Wijfverdragen valt niet mee voor een uiler met voetzucht.
Abracadabra? Sinds kort kan iedereen, dankzij Leidse taalkundigen, de betekenis achterhalen: een vrouw schaken valt niet mee voor een pottenbakker met een gewrichtsaandoening.
De cursieve woorden komen uit het Oudnederlands, de taal die tussen ongeveer 500 en 1200 gesproken werd in wat nu Nederland (minus Friesland en Groningen), BelgiĆ« en een deel van Noord-Frankrijk is. Wel is de oorspronkelijke schrijfwijze – wiffardragan, ulere en fuotsuht – gemoderniseerd.
Al wat aan Oudnederlandse woorden is overgeleverd, staat sinds deze maand op internet. Een team van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL) heeft de 4500 trefwoorden bijeengebracht en toegelicht in een digitaal Oudnederlands Woordenboek (ONW).
Elke belangstellende kan dit ONW, via de site van het INL, gratis raadplegen. De samenstellers hebben het heel toegankelijk gemaakt. Wie geen idee heeft van de oorspronkelijke spelling, kan een woord onder de gemoderniseerde opzoeken of, wat nog handiger is, onder de betekenis. Tik b.v. belasting in en je wordt meteen verlost van het idee dat onze verre voorouders in een fiscaal paradijs leefden. Het ONW etaleert zo’n dertig heffingen, waaronder broodban (belasting op de verkoop van brood), rosban (op het bezit van een paard), ruitvorst (op brandhout uit het bos?), stallage (op een marktstandplaats) en zeetol (op strandvondsten).
Het ONW rekent ook af met de hier en daar nog heersende misvatting dat het fameuze hebban olla uogala nestas hagunnan enz. (letterlijk: hebben alle vogels nesten begonnen, 11de eeuw) het oudste Nederlandse zinnetje vormt. Veel ouder is bijvoorbeeld de Utrechtse doopbelofte. Ze begint met een vraag die hedendaagse gelovigen misschien niet direct in de achtste eeuw zullen situeren, maar in elk geval in een vrij ver verleden: Forsachistu diabolae (...) end allum dioboles uuercum? oftewel ’verzaak je aan de duivel en aan alle werken van de duivel?’
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.