Met het 21ste deel van ’Geheim dagboek’ van Hans Warren is één van de openhartigste dagboeken van onze letteren voltooid. Rob Schouten verbaast zich over de onverschrokken openheid, ook als het pijnlijke zaken als incontinentie of echtelijke ruzies betreft. Toch las hij dit dagboek van een hedonist in verval in één ruk uit.
De grote dagboekenschrijvers uit de geschiedenis, Samuel Pepys, Stendhal, de gebroeders De Goncourt, waren nooit nadrukkelijk uit op publicatie en lezing van hun werk, al hielden ze er soms wel rekening mee: Pepys bijvoorbeeld door zijn erotische avontuurtjes in een soort steenkolenlatijn op te tekenen zodat zijn vrouw het niet kon lezen (en er daardoor juist op geattendeerd werd).
Toen Hans Warren op 16 april 1942 zijn ’Geheim dagboek’ begon, kende niemand hem en leek de kans dat iemand zijn ontboezemingen onder ogen zou krijgen tamelijk gering. „Dit journaal? Een onevenwichtige getuigenis van een twintigste-eeuwse ambtenaar ten plattelande, die schrijverspretenties koestert”, schreef hij in 1947 nog bescheiden. Toen hij op 16 december 2001 zijn laatste dagboekaantekening schreef was hij de meest gelezen dagboekschrijver van Nederland. Ergens in de loop van zijn dagboek ging het geheim er in feite af.
Die verandering heeft op de aard van zijn aantekeningen eigenlijk maar weinig invloed gehad. De openbaarheid van alles zit meer in het hoofd van de lezer dan in de pen van de schrijver. Die bleef, ook nadat sinds de eerste publicaties in 1981 talloze lezers over zijn schouders meekeken, over de allerintiemste zaken praten, zelfs zo nadrukkelijk dat je je kunt afvragen of hij niet met opzet schaamteloos bleef.
Ik snap het trouwens wel, Warrens toch enigszins besmuikte homoseksualiteit uit de begintijd kreeg met zijn publieke ontboezemingen een nieuw podium, en juist nu was het geen tijd om het homoseksuele licht onder de korenmaat te zetten. Warrens kijkjes in de keuken van een homostel vormen ontegenzeglijk een paragraaf in de geschiedenis van de homo-emancipatie in Nederland. Waar Gerard Reve de weg in cultureel opzicht bereidde daar deed Warren het in huishoudelijk opzicht.
Het zojuist verschenen 21ste deel in de reeks, dat de jaren 1998-2000 beslaat, staat geheel in het teken van de definitieve aftakeling van de dagboekanier. Wie de eerdere delen niet las kan makkelijk de indruk van een ouwe zeur krijgen. Ongeveer alles gaat mis en zakt weg. Weliswaar schrijft Warren op 2 november 2000, bij wijze van samenvatting: „Ik heb een heel rijk bestaan gehad, genoten van wat het leven biedt, van de natuur, van kunst, liefde en vriendschap. Zo mooi dat ik daarvan een getuigenis na kan laten in mijn werk, ook al weet ik dat het uiteindelijk verloren zal gaan, net als alles op aarde, heel de kosmos.” Maar zo’n getuigenis is dit deel zeker niet.
Stonden eerdere delen vooral in het teken van het dwaalspoor van Warrens huwelijk en kinderen, zijn overspelige homoseksuele liefdes en de soms genadeloze portretten van zijn omgeving, aan het eind van de twintigste eeuw is ook Warren zelf uitgeblust.
Eigenlijk is dit deel een pijnlijk, maar ondanks alles meeslepend verslag van dementie en incontinentie. Vooral dat laatste levert weinig verheffende taferelen op; niet alleen Warrens anale sluitspier werkt niet meer, ook op zijn orale ontboezemingen zit nog altijd geen slot. En dus horen we regelmatig hoe hij in zijn broek poept, of juist volkomen verstopt zit. Het leidt tot karakteristieke passages als deze: „zojuist een aanval van diarree, ik heb geloof ik nooit zo’n grote hoop gescheten. Het leek wel een schildpad, compleet met kop, pootjes en hoog schild. Voor de zekerheid maar een flinke hoeveelheid Norit genomen.”
Een ander vast onderdeel van Warrens laatste dagen vormen de bijna dagelijkse ruzies met zijn partner Mario Molegraaf die, twee generaties jonger dan de bejaarde schrijver, diens aftakeling kennelijk maar moeilijk kan verdragen. Gekrakeel over van alles, aanlopende poezen, bejaarde onhandigheidjes, gehuil en geschreeuw, het was zo te zien dagelijkse kost daar in Kloetinge, zo nu en dan bekroond met een halfslachtige vrijpartij.
Erg sympathiek komt Warrens levenspartner er eerlijk gezegd niet vanaf, ondanks des schrijvers voortdurende betoon van aanhankelijkheid. Ik zou het dagboek van de andere partij wel eens willen lezen.
Overigens, de jeremiades van Warren werpen ook op de schrijver zelf geen gunstig licht; dat is dan ook weer de kracht van deze dagboekaantekeningen in de herfst van een leven, dat ze volkomen eerlijk lijken en de zaak niet mooier voorstellen dan het is.
Ook over zijn eigen talenten had Warren niet veel illusies: „Zojuist iets vervelends. Hóe weet ik niet, maar m’n tong raakte klem in een gat tussen m’n ondertanden. Het was pijnlijk, die tanden zijn scherp afgebroken. Uiteindelijk lukte het me m’n tong los te spoelen. Er zit nu een bloeduitstorting. Toch voel ik me tevreden, gelukkig zelfs. Ik weet hoe bescheiden mijn gaven zijn, hoe weinig werklust en strijdlust ik heb, hoe onhandig en weerloos ik in het leven sta. Dat ik desondanks zoveel heb kunnen doen.”
Wat al die geestelijke en fysieke ontluistering nog enigszins draaglijk maakt is Warrens verklaarde estheticisme. Altijd ontevreden met zijn eigen uiterlijk en mentale gesteldheid, had hij een goed ontwikkeld zintuig voor schoonheid en genot. Zoals hij in de jaren veertig en vijftig van mooie Algerijnen kon genieten, zo doet hij dat in zijn nadagen van exotische kunstvoorwerpen, die het stel in voor mij overstelpende hoeveelheden aanschaft, en van lekker eten – Warren en Molegraaf schreven recensies voor het culinaire blad Lekker; je hoort Warren er meer over dan over literatuur. In zekere zin pendelt Warrens levensverhaal hier tussen coquilles en Norit. Hedonisme en huilerig beklag lijken keerzijden van dezelfde medaille.
Verheven waren Warrens dagboekteksten zelden, de hoogvlakten van de geest worden er niet betreden. Deze uit zijn laatste jaren geven een nog schriller licht dan voorheen. Dat je ze desondanks in één ruk uitleest zegt iets over de spécialité de la maison van de schrijver, maar ook iets over ons verlangen naar de onbewimpelde groezeligheid des levens.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.