Mijn vader leerde Moeke kennen die aan de andere zijde van Uden woonde, het dorp werd in tweeën gedeeld door de spoorlijn, en vestigde zijn karrenmakers bedrijf daar in de buurt..
Wij groeide op met het spoor als een rode draad in ons leven, het was menigmaal wachten voor de gesloten overweg op weg naar kerk en school, maar dit kwam goed van pas bij de smoesjes als we ergens te laat kwamen.
De tijd van het wachten werd gebruikt voor kattenkwaad, doordat het open en sluiten op afstand gebeurde hadden wij vrij spel.
Zo vulde wij de buis van de overweg met stenen en dat gaf een kik op het moment dat de overweg weer geopend werd en deze onder in de pijp vielen.
We legde een muntstuk op de rails en bekeken dat wanneer de trein gepasseerd was, en op weg naar het avondlof in Oktober, gooide we stenen over de straat of sloegen met 2 stenen op elkaar en genoten dan van de vonken, ook zagen wij dan de spoorwegman met de petroleum verlichting op weg naar de seinpaal.
Als het flink gevroren had zagen wij dat de bielsen wit van kleur waren.
Lopende over de Zoggelstraat waar een goederentrein stil stond schreeuwde een machinist: ,,Jongeman is dit de goede richting naar Gennep.,,
Zo maakte wij een schoolreisje naar Leiden, en hadden een lange stop in Zaltbommel, de tijd werd massaal gebruikt voor het toilet, wisten wij veel dat er geen bodem in zat.
Een machinist kocht eieren bij ons, wij verpakte deze in kranten papier, de man nam zijn pet stopte de eieren er in, en plaatste die toen op zijn hoofd.
Nadat er een treinwagon kolen gelost was en het transport voorbij, was het voor ons rapen van de verloren brandstof, en in de wintermaanden bij vader in de timmerwinkel kromme spijkers recht slaan, en er dan diverse figuren van maken, op het aambeeld, dat een stuk spoorrail was.
Maar op een avond in Augustus 1950, klonk de stoomfluit van de laatst vertrekkende personen trein.
Vertelde vader over vroeger, de drukke spoorlijn, met een sneltrein verbinding naar Berlijn, in 1899 was de Duitse Keizer en Keizerin hier gepasseerd op weg naar Engeland en tijdens de 1e wereldoorlog Jac. P. Thijssen natuurbeschermer, naar een te houden lezing voor de Belgische vluchtelingen in kamp Vluchtoord.
Bij een kampeertocht door Engeland, stond onze tent naast de spoorlijn, het gezellige geluid op het moment dat de trein in aantocht was, alsof een paard in galop, het deed mij ook denken aan het nummer: Rikketikketik van Guus Meeuwis.
De houten banken, het geluid, de geur van rook en damp van de locomotief is me altijd bij gebleven.
Jaren later verteld ons Moeke: ,, van de week, hebben ze de spoor rails weggehaald,, we vonden het zo raar, zoveel bracht het oud ijzer nou toch ook niet op, maar wat bleek, die waren gewoon verwijderd, toen wisten wij het zeker:
In Uden komt nooit meer een trein!!
Dhr. Rien de Groot.
Best.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.