op de televisie. Hij schreef filosofische studies, maar ook reportages uit door geweld verscheurde oorden (Bangladesh tijdens de onafhankelijkheidsoorlog, Sarajevo gedurende het beleg, Pakistan). Verder heeft hij een dikke, meeslepende biografie van Jean-Paul Sartre op zijn naam, en twee knappe romans die ook in het Nederlands vertaald zijn: ’De duivel in het hoofd’ en ’De laatste dagen van Charles Baudelaire’.
Michel Houellebecq is bij ons ongetwijfeld bekender dan zijn correspondent. Zijn romans ’Elementaire deeltjes’ en ’Platform’, met een door misantropie gescherpte blik geschreven satires, vonden een gretig onthaal en zorgden voor kritisch rumoer. Lévy heeft zich vaak ingezet voor de verdrukte medemens. Houellebecq is eerder een individualist, die bovenal zijn vrijheid liefheeft.
Het boek is daardoor een echte uitwisseling van meningen en persoonlijke inzichten geworden. Beide schrijvers gaan zorgvuldig en welwillend in op wat de ander te berde brengt, al zijn ze het lang niet altijd met elkaar eens.
De vrijheid die juist de briefvorm biedt, weten ze voortreffelijk uit te buiten. De redeneringen ontwikkelen zich niet met de strakheid die in een essay of betoog vereist zou zijn, maar met de improvisatie die bij een goed gesprek horen. Ernst en roddels, filosofische beschouwingen en hoogstpersoonlijke gevoelens, herinneringen en bespiegelingen wisselen elkaar af en vormen elkaars illustratie. Het is in een brief ook geen bezwaar wanneer een redenering een keer niet helemaal is uitgekristalliseerd: de ene keer vult de partner het betoog aan, de andere keer is het een aanleiding om een vruchtbaar zijpad in te slaan. Tot conclusies komen de beide heren maar zelden, wat de briefwisseling een prettig open karakter geeft en het eigen denken van de lezer stimuleert.
Omdat beide schrijvers niet alleen in opvattingen verschillen, maar ook in temperament - BHL is afstandelijker en rationeler, Houellebecq directer en emotioneler, een beetje als een ongelikte beer die zich voor één keer wel wil laten temmen – is er ook op dat gebied een mooie wisselwerking ontstaan. Naarmate het boek vordert, zie je de twee naar elkaar toegroeien: BHL wordt gestimuleerd door Houellebecqs persoonlijke bekentenissen en uitvallen, en geeft zich steeds meer bloot, terwijl Houellebecq door BHL nogal eens op de huid gezeten wordt wegens een losse redeneertrant en keer op keer gedwongen is zijn beweringen hechter te onderbouwen. Die toenadering vormt ook de rode lijn in het boek.
De briefwisseling wordt verder gekruid doordat beide heren links en rechts nog het een en ander te verhapstukken hebben.
De toorn van Houellebecq richt zich bovenal op Denis Demonpion, de auteur van een - inderdaad bar slechte - biografie van de schrijver. Het levert een paar mooie stukken schuimbekkend proza op, maar vooral inzicht in de manier waarop de grote pers met het privéleven van bekende personen omgaat. BHL, die langer meedraait in het literaire circus, plaatst zich soeverein boven zijn tegenstanders. Hij beperkt zich tot een enkele vinnigheid, en zet overtuigend uiteen waarom je aan dergelijke zaken geen tijd en energie hoort te verspillen.
Zware onderwerpen, zoals de filosofie van Spinoza en Schopenhauer, de betekenis van het begrip burgerschap of de vraag in hoeverre schrijven en het ’echte’ leven verenigbaar zijn, worden niet geschuwd, maar ze worden telkens aan de orde gesteld op lichte toon, en op smaak gebracht met confidenties die illustreren en nuanceren.
Lévy gaat in op zijn politiek engagement, legt uit wat het voor hem betekent filosoof te zijn, maar geeft ook een toelichting op zijn positiewisseling ten opzichte van het jodendom. Ontbolsterd door de persoonlijke ontboezemingen van Houellebecq, laat hij zijn aanvankelijk nogal docerende toon vooral hier geleidelijk varen.
BHL komt daarbij tot interessante bespiegelingen over het begrip identiteit - een onderwerp dat in deze briefwisseling eigenlijk voortdurend op de achtergrond meespeelt, zowel in de jeugdherinneringen die de briefschrijvers ophalen als in hun beschouwingen over het bedrijven van literaire politiek en de gevolgen daarvan voor wie in die machinerie verstrikt raakt.
Ook Houellebecq blijkt intellectueel niet voor een kleintje vervaard. Aan het begin van het boek, wanneer beide correspondenten nog naar de juiste vorm en inhoud zoeken, haalt hij - zijn dwarse inborst getrouw - uit naar de algemene betutteling in de huidige maatschappij. Wat het communisme niet gelukt is - het scheppen van een dociele, productieve, niet te veel kosten met zich meebrengende nieuwe mens - daarin is het neoliberalisme volgens hem sluipenderwijs geslaagd. De invoering van het nagenoeg algemene rookverbod is voor hem bij uitstek de illustratie van het verwerpelijke streven de mens te ’formatteren’.
Later lokt BHL hem uit de tent, en wordt hij gedwongen zijn knorrige schimpscheuten tegen de moderne maatschappij in een ruimer, meer beredeneerd verband te plaatsen. Houellebecq doet dat met verve, en komt uiteindelijk tot de bekentenis dat het fundamentele thema van zijn werk het gegeven is dat "elk aantastingsproces onomkeerbaar is."
"Zouteloos" en "klagerig" is dit boek allerminst. Integendeel: twee publieke figuren dwingen elkaar, met een aangename hoffelijkheid, dieper in hun ziel te kijken en beweegredenen bloot te leggen die tot nu toe onder de oppervlakte waren gebleven.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.