Een bureauredacteur tikte hem uit, vermoedelijk na enig peinzen. Een eindredacteur keek ernaar en bevond hem in orde. De chef nacht achtte hem zelfs geschikt voor een prominente plaats op de voorpagina. En dus verscheen daar deze week, in kloeke letters, de kop Taliban wacht harde Navo-acties.
Fout!, zullen vele lezers geconstateerd: wacht moet wachten zijn. Het vervoegde werkwoord (de persoonsvorm) behoort zich immers te richten naar het onderwerp – en dat is Navo-acties.
Op school is hun dat op diverse manieren ingeprent. Je moet zo’n zinnetje bijvoorbeeld kunnen omkeren zonder dat het werkwoord verandert. Je krijgt dan Harde Navo-acties wacht taliban en een kind kan aanvoelen dat dit krompraat is. Het probleempje kun je ook oplossen door een vergelijkbaar zinnetje te vormen met ik. Is het ik (onderwerp) wacht nieuwe teleurstellingen of mij (meewerkend voorwerp) wachten nieuwe teleurstellingen? De vraag stellen is haar beantwoorden, hopelijk.
Trouwens, zelfs al was taliban het onderwerp, dan nog zou alleen Taliban wachten ‿ correct zijn. Taliban is immers de meervoudsvorm van het enkelvoud talib, dat letterlijk ‘zoeker (van theologische kennis)’ betekent.
Hoe kan het dat zo’n kop in de krant belandt? Hebben de koppenmaker én de beoordelaars van zijn werk zich nooit elementaire grammaticale kennis eigen gemaakt? Gelukkig is, met enige moeite, een alternatief voor deze treurig stemmende hypothese te bedenken.
Misschien heeft de dienstdoende redactie haar woordkeus welbewust aangepast aan de misvattingen van legio taalgebruikers. Die menen niet alleen dat taliban ook enkelvoud is, maar slikken tevens zinnen als de redactie wacht zware tijden, omdat ze in de waan verkeren dat wat vooraanstaat, het onderwerp moet zijn. Maar ook dan getuigde de keus niet van schranderheid. De zeer vele lezers die beter weten, niet per se senioren, zouden er immers de conclusie aan kunnen verbinden dat sommige redacteuren schrijven zoals Karel Appel zei te schilderen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.